Oprah heeft gesproken – maar gaat er nu echt iets veranderen?

Deze week hield Oprah Winfrey bij het in ontvangst nemen van de Cecil B. de Mille award tijdens de Golden Globes een krachtige speech in het kader van de Me Too storm die er de afgelopen tijd gewoed heeft. Want, zo sprak zij, de tijd van de onderdrukte vrouw is voorbij. De tijd van de onderdrukkende man is voorbij. “Time’s up” aldus Oprah. Vala keek ernaar en hoopte met heel haar hart dat het waar is. Maar kon niet anders dan zich afvragen: ‘Is it?’

Op zich ben ik niet per se fan van Oprah. Maar toen ik haar speech terugkeek zat ik aan het eind toch met een brok in mijn keel en tranen in mijn ogen. Want wat ze zei was zo wáár. Het riep zo’n enorm gevoel van herkenning bij mij op. Dat gevoel van onderdrukking, van altijd tweede viool spelen, van ongelijkheid. En van hoe ontzettend frustrerend, oneerlijk en verdrietig dat is. Dat gevoel, kortom, van vrouw zijn in deze wereld. En dat gevoel van erkenning en kracht dat sinds het opkomen van de Me Too beweging langzaam in mijn binnenste is gaan gloeien. Bij het zien van alle vrouwen die zijn opgestaan en zich hebben uitgesproken tegen het onrecht dat ons zo vaak, en alsof het bijna vanzelfsprekend is, wordt aangedaan. Maar, “A new day is on the horizon” zei Oprah, want over niet al te lange tijd zullen er geen vrouwen en meisjes meer zijn die me too zullen hoeven zeggen. Ik wil Oprah heel graag geloven. Zo graag zou ik willen dat mijn twee dochters opgroeien in een wereld waarin zij niet behandeld worden als tweederangs mensen. Waarin zij niet gezien worden als gebruiksvoorwerpen. Waarin zij niet bang hoeven zijn, zoals ik dat helaas wel regelmatig ben geweest. Waarin zij niet hoeven meemaken wat ik helaas wel mee heb gemaakt. En ja, het is ontzettend goed en hoopvol dat er nu eindelijk een écht tegengeluid te horen is. Maar desondanks kan ik niet anders dan, na alle bekentenissen, alle openheid en alle aandacht voor dit grote, wijdverspreide maatschappelijke probleem, denken: en nu?

Lees ook: Dames, wees niet bang: je krijgt er heel veel voor terug. Maar het is óók kut.

Natuurlijk is het ontzettend goed dat er eindelijk een podium is voor deze kwestie. Het zou eens tijd worden. Maar, wat is nu de volgende stap? En vooral: komt die er wel? Want de vinger op de zere plek leggen is één ding, maar gaan we het bloeden van de wond dan ook daadwerkelijk stelpen? Kunnen we dat? Ik moet je eerlijk zeggen dat ik het betwijfel. Want, de eerstvolgende vrouw die na seksueel misbruik aangifte doet, wordt die nu dan eindelijk wél zonder meer geloofd? Wordt er dan, zonder twijfel en opgetrokken wenkbrauwen, een onderzoek gestart? Wordt het woord van de vrouw die haar verhaal komt doen ook echt voor waar aangenomen? Want daar begint het natuurlijk mee. En ik vraag mij ten zeerste af of dat mogelijk is in een samenleving die voor de helft bestaat uit personen die in een andere wereld leven dan die vrouw. Dat is namelijk het geval. Iedere man die op dit moment op deze aarde rondloopt, leeft in een andere wereld dan die waarin vrouwen leven. En het probleem is dat ze dat doorgaans helemaal niet door hebben. Niet eens omdat ze het niet wíllen zien, maar omdat ze dat simpelweg niet kúnnen. Je bent tenslotte niet in staat te begrijpen wat een ander doormaakt als je in haar schoenen niet gestaan hebt.

Ter illustratie: vanmorgen had ik, n.a.v. de speech van Oprah, in de auto ruzie met mijn eigen man. Mijn man, die in het geheel geen kontenknijpende, seksistische klootzak is, maar juist de liefste, meest zorgzame man die je je kunt voorstellen. Een man die helemaal voor gelijke rechten en behandeling van vrouwen is. En die nog nooit in z’n hele leven een vrouw seksueel heeft benaderd zonder daar eerst uitgebreid, schriftelijk en in drievoud, toestemming voor te vragen. Maar die desondanks van mening was dat die hele onderdrukkingshypothese van vrouwen toch niet helemaal terecht is. Omdat, zei hij, het vooral ligt aan hoe vrouwen zich zélf verhouden in de maatschappij. Aan het feit dat we niet genoeg van ons afbijten, dat we niet genoeg voor onszelf opkomen. Dat we niet gaan halen waar we recht op hebben. Zoals veel mannen dat wel doen en dús krijgen wat ze willen en daardoor met respect en ontzag behandeld worden. En zich verzekeren van een goede positie in de maatschappij. Mijn tegenwerpingen dat dat natuurlijk een grove versimpeling van het issue is en dat meisjes bijna zonder uitzondering al van jongs af aan door de maatschappij worden geïndoctrineerd met het idee dat zij minder zijn, minder mogen, minder rechten hebben en dientengevolge daardoor gevormd worden, waardoor ze veel minder eenvoudig voor zichzelf op durven en kúnnen komen, omdat dat heel vaak niet wordt geaccepteerd en bovendien ook nog eens genadeloos wordt afgestraft, was volgens hem onzin. In ontwikkelde Westerse landen krijgen jongens en meisjes tegenwoordig vergelijkbare opvoedingen, dus die vlieger ging wat hem betreft niet op. Nee, het lag volgens hem toch echt aan de intrinsieke houding van de vrouw, die nou eenmaal minder daadkrachtig is. Met machtsverschil had het weinig te maken. Want macht, die kun je gewoon grijpen, ongeacht van welk geslacht je bent.

