Waarom ik mijn kinderen het liefst een harnas aantrek

Een vriendin kwam een tijd geleden enthousiast aanzetten met een pakketje. “Kijk!” riep ze, “Heb ik voor je besteld”. Leuk, dacht ik, een cadeautje. Ik scheurde het pakje dan ook gretig open en ontdekte Pas op, kijk uit!, een boek waarin te lezen stond welke afgrijselijke huis, tuin en keuken ongevallen je kinderen allemaal kunnen overkomen. En dat zijn er nogal wat…

Fatalistisch aangelegd als ik ben, heb ik het boek natuurlijk toch gelezen. Daarna heb ik een week nachtmerries gehad. Je wilt namelijk niet weten wat voor afschuwelijke dingen je kroost kunnen gebeuren terwijl ze gewoon veilig thuis zijn. Veilig? Vergeet het maar! Zo kan je kleuter zich namelijk ophangen aan het gordijnkoord, terwijl jij denkt dat hij lekker op zijn kamer aan het spelen is. Je peuter kan zichzelf verdrinken in de toiletpot tijdens een rondje zindelijkheidstraining. Er stond zelfs een verhaal in van een vrouw die haar nichtje in de fik had gestoken, omdat ze een scheut spiritus op een slecht brandende barbecue goot. De rillingen liepen over mijn rug tijdens het lezen.

Kinderen hebben is doodeng. Ze lopen namelijk in zeven sloten tegelijk, ook als je ze dat nadrukkelijk verboden hebt. Je hebt van die moeders die gewoon hun schouders ophalen als hun kinderen op een stoeprand hun hele melkgebit uit hun mond vallen. Niet omdat dat slechte moeders zijn, maar omdat het er nou eenmaal bij hoort. Kinderen maken brokken. Geschaafde knieën, gebroken armen, blauwe ogen, er zijn maar weinig ouders die nooit met een bloedend kind op de Spoedeisende Hulp terecht komen, of de basisschooljaren door weten te komen zonder een fortuin te spenderen aan Betadinepleisters. Je kunt als ouder dus maar beter een dikke huid kweken en een EHBO cursus volgen, dan ben je tenminste voorbereid als je tijdens een potje buurtvoetbal weer eens het splinterende gekraak van je zoons brekende botten hoort.

Dit artikel gaat door onder de afbeelding

LEES OOK: Zó werkt moederschap op de survivalmodus!

Helaas ben ik van het hysterische soort en is mijn huid na bijna zes jaar moederschap nog steeds flinterdun. Het is dat de vader van mijn kinderen het vooralsnog heeft weten te voorkomen, anders had ik de Terroristen standaard met een helm en kniebeschermers naar buiten gestuurd. Toen Terrorist nr. 1 twee zomers geleden een gat in zijn hoofd viel, heb ik staan hyperventileren van ellende. Het arme kind lag, na een onfortuinlijke struikelpartij, voor pampus op de grond, het bloed gutsend uit het gapende gat op zijn voorhoofd en ik stond ernaast in een papieren zakje te blazen, dat mij was aangereikt door een bezorgde voorbijganger. Terwijl papa in allerijl met onze zoon naar het ziekenhuis reed, moest ik getroost worden door Terrorist nr. 2, die destijds nog maar een dreumes was en dientengevolge dus eigenlijk nog helemaal niet bevoegd om haar eigen moeder van wijn en ibuprofen te voorzien.

Kinderen hebben buiten de stad is helemaal verschrikkelijk. Je zou denken dat ze in Amsterdam meer gevaar lopen, met al het verkeer, de vervuiling en de criminaliteit, maar juist hier slaat mijn angstige moederhart met grote regelmaat een paar slagen over. Laatst stuiterde Terrorist nr. 1 middels een fraaie salto zo de trampoline af. Hij landde meters verderop tegen een boom, waar hij even doodstil bleef liggen. De opluchting was groot toen hij grijnzend opkrabbelde en dus zijn nek niet gebroken leek te hebben, maar in die anderhalve minuut heb ik zeker tien nieuwe grijze haren gekregen. Ik was al begonnen met het verwijderen van de trampoline, aangezien zo’n ding duidelijk levensgevaarlijk is, maar daar heeft zijn vader helaas een stokje voor gestoken. Hij had zich tenslotte niet voor niets bijna een hernia geschept om dat ding in de grond te krijgen. Dan maar een paar gebroken nekwervels, daar wordt een kind hard van. Papa is duidelijk pragmatischer aangelegd dan ik.

Terrorist nr. 2 bevindt zich helaas nog steeds in de orale fase en probeert dus alles op te eten dat op haar weg komt. Nou ben je als ouder natuurlijk niet blij als je peuter in de stad een uitgekauwd stuk kauwgom van de straat peutert, of probeert de aangekoekte mayonaise uit een weg gesmeten patatbakje te likken, maar wanneer je dochter enthousiast de jerrycan met benzine voor de grasmaaier aan haar lippen zet, of grijnzend op je af komt lopen met een mond vol slijmerige, stuk gekauwde naaktslak, wilde je toch dat je weer gewoon lekker veilig driehoog achter in Amsterdam-Oost woonde.

Sinds ik Pas op, kijk uit! heb gelezen word ik regelmatig zwetend wakker. Ik was al niet de meest relaxte moeder, maar dankzij dit boek hebben mijn kinderen helemaal geen leven meer. Overreden worden door een tractor, verdwaald raken in het bos, stikken in een korrel kippenvoer, ik lig er ‘s nachts wakker van. Mijn gezin vindt dat ik me aanstel, maar het bewijs staat zwart op wit in mijn boek: achter iedere paardenbloem schuilt gevaar.

“Jahaaa mam, ik doe toch voorzichtig!” moppert Terrorist nr. 1 terwijl hij op zijn skelter de hoek van het weiland om schiet om aan mijn neurotische oog te ontkomen en zichzelf in alle rust met een rotvaart in een greppel kan storten. Terrorist nr. 2 verdwijnt af en toe spoorloos, om vervolgens tien minuten later met dubieuze vlekken om haar mond uit het struikgewas op te duiken. Ik vermoed dat ze ergens een geheime schuilplaats heeft gebouwd om stiekem giftige bessen te eten en smeerolie te drinken.

Ik doe mijn best om rustig te blijven. Vertrouwen te hebben. Kalm te zijn. Maar god, wat is dat moeilijk.

Lees ook: Dit zijn de aller-allergevaarlijkste speeltuinen van de wereld (oef!!).

Meer van Vala vind je op haar eigen blog: Stadsmeisje op het platteland.

Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Hoe een meisje heel ver weg mijn kinderen een belangrijke les leert

Onze kinderen, die van mij en ook die van jou, groeien op...
Lees verder