Hoe ik mijn dochter kwijtraakte in de Apenheul

Welke ouder raakt er nou zijn kind kwijt? Nou, Vala dus. In de Apenheul. Want opeens was haar peuterdochter Arwen weg. En kreeg Vala een hartverzakking.

Altijd als ik in dierentuinen, pretparken of de IKEA dat ene omroepbericht hoorde: ‘Teuntje is zijn ouders kwijt. Willen de ouders van Teuntje zich melden bij de klantenservice?’ schudde ik stiekem mijn hoofd en dacht: wie raakt er nou z’n kind kwijt? Want het is toch gewoon een kwestie van goed opletten en je kind bij je houden? Hoe moeilijk kan het zijn? Nou, heel moeilijk dus en sinds kort weet ik dat, want laatst overkwam het mij zelf. Opeens was mijn dochter weg. Foetsie, verdwenen, AWOL. Het ene moment stond ze aan het handje van papa, het volgende moment had ze de benen genomen. En ik kan je zeggen: de paniek die ik toen voelde, die vergeet ik nooit meer.

Het was een zonovergoten zondag in de Apenheul. Wat, daarvan wil ik bij deze alle ouders op de hoogte stellen, wat mij betreft het meest onoverzichtelijke dierenpark ter wereld is. Het was druk en warm, hordes kinderen krioelden door elkaar op iedere plek waar een loslopende aap opdook en vormden daar dan samen met hun instructies en waarschuwingen scanderende ouders het soort kolkende mensenmassa die ik verder eigenlijk alleen in mijn puberteit bij concerten van de Backstreet Boys heb gezien en waar ik tot op de dag van vandaag nog steeds weleens nachtmerries van heb. Terwijl ik mijn twee oudsten in het vizier probeerde te houden, hield Mario het handje van onze jongste in een ijzeren greep. En Mario is sterk en Arwen klein. Maar vergis je niet, de wil van een 2-jarig meisje is groots. En dus wurmde ze haar handje vakkundig uit die van haar vader en verdween. Als en dief in de nacht: snel, stil en zonder sporen na te laten. Het was één van de weinige momenten waarop ik me realiseerde dat eigenlijk iedereen meerdere kinderen zou moeten krijgen. Want dan heb je in ieder geval nog wat achter de hand mocht je er onderweg eentje verliezen.

Iedere ouder die het weleens heeft meegemaakt zal waarschijnlijk kunnen beamen dat dat moment waarop je je realiseert dat je je kind kwijt bent een moment is van pure horror. Blinde paniek overspoelde me toen ik naar mijn man keek, zag dat hij Arwen niet meer vast had en hem op precies hetzelfde moment tot precies dezelfde realisatie zag komen. Onze blikken vonden elkaar en hoewel hij een dappere poging deed om, zoals het een goede man betaamt, rustig te blijven zodat zijn vrouw niet in hysterisch gillen zou uitbarsten, zag ik ook in zijn ogen de schok en ontreddering. Al draaiend om mijn eigen as begon ik mijn dochters naam te roepen en in het wildeweg vreemde kinderen uit de weg te slaan om vrij zicht te creëeren in de hoop Arwen ergens te spotten. Maar ze was weg. Gewoon weg. Met drie kinderen gekomen, met twee weer terug naar huis. Ik zag de krantenkoppen al helemaal voor me: ‘Peuter spoorloos verdwenen in de Apenheul’, ‘Nalatige ouders gooien peuter voor de apen’ (wat niet minder erg is dan voor de leeuwen, want ik weet niet of jij de gorilla’s in de Apenheul weleens gezien hebt, maar daar kan zelfs de temperamentvolste peuter niet tegenop). Het was met recht één van mijn ergste nachtmerries die werkelijkheid werd.