Toen ik uit de auto stapte was ik woedend. Wóedend over zoveel onwetendheid. Domheid. Seksisme. Maar terwijl ik door de vrieskoude stad mijn weg vervolgde, werd me met iedere stap duidelijker wat hier eigenlijk aan de hand was. Mijn man was niet opeens als seksistisch mansplainend monster uit de kast gekomen, hij wist gewoon niet beter. Hij dacht écht dat het beeld dat hij schetste klopte. Omdat dat het beeld is dat hij, in zijn wereld, gekregen heeft. Simpelweg omdat hij een man is. Een priviliged white male ook nog. En hij leeft niet in mijn wereld. Hij leeft niet in de wereld van de vrouw, waarin ons, weliswaar heel vaak niet eens meer door onze eigen ouders, maar wel door het maatschappelijk gedachtegoed in het algemeen, geleerd wordt dat wij minder zijn. Er minder toe doen. Dat onze stemmen niet gehoord hoeven worden. Hij is opgegroeid met de boodschap dat hij zich sterk mag uitspreken zonder vervolgens voor ‘hysterisch’ te worden versleten. Hij is opgegroeid met het idee dat hij eisen mag stellen aan alles en iedereen om hem heen zonder dat hij te horen krijgt dat hij arrogant en vervelend is, dat dat niet passend is, niet ‘hoort’. Hij is opgegroeid in de volledige veronderstelling dat hij gerespecteerd wordt om wie hij is. Dat hij krijgt wat hij verdient, gewoon omdat hij daar recht op heeft. Zijn lichaam is nooit beschouwd als publiek bezit, nooit gebruikt op een manier waar hij zelf niet voor gekozen had. Zijn seksualiteit is nooit tegen hem gebruikt. Hij heeft altijd kunnen halen wat hij wilde hebben, ja natuurlijk omdat hij zich daar zelf voor inzette en heel hard voor maakte, maar ook (en voor een heel groot deel durf ik te zeggen) omdat hij die mogelijkheid, als man, altijd gekregen heeft. Echter, iets kan alleen ervaren worden als een voorrecht als je ook weet hoe het is om structureel benadeeld te worden. Altijd 1-0 achter te staan. En dat weet hij, en de meeste mannen met hem, nou eenmaal niet. En hoewel onwetenheid natuurlijk nooit een excuus is voor het klakkeloos accepteren, nooit betwisten, of niet bevechten van een fout regime, weten we ook dat het bijzonder moeilijk is om een stap te zetten buiten de kaders waarbinnen je bent opgegroeid en te zien dat de dingen er in het licht dat daar schijnt wellicht wat anders uitzien. Want net zoals goed als ik dat ben, is ook hij geïndoctrineerd door de wereld waarin hij zich beweegt. En indoctrinatie is een krachtige manier om mensen blind te maken.

Zolang de werelden waarin mannen en vrouwen leven niet dezelfden zijn, vrees ik dat er weinig zal veranderen. Hoeveel vrouwen er ook hun verhaal vertellen en uit protest in zwarte jurken op gala-evenementen verschijnen. Wat we vooral moeten blijven doen trouwens, begrijp me niet verkeerd, want onrecht moet ten allen tijde fel en openlijk kenbaar gemaakt worden, maar zolang het uitzicht dat we hebben als we naar buiten kijken niet gelijk is, zullen we altijd andere grond onder onze voeten hebben om ons op voort te bewegen. Daarom denk ik dat, zoals bij iedere grote maatschappelijke verschuiving, de verandering moet komen van binnenuit. Dat wij als vrouwen dus niet moeten verwachten dat de mannen uit zichzelf zullen veranderen, maar dat wíj daar zelf voor moeten zorgen. Niet door ‘gewoon eens voor op onszelf op te komen’, maar door een nieuwe generatie mannen groot te brengen in ónze wereld. Want dat is een belangrijke machtspositie die wíj hebben: de mannen van de wereld worden op die wereld gezet door ons, de vrouwen. Wij, en wij alleen, staan aan de wieg van hun bestaan, aan de basis van hun zijn, en dus zijn wij in staat hen te vormen tot bewoners van een uniforme wereld. Een wereld waarin gelijkheid, vrijheid en respect geen unicum, geen doel, geen prestatie, maar weinig meer dan een gegeven zijn. Dus, vrouwen van de wereld, bedenk: díe macht, die hebben wij. Is aan ons voorbehouden. Niemand kan ons die ooit afpakken. En het is tijd om hem te grijpen, het heft in eigen handen te nemen. Want zoals dat gaat met elke grote revolutie, het is aan de Verlichten om de weg te leiden. Dus aan ons de taak om de mannen richting het licht te brengen. Pas dan zullen we leven in een wereld waarin er, inderdaad, nooit meer me too gezegd hoeft te worden.

Lees ook: Nee, ik ben geen kindermishandelaar! (En de meeste andere ouders ook niet).

Bekijk de speech van Oprah Winfrey hier.
(Beeld: YouTube)

Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Waarom papa op de eerste plaats moet komen (en je kinderen dus niet)

Als je aan moeders vraagt wie er bij hen op nummer één...
Lees verder