18 Dingen die je denkt tijdens de bevalling (wat is dat gore ding?!?)

Je bevalling is echt iets anders dan je je in je hoofd had voorgesteld. Want er zijn simpelweg dingen die je je van te voren écht niet kan indenken. Zoals deze 18 dingen. Bijvoorbeeld. 

Je proberen een voorstelling te maken van je bevalling is net zoiets als tot in detail uitdenken hoe je je zou voelen als je op blote voeten de Mount Everest zou beklimmen: je kunt je indenken dat het koud zal zijn, en dat je benen moe worden. Maar echt weten hoe het voelt, da’s lastig. Zo is het dus ook met bevallen. Mijn voorstelling zag er ongeveer zo uit: het gaat pijn doen, en het zal zwaar zijn. Eenmaal bezig kreeg pijn een nieuwe dimensie, en zwaar ook, en bleken al mijn goede voornemens uit mijn hoofd verdwenen. Nee, ik trad de pijn niet tegemoet met iets Zens als ‘de-ze wee komt nooit meer terug’ en het schijnt dat je ook heel leuk kunt puffen op Kortjakje, ware het niet dat ik me de tekst heel even niet kon herinneren. Wel kwamen er allerlei meer en minder relevante gedachten voorbij. Je voorbereiden is dus lastig, maar weet dat het in elk geval meer dan normaal is om een van deze dingen te denken.

LEES OOK: Hoe mijn horrorbevalling mijn wens voor een tweede kind in de weg zit.

Dit artikel gaat door onder de afbeelding

1. Wat weet jij er eigenlijk van?
Ja hoor, ze is ervoor opgeleid. En ze bedoelt het goed. En je bent dol op haar, want ze gaat je helpen vandaag nog een baby af te leveren, heeft ze beloofd. En ze weet natuurlijk waar ze het over heeft, want we hebben het hier over haar core business: bevallen. Maar hallo hé, kan de verloskundige (/arts-assistent / gynaecoloog) misschien even ophouden met al die moeilijke aanwijzingen? Hoezo mag ik niet schreeuwen, moet ik op mijn zij liggen, mijn benen vastpakken, zuchten, niet zuchten, draaien, drinken, persen. Wat weet jij er eigenlijk van, ouwe betweter?! Doe het lekker zelf dan.

2. Ik kap ermee.
Er is iets heel verneukeratiefs aan bevallen: je kunt dus niet uitstappen, er zit ook geen pauze in en wil je niet meer, dan heb je pech. En toch, tóch, ga je denken: ik kap ermee. En dat ga je ook zeggen. Waarna er allemaal mensen heel begrijpend reageren om je vervolgens glashard mee te delen dat je door moet gaan en dat je het echt, heus, jazeker kunt.

3. Heb ik dat?
En dan komt het moment dat de 25-jarige extreem knappe arts-assistent aan je bed verschijnt, die bovendien een halfuur geleden fris en fruitig aan zijn dienst is begonnen, terwijl jij al anderhalf etmaal weeën zit, staat, ligt of hangt op te vangen. En je ondanks je huidige staat nog in staat bent je te realiseren dat je niet bepaald een knappe aanblik biedt. Dus waarom staat nu net dit goed gelukte exemplaar aan je bed in plaats van de morsige gynaecoloog op leeftijd wiens brilletje altijd net een beetje scheef staat? Heb jij dat?!

4. Duurt het nog lang?
Op zich een heel legitieme en geoorloofde gedachte, want bevallen kan best een tijdje duren en je wilt ook weleens weten of je er al bijna vanaf bent. Alleen ga je dit dus ook vragen. Hardop. Aan iedereen die voorbij komt. Terwijl je weet dat je toch geen antwoord krijgt.

5. Mag ik onder narcose?
Je laat nog geen kies trekken zonder fikse verdoving, maar nu je de ergste pijn van je leven doorstaat moet je dat ineens doen met minder dan een aspirientje?! Dat kan natuurlijk niet. Gelukkig zijn er fijne zaken als ruggenprikken en pijnstillingspompjes, maar op het hoogtepunt denk je nog maar één ding: ik wil nú onder narcose.

6. Ik weet helemaal niet hoe dit moet.
Met al je boeken, ervaringsverhalen van vriendinnen en zelfs een heuse podcast op je iPod vond je jezelf toch echt lekker voorbereid op de bevalling. Maar nu het spektakel eenmaal is begonnen kom je razendsnel tot een onthutsende conclusie: dat je geen idee hebt hoe dit moet. En dat is oké. Want uiteindelijk doet iedereen gewoon maar wat.

7. Kan iedereen nu eindelijk even z’n kop houden?
Wat kan jou het vakantieadres van de verpleegkundige schelen, of de capriolen van de peuter van je verloskundige. Ja, je hebt er net in het kader van smalltalk zelf naar geïnformeerd maar nu de weeënmeter weer tot grote hoogte stijgt wil je maar één ding: complete en totale stilte.

