25 Taken waar iedere ouder een bloedhekel aan heeft

Het ouderschap kent veel mooie momenten. Heleboel dingen zijn superleuk om te doen. Eindeloos knuffelen met je kind bijvoorbeeld. Samen boekjes lezen (ja, ook als het 300 keer Nijntje in de speeltuin is), verstoppertje spelen. Maar er zijn ook een aantal dingen waar je dan weer niet zo blij van wordt. Jammer genoeg zijn dat dingen die bijna iedere dag weer terugkomen. Zoals:

Lees ook: 25 Redenen waarom het kinderleven heel erg zwaar is.

1. Luiers verschonen. Want laten we gewoon niet doen alsof we dat niet vies vinden. De poep van je eigen kind ruikt namelijk ook niet naar roosjes. Als ze nog echt klein zijn gaat het nog wel, maar gaan ze eenmaal vast voedsel eten, dan is de stank niet te harden. En dan is iedere luier ook nog eens een woest gevecht, omdat ze nooit langer dan drie seconden stil kunnen blijven liggen op die commode en de stront dus binnen de kortste keren tegen de muren (en op jouw gezicht) zit.

2. Flesjes omspoelen. Want hoeveel onderdelen kan zo’n ding hebben? Ik kwam er niet zo lang geleden nog achter dat er aan de onderkant een soort doorzichtige plastic ring zat die blijkbaar los kon en waar dus, tot mijn grote afgrijzen, een woekerende plakkaat schimmel onder bleek te groeien. Kunnen ze die dingen niet gewoon aan één stuk maken?

3. Schoenen aantrekken. Bij je kind dus. Want zie maar eens een paar dreumesvoeten in een paar winterlaarsjes gepropt te krijgen. Ik ben iedere keer weer bang dat ik een enkeltje breek met al dat trekken en duwen, maar je kunt zo’n kind toch ook moeilijk midden in de winter op sokjes naar buiten laten gaan.

4. Nagels knippen. Bij baby’s is dat doodeng, omdat je altijd bang bent dat je in zo’n piepklein vingertje knipt (want je ook minstens één keer zult doen, waarna je een levenslang schuldgevoel hebt) en als je kind wat ouder wordt is het verschrikkelijk omdat ze zich met man en macht zullen proberen te verzetten en bovendien de hele buurt bij elkaar gillen, alsof je zojuist met een heggenschaar al hun vingers eraf hebt geknipt.

5. Aankleden. Dat willen ze namelijk nooit. En als ze het wel willen kunnen ze het niet zelf. Of ze willen iets aan dat in de was zit / te koud is / te warm is / van jou is / kapot is / in de verkleedkist hoort. En bij baby’s is het gewoon eng. Omdat je van die heel kleine, breekbare ledematen door hoofd,- en armsgaten moet zien te manoeuvreren en je al helemaal voor je ziet hoe je onvermijdelijk iets gaat breken.

6. Eten geven. Omdat er gegarandeerd minstens drie keer een lepel met pap / yoghurt / babyprutje uit je hand geslagen wordt. Of omdat ze per definitie niet lusten wat er op tafel komt. En het dus een strijd wordt omdat je per se wilt dat ze iets eten, gewoon uit ouderlijke bezorgdheid, maar zij feilloos aanvoelen dat dat je zwakke punt is en hun kaken dus nog steviger op elkaar houden.

7. Badderen. Vinden kinderen doorgaans leuk. Maar dan willen ze er niet meer uit. En op de één of andere manier is altijd de hele badkamer nat. En jij zelf ook.

8. Kinderen in autostoeltjes doen. Dat weet je van tevoren niet, maar het is aan te raden om voordat je kinderen krijgt intensief aan krachttraining te doen. Je zult namelijk al je kracht nodig hebben om je kind in zo’n stoeltje te krijgen. Ze zullen schoppen, maaien, planken dat het een lieve lust is, in een verwoede poging niet ingesnoerd te worden. Een extra set kleding is vereist als je met de auto gaat. Voor jou dus. Omdat je er klotsende oksels van krijgt.

9. Kinderspullen schoonmaken. Hoe ze het voor elkaar krijgen is me een raadsel, maar op alles wat je kind gebruikt zal uiteindelijk schimmel gaan groeien. Al koop je de meest eenvoudige plastic kinderstoel van Ikea, dus zonder verstelbare treden en kussentjes enzo, ook daarop zul je uiteindelijk iets groens en wolligs aantreffen waarvan je echt niet weet hoe het daar gekomen is. De beste remedie is één keer per week gewoon alles in de tuin flikkeren en de hoge drukspuit erop te zetten.

10. Een babynekje schoonmaken. Daar zit namelijk ook schimmel in. Bovendien blijken er altijd dingen verdwenen te zijn in de vetrollen van een baby. Wees niet verrast als je zo’n plooi opzij duwt en er een hele broodkorst uit komt rollen.

11. Medicijnen toedienen. Alsof je probeert ze arsenicum te laten drinken, zoveel drama maakt het gemiddelde kind als je aan komt zetten met iets dat de dokter heeft voorgeschreven. Niet zelden is het vereist met twee man sterk bovenop het kind te gaan zitten en de antibiotica via een trechter dat keeltje in te gieten.

