Verjaardagsfitties en speelvetes: hoe corona ouders tegen elkaar opzet

De scholen zijn weer opgestart, maar betekent dat dat de rest van het kinderleven ook weer op gang kan komen? De meningen van ouders zijn verdeeld. En dat zorgt voor problemen.

Of ze na school bij een vriendinnetje mocht spelen, vroeg mijn dochter afgelopen week aan mij. De moeder van dat vriendinnetje vond dat goed, zei ze. Het bracht mij in een lastig parket. Ik vind het namelijk niet goed. De kinderen gaan dan weliswaar weer naar school, maar dat betekent mijns inziens niet dat we dus ook het naschoolse leven met alles wat daarbij komt weer kunnen oppakken. De coronacrisis is tenslotte niet voorbij. Het is niet dat ik voor dat virus zelf zo bang ben, althans niet voor mijn eigen gezin. Ik stuur mijn kinderen zonder angst naar school en ik houd ook niet mijn adem in als mensen op straat geen anderhalve meter afstand houden. Maar ik wil er wel graag zo snel mogelijk vanaf. Daarom hanteren wij de voorkomen-is-beter-dan-genezen strategie en beperken we onze sociale interacties. Wat voor onze kinderen betekent: op school en buiten met andere kinderen spelen, prima. Maar daar blijft het bij. Alleen: zoveel gezinnen, zoveel ouders. Die allemaal hun eigen opvattingen en strategieën hebben. Gevolg: gedoe in ouderland. Want wie heeft er nou gelijk?

LEES OOK: Hoe mijn zoon tegen wil en dank een coronaheld werd.

Als kemphanen tegenover elkaar

Een vriendin van mij liep tegen een soortgelijk probleem aan. Een klasgenootje van haar zoon geeft binnenkort zijn verjaardagsfeest. Tien kinderen samen in een huis, plus ouders die moeten brengen en halen. De ouders van de jongen zagen het probleem niet. Meerdere andere ouders wel. Dus regende het afzeggingen, was het feestvarken ontroostbaar en zijn ouders woest. Hysterische angsthazerij, vonden zij het. En ronduit onfatsoenlijk naar hun zoon. Of het jaarlijkse buurttoernooi in de wijk van een andere vriendin, waarbij twintig kinderen op een grasveldje spelletjes deden, terwijl de ouders er gezellig langs de kant bij borrelden. In de open lucht dus, maar die anderhalve meter afstand werd met ieder wijntje kleiner. Moest kunnen, vond mijn vriendin, maar het stel dat naast haar woont vond het toch te riskant en taaide halverwege, middenin in het spijkerpoepen, af met de kinderen. Aanstelleritis, grinnikte mijn vriendin meewarig en opeens sta je als ouders dan te boek als de mietjes van wijk. Zo staan we als kemphanen tegenover elkaar en zorgt het virus voor nog een heel andere aandoening dan Corona: de meningenziekte. En we weten allemaal hoe beroerd je daarvan kunt worden.

Allemaal goede intenties

De ouders van het vriendinnetje van mijn dochter vinden mij een zeikerd omdat mijn dochter niet bij hen mag spelen en ik geen andere kinderen bij ons thuis over de vloer wil. Ik vind hen laks omdat ze mijns inziens teveel risico’s nemen. Overal om me heen zie en hoor ik ouders kibbelen over wat de juiste aanpak is. Over wat er wel of niet waar is. Over wat er wel of niet mag en moet. Wie het wel of niet goed doet. Na alles wat het coronavirus al aanricht vind ik het verdrietig om te zien dat we elkaar nu ook nog zo de maat nemen. Tenslotte willen we allemaal hetzelfde: een zo gezond en normaal mogelijk leven voor onze kinderen. We willen allemaal dat de coronatijd voorbij is. Maar het lastige is dat niemand nou eenmaal echt weet wat nou wijsheid is. Wat het virus doet en hoe het werkt, bij wie dan en waarom. Er is zoveel informatie, en wat ene bron beweert, wordt net zo hard ontkracht door de andere. Wat we horen van de overheid is ook niet altijd duidelijk en laat ruimte voor verschillende interpretaties. Dus maakt iedereen z’n eigen afwegingen. Maar wat we gemeen hebben is dat we allemaal doen wat we denken dat het beste is. En is die goede intentie, ondanks alle onenigheid, niet het meest belangrijk?

Overleven

Of je nu voor of tegen de maatregelen bent, bepaalde dingen anders doet dan andere ouders, of je nou in de pandemie ‘gelooft’ of niet, zouden we niet, boven alles, elkaars zienswijze en aanpak moeten respecteren? Ik heb zo mijn ideeën over de coronacrisis, maar zeker weten doe ik niks. Voor mij zijn de regels die er zijn ingesteld de leidraad, niet omdat ik het met alles eens ben, maar omdat ik dan in ieder geval iets heb om het leven in deze rare tijd mee vorm te geven. Dat ze er bij het vriendinnetje van mijn dochter thuis anders over denken is niet ‘fout’, of verwerpelijk, het is gewoon zoals zij het zien. Daar hoef ik geen oordeel over te hebben, net zo goed als zij er niks van hoeven te vinden dat ik voorlopig geen speelafspraakjes toesta. Het is gewoon zoals het is en daarmee dan even goede vrienden. We doen allemaal ons best. We proberen allemaal alleen maar te overleven. En niemand is willens en wetens bezig deze situatie ook maar een minuut langer te laten duren. Maar dit is onze eerste pandemie, dus we doen allemaal maar wat. Je kunt als ouders over heel veel dingen discussiëren en er is over heel veel dingen onenigheid in ouderland. Maar waarover we niet met elkaar in conclaaf hoeven is over of we wel of niet klaar zijn met Corona. Dat zijn we allemaal. Want na twee maanden opgesloten zitten met onze kinderen, is er geen ouder meer die hier nog lichtzinnig over denkt.

LEES OOK: Het papa-privilege: klagen over je kroost en geen haan die ernaar kraait.

Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Brief aan mijn ongeboren kind

In de zomer krijgt Vala haar derde kind. Na haar twee Terroristen (nu...
Lees verder