8. Weet ik veel of ik iets wil drinken!
Mensen gaan dingen aan je vragen tijdens de bevalling. Heel normale, dagelijkse dingen. Waarop je echt het antwoord niet gaat weten. Zoals: wil je iets drinken? Waarop jij denkt: weet ik veel, verzin het lekker zelf! Want dagelijkse dingen zijn soms gewoon heel moeilijk te beantwoorden.

9. Wat moeten ze wel niet van me denken?
In principe ga je alle schaamte voorbij als je aan het bevallen bent. Maar soms komt er vluchtig nog zoiets om de hoek kijken als het besef dat er een half bataljon medisch personeel naar je onderkant staat te turen, dat het heel goed mogelijk is dat je net ten overstaan van dat hele bataljon en je man hebt gepoept of dat je de longen uit je lijf schreeuwt terwijl de verloskundige je heeft verteld dat je je energie beter kunt sparen. Maar hé, je kon even niet anders.

10. Hoe ging dat weeënriedeltje ook alweer?
Je had er nog zo op geoefend: de-ze-wee-komt-nooit-meer-te-rug. En dan zou je de wee als een golf over je heen laten komen en je niet verzetten, want dan duurt het alleen maar langer enzo. Puike theorie, maar nu je van pure ellende het behang van de muren krabt, weet je even niet meer hoe het riedeltje ging. En er was ook nog iets met Kortjakje, maar dat is al helemaal te veel gevraagd.

11. Nee, het gaat niet, GVD!
Hij bedoelt het goed, de schat, maar begrijpt je man dan echt niet dat de vraag ‘gaat het?’ bij lange na niet meer voldoet na zes uur weeën wegpuffen? Da’s meer iets voor een moment dat je je teen stoot. Of te hard hebt gesport. Dus misschien kan hij nu gewoon ophouden met die vraag te stellen. O, en mag dat ellendige washandje ook weg?!

12. Ik ga dood.
Dat je dit gaat denken is op zichzelf nog niet zo schokkend. Dat het helemaal niet zo’n gekke optie lijkt, is dat wel. Het goede nieuws is: je gaat niet dood. En tegen de tijd dat je dit denkt, is het einde meestal nabij.

13. Als ik maar geen lelijke baby krijg.
Natuurlijk zijn alle baby’s schattig en bijzonder en uniek, maar let’s face it: je hebt exemplaren gezien die nou niet meteen de miss-verkiezing gingen winnen. En nu hoop je vurig dat de jouwe niet op een oud mannetje lijkt dan wel helemaal verkreukeld ter wereld komt. Overigens is dit een gedachte die vooral thuishoort aan het begin van de bevalling. Zo richting het einde kan het je niet meer schelen of je de mooiste baby ever of een oude baviaan baart, als die bevalling maar gewoon heel snel voorbij is.

14. Is het raar om nu te appen?
Ja hoor, je bent hartstikke zen en in jezelf gekeerd. Maar je hebt heus wel gezien dat het schermpje van je telefoon voortdurend oplicht. En aangezien je pas twee centimeter ontsluiting hebt en het hele feest van de geboorte nog wel even op zich zal laten wachten, kun je toch wel heel even kijken wie het is…?

15. Persdrang? Wat is dat?
Het stond er echt, in je bevallingsvoorbereidingsboek. En de cursusleidster raakte er ook maar niet over uitgepraat. Persdrang, dat valt niet te negeren. Nee, als het moment daar is, dan merk je het wel. Het woord ‘opluchting’ viel zelfs. Nou, dan ben jij zeker totaal abnormaal, want hoewel de verloskundige je net jubelend heeft meegedeeld dat je ontsluiting volledig is en je dus nu best eens persdrang zou kunnen hebben, heb je werkelijk geen idee meer wat je precies voelt en is er van enige opluchting ook al geen sprake. Vertwijfeld haal je je schouders op en smeekt in stilte of het nu alsjeblieft snel voorbij kan zijn.

16. Wat ga je met die kleertjes doen?
En dan komt het moment dat iemand voorbij komt met een schattig babypakje, dat je herkent als Het Eerste Pakje, door jouzelf met veel zorg uitgezocht. En er worden kruiken gezocht, bedjes gewarmd, dekentjes klaargelegd. Waarbij het enige is wat jij denkt: waar is dat in vredesnaam goed voor? Tot je bedenk dat dat waarschijnlijk bedoeld is voor de baby die jij binnen afzienbare tijd zult afleveren en het gek genoeg allemaal niet eens logisch maar nog veel bizarder lijkt.

17. Wat is dat voor iets goors?!
O, het is de placenta. Ja, prachtig, heel mooi, fijn dat ik nu weet waar de baby al die maanden in gehuisd heeft. En doe nu maar snel weg.

18. Ik ben de allerallerbeste!
Want ik heb dus wel net even een baby afgeleverd. Een echte, heuse baby. En ik leef nog, en de baby ook, dus kom maar door met het levenslange applaus.

LEES OOK: Wat je tijdens de bevalling dus echt niet wilt horen.

Geschreven door
More from Mariette Middelbeek

14 Vragen die je stelt in de kraamweek

Hoewel het in leven houden van een pasgeboren baby een dag- en...
Lees verder