Waarom ik jaloers ben op ouders van grotere kinderen

Jahááá, ik weet het… Ze worden zo snel groot, wat vliegt de tijd, voor je het weet zijn ze deur uit. Tuurlijk, de clichés zijn allemaal waar. Over een paar jaar kijk ik ongetwijfeld met weemoed terug naar de tijd dat ik mijn kinderen nog in mijn armen kon wiegen, hun peuterhandjes in de mijne voelde bij het boodschappen doen en we samen voor de 300ste keer Pluk van de Petteflet lazen. Met tranen in mijn ogen zal ik door de fotoboeken bladeren. Vast.

Maar nu, nu kijk ik soms reikhalzend uit naar het moment dat die twee van mij groot zijn. Of grotér in ieder geval. Want dat lijkt me dus best wel relaxed, grote kinderen hebben. En nee, kom nou niet meteen met die onvermijdelijke dooddoener: ‘kleine kinderen, kleine zorgen, grote kinderen, grote zorgen’. Want echt, dat snap ik ook wel. Dat je je met grote kinderen druk moet gaan maken over enge dingen zoals drank en drugs (alle tieners zeggen tenslotte ja tegen MDMA…), seksualiteit en meer van dat soort dingen waar ik echt nog even niet aan moet denken. Maar deze dingen lijken me toch echt wel heel lekker:

Lees ook: Dit zijn argumenten om geen tweede te krijgen (en toch doe je het!) 

