Renée is nog altijd boos: “Niemand stond voor me op toen ik zwanger was.”

Renée was twee keer negen maanden zwanger en in al die tijd stond slechts een handje vol mensen voor haar op in het openbaar vervoer. Daar is ze nog altijd boos om.

Tijdens mijn eerste zwangerschap reisde ik drie keer per week drie kwartier naar Amsterdam. Daarna nog een stuk met de tram de stad in. Ik was kotsmisselijk en doodop, maar dat kon niemand aan me zien. Dus ik neem het mijn medereizigers niet kwalijk dat ze toen niet voor me opstonden. En me verlosten van het gehobbel in het gangpad van de trein. Ik kwam expres al extra vroeg naar het station. Om de kans op een zitplek te vergroten. Maar als die sprinter eindelijk aan kwam rijden, stond ik binnen no time weer achteraan in de rij. Misschien was ik niet assertief genoeg, werkten mijn ellebogen niet goed genoeg. Het gebrek aan zitplekken maakte in ieder geval het slechtste in de mens los, zo bleek. En zo stond ik ondanks de secure voorbereiding, weer in het gangpad te schommelen.

Lees ook: Waarom ik mijn vriend voortaan thuis laat tijdens de echo.

Dit artikel gaat door onder de afbeelding

Toen ik dikker werd en het vrij duidelijk was dat ik er eentje extra met me meedroeg, bleven de mensen om me heen gewoon zitten. Zelfs in de spits. Ik werd zo paniekerig van hoe dicht anderen tegen me aanstonden. Doodsbang dat iemand me in alle drukte en hectiek een elleboogje in mijn buik zou geven. Oke, misschien twijfelden mensen nog. Net als in die reclame voor kauwgom. Dat je toch niet durft te vragen of iemand zwanger is, omdat het ook gewoon een overgebleven vetschort van de vorige kan zijn. Of het gevolg van iets te veel Tony Chocolonely. Eenmaal hoogzwanger ging het percentage ‘opstaanders’ iets omhoog. Maar het bleef karig, hoor. Misschien een op de drie ritjes was er iemand zo lief om zijn fel begeerde plaatsje aan me af te staan. Dat aanbod nam ik met veel dank aan. Niet zonder even iets te hard door de coupé te roepen dat het fijn is dat er nog mensen bestaan die dat doen. Kortom: jullie allemaal niet. Pestmensen. Lompe mannen, gemene vrouwen!

Laatst was ik met twee kinderen op zaterdag bij de Ikea. Ja, waarom in godsnaam, vraag je je af. Dat is toch de hel op aarde met twee kleintjes? Nou, kind nummer twee was spontaan zijn co-sleeper ontgroeid en weigerde er nog één minuut langer in te slapen. Dus dan moet je wat. Tot mijn verrassing hadden ze daar niet alleen parkeerplaatsen voor gehandicapten, maar ook voor mensen met kinderen. Extra breed, zodat je al die meuk die je voor die kleintjes mee zeult uit kunt laden, zonder de auto van je buurman blijvend letsel te bezorgen. Hoera voor Ikea. In Zweden snappen ze het, dat was me al vaker opgevallen. Daar staan ze vast in de rij om op te staan voor een zwangere vrouw. Nu ben ik klaar met baren, dus emigreren heeft niet veel nut meer. Maar laten we in Nederland iets meer empathie hebben. Deze oproep doe ik niet meer voor mezelf, maar voor alle Nederlandse vrouwen die nu met een dikke buik lopen of dat in de toekomst zullen doen. En die dan hun kots inhoudend staan te wiebelen in het gangpad van weer eens een overvolle trein. Voor hun vraag ik iedereen om een beetje meer empathisch te zijn. Nederlandse mannen en vrouwen: sta eens op voor een zwangere vrouw en gun haar opgezwollen enkels wat rust. Heel sympathiek van je.

Lees ook: Brief aan de zwangere bijna-mama die er genoeg van heeft.

Renée is de trotse moeder van een peuter en een baby. Ze is lekker nuchter en kan niks met de ik-weet-het-beter-moeder. Soms pakt het ze het zelf allemaal niet zo pedagogisch verantwoord aan en daar komt ze gewoon rond voor uit.

Lees ook
Geschreven door
More from Renée Lamboo

Max Verstappen dicteert de zondag van Renée en haar gezin

Renée d’r man is groot fan van Max Verstappen. En dat heeft...
Lees verder