Doet u mij maar 10 dreumesen

Iedere kinderleeftijd heeft zo z’n charme. Maar de ene fase ligt je nou eenmaal beter dan de andere. Vala’s Arwen is inmiddels baby-af en dus nu een dreumes. En daar kan Vala er wel tien van hebben.

Ik ben geen baby-moeder. Dat had ik na mijn eerste kind eigenlijk al wel door, maar na drie keer de babytijd te hebben doorgemaakt weet ik het zeker. Hartstikke lief hoor, zo’n baby, maar niet zo erg aan mij besteedt. Ik vind het maar saai, zo’n kind dat alleen maar een beetje ligt, en drinkt en poept en (heel soms en in het geval van mijn kinderen bij voorkeur ook niet ‘s nachts) slaapt. En mijn grootste babybottleneck: het gebrek aan communicatie. Onhandig en soms ook best wel irritant, wat mij betreft. Ik ben ook geen peutermoeder. Hoewel ze op die leeftijd hilarisch kunnen zijn en het communicatieconcept doorgaans inmiddels vrij goed onder knie hebben (zij het in woedende keelklanken, zij het in volzinnen, maar communiceren doen ze), ben ik niet per se een liefhebber van het hele recalcitrantie, grenzen-zijn-er-per-definitie-om-op-te-zoeken-ding. Maar die periode daar precies tussenin, tussen baby en peuter, dat is wat mij betreft een glorietijd. Want een dreumes, dat vind ik puur, ja daar komt ‘ie hoor: genieten.

Lees ook: Ja, mijn kind heeft blote voeten in oktober (en bemoei je daar niet mee)

Mijn Arwen is nu 16 maanden oud en ik vind iedere dag met haar een feestje. Ze loopt (en lopende dreumesjes zijn wat mij betreft schattiger dan een hele mand met kittens), ze snapt al een heleboel (scheelt zoveel in het sta-ik-hier-dan-echt-tegen-een-blinde-muur-te-lullen-gevoel) en ze praat ook al een beetje. Ze is ondeugend, maar nog niet bewust stout. En je kunt d’r nog blij maken met een drol in een doosje. En het allerleukste: ze wil het liefst de hele dag bij me zijn. Peuters willen alles ‘selluf’ doen, maar dreumesjes, dat zijn gezelschapsdieren. Beginnen te janken alsof je een half jaar naar Tibet vertrekt als je naar de wc gaat en vinden jou de beste uitvinding sinds gesneden brood. Die mollige armpjes om mijn nek als ik haar naar bed breng, die kriebelende handjes in mijn haar, het hoofdje op mijn schouder. De gelukzalige zucht als ze haar dikke luierkont weer eens in mijn schoot parkeert en het gegiechel bij ieder grapje wat ik met haar maak, dat is heerlijker dan het beste glas Merlot na een moeilijke dag met een peuter (en nou ja, de meesten van ons weten: dat is dan echt héél lekker).

Iedere keer dat ik een kind krijg (en dit was écht de laatste keer, beloofd) kan ik reikhalzend uitkijken naar de dreumestijd. Dat vooruitzicht houdt me op de been tijdens de vele gebroken nachten in dat eerste jaar, de huiluurtjes, de hectiek en de onhandigheid van het leven met een kleine baby. Als ik dan met dikke wallen en zo’n klein apathisch, boerend wurm op de bank zit in het holst van de nacht doe ik mijn ogen dicht en visualiseer ik mijn kind als dreumes. Met van die dikke kromme beentjes en een lach met een paar kleine tandjes en altijd een druppel kwijl op het kinnetje. Met een klein handje in de mijne en er dan samen twee uur over doen om naar de supermarkt drie straten verderop te lopen. Mijn kind als dreumes, wiens wereld iedere dag een stukje groter wordt en vol wonderen blijkt te zitten. Die ik dan samen met mijn kind mag ontdekken, waardoor ik opeens weer dingen zie die ik al lang weer vergeten was, of waarvan ik niet meer zag hoe mooi ze eigenlijk zijn. Mijn kind, dat dan opeens niet meer een hulpeloos wezentje, maar een heel klein, heel eigen, mensje is geworden.

Nog acht dreumesmaanden te gaan met Arwen, maar ik vermoed dat het er minder zullen zijn, omdat ik nu al peutertrekjes in haar zie. Ik geniet er dus maar met volle teugen van, iedere dag dat ze nog niet schuimbekkend tussen de schappen in de supermarkt ligt. Ja, als ik de baby,- en de peutertijd kon ruilen tegen vier jaar lang tien dreumesen, nou, dan denk ik dat ik zo onderhand wel een weeshuis aan kinderen had gehad. Misschien is het dus maar goed dat er ook wat minder leuke fases zijn, anders had ik hoogstpersoonlijk de overbevolking nog verder in de hand gewerkt. Gelukkig weet ik inmiddels dat ik kinderen vanaf hun 4e jaar ook heel erg leuk vindt. Dan kunnen ze je in die eerder genoemde supermarkt namelijk zelfs helpen en je kunt een écht gesprek met ze voeren. Over borstvoeding en het belang van vaccineren bijvoorbeeld. En ik heb die mogelijkheid maar liefst dríe keer. Oh jongens, dat wordt me toch een partij genieten! Heerlijk.

Lees ook: Om je dood te schamen: als je kind (letterlijk) van zich af bijt.

Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Wil jij een gelukkig kind? Neem een hond!

Toen ik 4 jaar was, vroeg ik mijn ouders om een hond....
Lees verder