Hoe lang het precies geduurd heeft weet ik niet, maar het waren in ieder geval de langste minuten van mijn leven. En toen opeens, zag ik vanuit mijn ooghoek een klein, stuiterend stipje in de verte. Hoorde ik een schaterlachje dat ik nog uit duizenden zou herkennen. Meters verderop, in wat een houten hutje uit Madagascar moest verbeelden stond mijn dochter. In het gezelschap van een uit de kluiten gewassen ringstaartmaki, die zich stoïcijns liet knuffelen door ons uitgelaten meisje, dat ons duidelijk helemaal niet gemist had. “PAPAAAAA, MAMAAAA!!!” gilde ze vrolijk toen wij, half huilend en met het schuim om onze mond, de grote broer en zus verdwaasd achter ons aansleurend, aan kwamen rennen. “KIJK! Kijk, isse aap!” Ik wist niet of ik moest lachen, huilen, boos worden, of haar alleen maar heel stevig tegen me aandrukken. Door het oog van de naald gekropen waren we. Althans zo voelde het. Want wat als we haar niet gevonden hadden? Wat als ze verder weg was gewandeld en vervolgens ergens vanaf was gevallen, of was verdronken in één van de vele watertjes in het park? Wat als ze was meegenomen door een gek die zijn jaarabonnement op de Apenheul gebruikt om in de bosjes stiekem loslopende kinderen te grijpen om in zijn aapvrije tas te stoppen? Wat als ze was geadopteerd door een apenfamilie die haar mee de boom in had genomen? Die Bonobo’s hadden maar met een banaan hoeven zwaaien en ze was zo met ze mee gegaan. Zoveel verschil is er tenslotte niet tussen een apenjong en een peuter.

Wie raakt er nou z’n kind kwijt? Nou, ik dus. En heel veel ouders. Omdat kinderen watervlug zijn en geen angst kennen. Omdat ze ervan uitgaan dat ze mama en papa toch altijd wel in hun kielzog hebben. En, nou ja, omdat je wel gek zou zijn om níet achter een loslopende aap aan te gaan natuurlijk. Dus ja, voor het weet zijn ze er vandoor. En sta jij met lege handen en je hart in je keel. Gelukkig liep het voor ons met een sisser af en gingen we met net zoveel kinderen naar huis als we gekomen waren. Maar reken maar dat ik van de herinnering aan ons dagje Apenheul nog een tijd lang ’s nachts wakker schrik. En voor we weer een keer een dagje uit gaan zullen we eerst maatregelen moeten treffen om herhaling te voorkomen. Binnenkort vieren we Arwens verjaardag en ik denk dat ik haar een onderhuidse GPS-tracker cadeau doe. En een enkelband met een afstandsbediening waarmee ik haar een elektrische schok kan geven, zodat ze tijdelijk immobiel raakt als ze is ontsnapt. Dat is misschien wel even pijnlijk, maar na deze ervaring wil ik geen enkel risico meer nemen. Want we zijn officieel de peutertijd nog maar net in gegaan. En, mijn kind kennende, kunnen we als we geen rigoureuze maatregelen treffen de volgende keer niet volstaan met zo’n omroepbericht in een dierenpark, maar zullen we een Amber Alert moeten uitsturen. En dat is toch een stuk beschamender dan je kind op te moeten komen halen bij de klantenservice.

LEES OOK: Nee, het maakt niet uit dat je huis een puinhoop is. Als je maar wijn hebt.

Vala (36) is journalist en tekstschrijver en heeft drie kinderen: een zoon van 7, die autisme heeft en twee dochters van 6 en 2 jaar. Vala heeft een chronische ziekte, maar probeert zich daar niks van aan te trekken (wat soms jammerlijk mislukt). Ze is getrouwd met Mario en samen runnen ze een nogal gemankeerd, maar heel erg leuk gezin. Want saai is het in ieder geval nooit.

Lees ook
Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Hoe een meisje heel ver weg mijn kinderen een belangrijke les leert

Onze kinderen, die van mij en ook die van jou, groeien op...
Lees verder