12. De was doen. Omdat die wasmand nooit leeg raakt. Nooit.

13. Ergens naartoe gaan. Zelfs voor een tripje naar de supermarkt drie straten verderop moet je net zoveel inpakken als wanneer je drie weken op vakantie gaat. En vergeet het maar helemaal als je ook nog ergens op een bepaalde tijd moet zijn. Verloren zaak. Sowieso.

14. Het bedritueel. Duurt iedere avond weer een eeuwigheid. Verhaaltje, slokje water, kusje, knuffel, nog een slokje water, nog een kusje, nog een knuffel ennn…nog een keer.

15. Boterhammen maken. In vier stukjes. Nee, zes! Waarom zijn het geen vierkantjes? Oh nee, het moesten driehoekjes zijn! Waarom zit er jam op? Als ik jam zeg, dan bedoel ik toch zeker pindakaas! Tjongejongejonge.

16. Doktersafspraken. Omdat de symptomen altijd op miraculeuze wijze verdwijnen zodra je kind over de drempel van de spreekkamer stapt. Of omdat je weet dat de dokter medicijnen gaat voorschrijven en jij er dan voor moet zorgen dat je kind die ook daadwerkelijk binnen krijgt (zie punt 11).

17. Tandenpoetsen. Wil het kind altijd zelf doen, wat betekent dat de tandpasta van het borsteltje afgezogen wordt en er welgeteld misschien één tandje gepoetst wordt. Waarna je dus weer met twee man sterk bovenop je kind moet gaan zitten in een poging de tandartskosten te drukken (je moet tenslotte ook de orthodontist nog betalen in de puberteit straks).

18. Snot afvegen. Resulteert altijd in woest gekrijs en geworstel omdat het blijkbaar verschrikkelijk is om een zakdoekje tegen je neus gedrukt te krijgen als er groene bellen uit bubbelen. Waarna die groene bellen over het hele gezicht blijken te zijn uitgesmeerd door de worsteling en je het hele gezichtje moet wassen (en over díe worsteling zullen we het maar niet eens hebben).

19. Urine wegpoetsen. Geldt voornamelijk voor ouders van jongetjes. Richten is namelijk nogal een ding. Als in dat doorgaans zo ongeveer alles in de badkamer geraakt wordt, behalve de wc. Waarna er dan gelige korsten tussen de tegels ontstaan, die jij iedere dag weer weg moet bikken.

20. Haren doen. Geldt voornamelijk voor ouders van meisjes. Die willen namelijk wel een Elsavlecht, maar niet dat je aan hun haar trekt. Of dat het langer dan vijf minuten duurt om zo’n vlecht te maken. Ik pleit voor een boblijn voor alle meisjes in de basisschoolleeftijd. Daarna moet de oog-hand coördinatie goed genoeg zijn om zelf te borstelen en met elastiekjes aan de slag te gaan.

21. De waarom-fase. Uiteindelijk heb je geen antwoorden meer, maar zij nog steeds wel vragen. Op alles wat je zegt kan namelijk een ‘waarom?’ volgen. “Waarom is dat een hond?”, “Waarom vind jij dat het niet regent?”. Bespaar je de moeite en ga niet eens beginnen aan constructief antwoorden. Het antwoord is ‘daarom’. Altijd.

22. Schoolreisjes begeleiden. Het is al knap dat je iedere dag weer met dezelfde hoeveelheid kinderen thuiskomt als je weg bent gegaan, maar nu moet je dus ook nog een hele kúdde van die wezens van A naar B zien te krijgen? Je zou van minder een zenuwinzinking krijgen.

23. Je technische kennis up to date houden. Kinderen hebben namelijk het wonderlijke talent om alles wat met techniek te maken heeft binnen no time door te hebben. Hoe ze het leeftijdsslot van de computer af krijgen bijvoorbeeld. Of hoe ze dingen moeten downloaden op de iPad. Het is daarom zaak ze altijd één stap voor te blijven. Maar dat vereist wel de nodige zelfstudie in de avonduurtjes, als je net lekker wilde Netflixen (kut, hoe ging de tv ook alweer op dat kanaal…?).

24. Helpen met huiswerk. Je ontkomt er niet aan en jij wilt tenslotte zelf ook dat je kind het goed doet op school, maar nu moet je doen alsof jij het allemaal wél snapt. En dan zit je dus ’s avonds stiekem vooruit te werken in die rekenboekjes, omdat je niet door de mand wilt vallen.

25. Zorgen maken. Want dat blijf je altijd doen. Echt altijd, iedere dag. Doodvermoeiend. Maar je kunt niet anders.

Lees ook: 18 Dingen die ik ga doen wanneer mijn kind uit huis gaat.

Niets meer missen?
Meld je aan voor onze wekelijkse nieuwsbrief!

Vala (36) is journalist en tekstschrijver en heeft drie kinderen: een zoon van 8, die autisme heeft, en twee dochters van 6 en 2 jaar. Vala heeft het Syndroom van Ehlers-Danlos, een zeldzame chronische ziekte, maar probeert zich daar niks van aan te trekken (wat soms jammerlijk mislukt). Ze is getrouwd met Mario en samen runnen ze een nogal gemankeerd, maar heel erg leuk gezin. Want saai is het in ieder geval nooit.

Lees ook
Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Hoe je een peuter in bed krijgt – in 100 eenvoudige stappen

Een peuter in bed weten te krijgen, dat is zo ongeveer lastiger...
Lees verder