Waarom ik nooit meer met een kind op een kamer wil slapen

Vala en haar man moesten deze zomervakantie op een kamer slapen met hun peuterdochter. En toen wist Vala weer waarom ze geen fan is van co-sleepen.

Van tevoren had ik al zo mijn twijfels over het slaaparrangement, maar ik liet me overhalen door mijn man, die stellig beweerde dat het heus allemaal wel goed zou komen. Bovendien hadden we ook weinig andere keus, aangezien we bij mijn ouders logeerden en die hebben in hun Franse huis nou eenmaal niet meer dan twee extra slaapkamers. Een voor mijn oudste twee, en een voor Mario, mij en onze peuterdochter Arwen. Haar bij haar grote broer en zus leggen is namelijk nog geen optie, aangezien het kroost elkaar dan gegarandeerd de halve nacht wakker houdt en niet alleen wij, maar ook opa en oma door al dat nachtelijk gespook geen oog dicht doen. En dat kun je een stel ouwe mensen die je twee weken lang voorzien van Sauvignon Blanc en camembert nou eenmaal niet aandoen. Dus waren Mario en ik 14 dagen lang roomies met ons kleine meisje. Klinkt heel gezellig. Knus. En toegegeven, dat was het ook als we ‘s ochtends dat lieve stemmetje: “Mama, papa, opsjjjjtaaaaaan” hoorden kwetteren, terwijl ze ons vanuit haar campingbedje onder onze voeten kietelde. Althans, dat zou het geweest zijn, als ik ‘s nachts ook daadwerkelijk geslapen had. Maar deze vakantie heeft me weer even herinnerd aan het feit dat ik voor co-sleeping gewoon niet in de wieg gelegd ben. Want ik ben vermoeider terug gekomen, dan ik heen ging.

LEES OOK: Ik dacht dat ik een oermoeder zou zijn, maar dat bleek een illusie.

Kinderen hebben namelijk nogal eens de neiging een aanzienlijke hoeveelheid geluid te produceren in hun slaap. Dat was ik vergeten, maar toen ik de eerste nacht mijn kamer deelde met Arwen kwamen de herinneringen daaraan weer levendig terug. Bijvoorbeeld aan de eerste maanden van het leven van haar grote broer, die een werkelijk spectaculair arsenaal aan slaapgeluiden in zijn repertoire had, variërend van rochelen, boeren, snuiven, hijgen, piepen, zuchten, snurken en scheten laten. Tot mijn grote wanhoop, want ik had in alle babybijbels gelezen dat je toch minstens zes maanden met je baby op dezelfde kamer moest slapen, ter voorkoming van wiegendood en ter bevordering van de moeder-kind hechting. Maar het was gewoon niet te doen. De kakofonie van geluid die hij produceerde was oorverdovend en de nachtvoedingen daarbij optellend zorgden bij mij al snel voor een naderend slaapdelirium. Daarom verhuisde ik mijn zoon na drie maanden naar zijn eigen kamer en trok een van mijn eerste ontaarde-moeder-conclusies: samen slapen met een kind is niet mijn ding.

Had ik dat maar beter onthouden, want binnen een paar dagen in Frankrijk overwoog ik stante pede naar de Carrefour te rijden voor een Franse babyfoon en een tentje, dat ik dan in de tuin van mijn ouders kon opzetten. Dan konden Mario en ik daarin gaan slapen zodat onze nachtrust niet verstoord zou worden door al het kabaal dat de hele nacht opsteeg uit het campingbedje. Het ging zelfs zover dat Arwen soms midden in de nacht spontaan en op vol volume uitbarstte in de themesong van de Teletubbies, of haar favoriete hit ‘Olifantje in het bos’, waarna ze na drie coupletten tevreden “Klaaaaar!” riep en zich weer lekker omdraaide om verder te tukken. En dan was er nog het constante gedraai, geschuif en gesnurk dat me iedere nacht weer belette om een beetje fatsoenlijk in mijn REM-slaap te komen. Ik zal wel een neurotische slaper zijn, dat geloof ik zonder meer, zeker gezien het feit dat Mario naast mij gewoon prinsheerlijk op één oor lag en niet begreep waarom mijn wallen iedere dag donkerder en mijn humeur elke ochtend slechter werden, maar dat is dan maar zo. Dus sorry kinderen, wegwezen uit mijn kamer. Mama heeft haar slaap nodig.

Eenmaal thuis, met Arwen aan de andere kant van de overloop, sliep ik weer prinsheerlijk. En dat was nodig, want van deze vakantie moest ik echt even bijkomen. Ik vind het namelijk prima als mijn kind ‘s nachts haar gehele repertoire aan kinderliedjes ten gehore wil brengen en tegelijkertijd de polonaise door haar bed wil lopen, maar die voorstelling wil ik toch liever niet bijwonen. Groot respect voor ouders die maanden, of zelfs jarenlang met hun kind op een kamer, of zelfs in een bed, kunnen slapen. Ik snap werkelijk niet hoe die nog overeind staan. Waarschijnlijk had ik mezelf uit pure wanhoop en frustratie de kop ingeslagen met de knuffel van mijn kind. Mijn ouders willen graag dat we in de herfstvakantie weer komen. Dat is al over drie weken. Eerlijk gezegd weet ik niet of ik tegen die tijd al bijgeslapen ben. Ik denk dus dat er niks anders op zit dan mijn gezin bij mijn ouders onder te brengen en voor mezelf een hotel te boeken. Ik moet er natuurlijk eigenlijk niet aan denken, een paar nachten helemaal alleen in een leuk Frans hotelletje, maar nood breekt nou eenmaal wet. Van slecht slapen word ik namelijk bijzonder chagrijnig en dat is toch een domper op de vakantiepret. Ik kan namelijk inmiddels uit eigen ervaring zeggen: een chagrijnige moeder op vakantie, daar helpt zelfs de allerbeste fles Sauvignon Blanc van de Dordogne nog niet tegen.

Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Waarom iedere moeder haar gezin af en toe in de steek moet laten

Ben jij de vakantie voor volgend jaar al aan het plannen? Misschien...
Lees verder