  1. Dat ze allebei op school zitten. Gewoon vijf héle dagen. Geen gekloot met opvang en hoe erg je daarvoor krom kunt liggen zonder dat je je kinderen aan het eind van de maand alleen nog maar doperwten met ketchup voor kunt schotelen, oppas-opa’s en oma’s waar je een beroep op moet doen en thuiswerkdagen waarop je eigenlijk gewoon niks gedaan krijgt. Nee, gewoon van maandag t/m vrijdag, rugzakjes op en doeiii, mama ziet jullie vanavond wel weer. Je hangt ze een sleutel om hun nek en je hebt er geen omkijken meer naar. Nooit meer met samengeknepen billen in de file, omdat de sluitingstijd van het kinderdagverblijf toch wel erg dichtbij komt, nooit meer gebeld worden door de BSO omdat je kind daar al z’n tanden uit z’n mond is gevallen en je per direct met hem richting EHBO moet. Nee, je loopt gewoon ‘s avonds om 18.00 uur je huis binnen en treft het kroost bankhangend voor de tv. En als je ze nou helemaal goed gedrild hebt, hebben ze de piepers dan ook al geschild (ja, dat zal wel een utopie zijn, maar hee, a girl can only dream…).
  2. Logeerpartijtjes. Dat ze zomaar een weekend bij een vriendje of vriendinnetje blijven slapen. En jij dus op zaterdagavond lekker niet om 22.00 uur naar bed hoeft, omdat je de volgende dag kunt UITSLAPEN. Eindelijk een hele avond series bingewatchen zonder dat je na de derde aflevering zenuwachtig wordt van de klok. Dat er dan uiteraard ook een moment komt dat dat vriendje of vriendinnetje bij jou blijft slapen is natuurlijk onvermijdelijk (en daar kijk je dan weer echt helemaal niet naar uit), maar alles heeft zijn prijs. No pain, no gain tenslotte.
  3. Nooit meer natte bedden. Bijna niks erger dan midden in de nacht in je onderbroek een naar urine riekend kind uit z’n pyjama moeten pellen en zijn klamme bed moeten verschonen. Kost je zo een kwartier en dus kun je die REM-slaap de rest van de nacht wel vergeten. Met pubers heb je dan waarschijnlijk weer ondergekótste bedden na een avondje woest stappen, maar dat mogen ze dan lekker zelf opruimen, wat mij betreft. Maar een sneue kleuter zelf z’n ondergepieste lakentjes laten uitwringen is ook weer zowat, hè…
  4. Een takenrooster instellen. Uiteindelijk gaat het hebben van kinderen in je voordeel werken. Omdat je ze dan in kunt zetten als gratis hulp in de huishouding. Echter, een 3-jarige het Wedgewood servies uit de vaatwasser laten halen is gewoon nog geen goed idee.
  5. Relaxte ochtenden. Omdat je niet meer iedere dag met iemand in discussie hoeft om duidelijk te maken dat het niet gaat werken als je probeert je hoofd door het armsgat van je t-shirt te proppen. Of dat het geen goed idee is om met 10 graden vorst in een zomerjurk naar buiten te willen. Omdat je niet meer eerst een dozijn boterhammen met pindakaas hoeft te smeren voor je zelf aan een slok koffie toe komt. Dat kunnen grote kinderen namelijk gewoon zelf. Terwijl jij lekker een wolkje melk voor in de cappuccino staat op te kloppen bijvoorbeeld. Of onder douche staat. En daadwerkelijk tijd hebt om jezelf in te zepen.
  6. Weekend en vakantie. Maar dan dus écht weekend en vakantie. Waarin je vrije tijd hebt. En niet gewoon precies hetzelfde hoeft te doen als elke andere dag. Waarin je meer dan een halve alinea uit een boek kunt lezen. Net een Pernodje teveel kunt drinken op het terras van die Franse camping, omdat je kinderen inmiddels kunnen zwemmen en je dus niet bang hoeft te zijn dat je een snoekduik in het zwembad moet nemen als je peuter er opeens in dondert. En je kinderen zichzelf inmiddels kunnen vermaken, zodat je dus niet de halve vakantie door hoeft te brengen in Ballorig, omdat ze anders het hele huis afbreken uit verveling.
  7. Een gesprek kunnen voeren met je kinderen. En dan dus niet over de laatste perikelen in het leven van Bumba de horrorclown, of over het nut van poepen op de wc. Maar over echte dingen. Wat er op het (jeugd)journaal was bijvoorbeeld, of over het allereerste vriendje van je dochter (oke, ook wel slikken misschien, maar ook oh zo leuk). Of gewoon, over wat er die avond gegeten moet worden (en dat er dan doordachte, constructieve suggesties uit komen en niet alleen oerkreten in de trant van “KNAKWOHST!”, of “PASKETTI!”).
  8. Geen Frozen meer. Want echt jongens, om maar met Elsa te spreken: Let it go. Please. Ik kan die fucking hysterische sneeuwpop van een Olaf niet meer zien gewoon. Iedere keer als ik nu naar DWDD zit te kijken, krijg ik zin om Marc Marie Huijbregts (want die is het toch?) zijn vrolijke nekje om te draaien. Hoe heerlijk moet het zijn om de controle over Netflix terug te krijgen en je kinderen een plezier te doen met de laatste aflevering van Mad Men?
  9. Geen speelgoed meer in de huiskamer. Omdat je dat gewoon op hun kamers kunt knallen en je eigen woonkamer weer kunt claimen. Voor boekenkasten en vazen met bloemen enzo. En dat je nooit, maar dan ook NOOIT meer, met je blote voeten op een Legoblokje hoeft te stappen.
  10. Ruimte. Omdat je alle baby en kinderspullen weg kunt doen. Want kinderen zijn weliswaar klein, alle shit die je nodig hebt om ze in leven te houden is ENORM. Maxi-cosi’s, ledikanten, schommelstoelen met lichtprojectors en ingebouwde speakers met rustgevende oceaangeluiden, TrippTrapp stoelen… Heb je jonge kinderen, dan staat je huis binnen de kortste keren zó vol met spul, dat je eigenlijk geen ruimte meer hebt voor meubels. Echt, ik kan me nu al verheugen op die monsterachtig grote hoekbank die ik ga kopen als ik alle babygear op Marktplaats verpatst heb.

Lees ook: 15 Tips om ‘s morgens op tijd de deur uit te komen.

Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Moedermelk: de witte (of was het nou gouden?) motor

Hoe moedermelk veranderde van gewoon voeding voor een baby naar vloeibaar goud....
Lees verder