Hoe ik door mijn miskramen het vertrouwen in mijn lichaam verloor

Verdriet door een miskraam
Maar liefst 20 procent van de vrouwen krijgt te maken met een miskraam. We doen daar heel luchtig over en verwachten eigenlijk dat een vrouw daar gewoon zonder moeite overheen komt. Maar zo eenvoudig is het vaak helemaal niet.

Voordat ik zelf aan kinderen begon had ik natuurlijk weleens over miskramen gehoord. Ik zag het ook af en toe in films: zwangere vrouw ontdekt op een dag bloed in haar broek, heeft wat buikpijn, huilt even en gaat verder met haar leven. Dat was dus ook het beeld dat ik ervan had: vervelend, maar shit happens. Move on. En toen overkwam het mij zelf. Meerdere keren. En leerde ik dat het niet een kwestie is van even een doekje pakken voor het bloeden. Maar dat een miskraam je leven behoorlijk op zijn kop kan zetten. Zowel lichamelijk als geestelijk.

LEES OOK: Waarom het niet egoïstisch is om als moeder eerst aan jezelf te denken.

Twee van mijn miskramen kreeg ik ruim na de 12e week van de zwangerschap. Bij toeval kwamen we er via een echo achter dat de hartjes niet meer klopten, want lichamelijk was er geen enkel teken dat er iets mis was. Wat in mijn geval vervolgens inhield dat mijn overleden kindjes operatief uit mijn buik verwijderd moesten worden, met alles wat daarbij komt kijken. Een operatiekamer met allemaal mensen die ik niet kende, naalden die in mijn lijf gestoken werden, een pijnlijke ruggenprik, een heftige bloeding waardoor er paniek ontstond op de O.K. en de arts handmatig mijn baarmoeder moest dichtknijpen terwijl ik in een plas van mijn eigen bloed lag, doodsbang dat het niet goed zou gaan. Beide keren moest ik na de ingreep nog een tijd in het ziekenhuis blijven en had ik naderhand nog lang zeer pijnlijke buikkrampen en bloedde ik flink na. Dus een kwestie van even een beetje kramp en dan weer door? Was het maar zo’n feest. Niet alleen de miskramen zelf waren verre van eenvoudig, ook de nasleep ervan was heel wat ingrijpender dan het van een afstand altijd lijkt. Want het duurde lang voor ik mijn lichaam weer durfde te vertrouwen.

Na mijn tweede miskraam schok ik een tijd lang ‘s nachts wakker van dromen waarin ik doodbloedde, of hardhandig werd verkracht. Het waren duidelijke tekenen dat ik het gevoel had dat ik de autonomie over mijn lijf was kwijtgeraakt. Het voelde alsof mijn lichaam niet meer van mij was, alsof het me was afgepakt. Omdat er aan alle kanten aan getrokken, gesjord en geduwd was, terwijl ik weinig anders kon dan me eraan overleveren. En natuurlijk, het was nodig, het kon niet anders en het gebeurde allemaal met de beste intenties. Maar toch. Voor mij waren het traumatische ervaringen. En ja, ik weet dat er nu mensen zijn die hun wenkbrauwen optrekken en dat overdreven zullen vinden, want kom op zeg, het was maar een miskraam. Het is tenslotte niet alsof ik volgroeide baby’s ben verloren. Ik heb niet van dode kinderen moeten bevallen, zoals sommige vrouwen wel moeten meemaken als ze in een later stadium hun baby’s verliezen. Dat weet ik ook wel. Maar toch voelde het alsof mijn lijf kapot was. Als een gebruiksvoorwerp wat door de mangel was gehaald. Achtergelaten als een soort lege huls, waar ik op de een of andere manier niet meer in paste.

Hoe je een miskraam ervaart, is voor iedere vrouw anders. Misschien zijn er vrouwen die die zes, twaalf, vijftien, twintig weken gewoon achter zich laten zoals het kindje dat ze hebben moeten laten gaan. Misschien zijn er vrouwen bij wie het inderdaad gaat en voelt zoals in de films. Ik wilde dat ik een van die vrouwen was. Eigenlijk praat ik er nooit over, gewoon, omdat je dat kennelijk niet doet ofzo, omdat het de bedoeling is dat je doet alsof je inderdaad gewoon zomaar verder bent gegaan. Maar dat is niet zo. Ik ben er bovenop gekomen, zeker. En het is niet zo dat ik er nog dagelijks aan denk. Maar het heeft tijd gekost om weer in het reine te komen met het lijf dat mijn kinderen niet heeft kunnen vasthouden. Met het lichaam dat door andere mensen op een bepaalde manier geweld is gedaan, ook al was het voor mijn eigen bestwil. Het heeft even geduurd voor ik weer echt terug durfde te keren naar dat lichaam, er opnieuw in durfde neer te dalen en erop te vertrouwen dat het me zou dragen. Omdat het me ook zo keihard heeft laten vallen.

Ja, miskramen komen vaak voor. Ja, miskramen zijn normaal. Maar dat betekent niet dat je dus ook maar kunt doen, zou moeten doen, alsof er niks gebeurd is. Een kind verliezen, het vertrouwen in je lijf verliezen, daar overheen komen kost tijd. En dat doekje voor het bloeden, dat is bij een miskraam misschien eigenlijk nog wel het minste dat je daarbij nodig hebt.

LEES OOK: Waarom ik soms bang ben dat het mijn schuld is dat mijn zoon autisme heeft.

Lees ook
Geschreven door
More from Vala van den Boomen

15 Dingen die je niet meer draagt als je moeder wordt

Jij zou er niet bij gaan lopen als een moeke, had je...
Lees verder