Help, ik ben zwanger! (Waar ben ik aan begonnen…?)

En dan verschijnt het tweede streepje op de test: je bent zwanger. De schrik slaat je om het hart: je wordt moeder. Jij? Moeder? Hoe dan? Vala wil iedere bange, aanstaande moeder geruststellen: komt wel goed, schatje.

Ik weet het nog goed: ik zat op de wc, verbouwereerd te staren naar die twee streepjes op de test. Ik was zwanger. Aangezien mijn man en ik actief bezig waren geweest om een kind te maken, zou je zeggen dat het niet als een totale verrassing kwam, maar toch was ik verbijsterd. Tot dan toe was het idee van een zwangerschap vooral een soort abstracte fantasie geweest, iets waar je over droomt, maar waarvan je denkt dat het toch nooit gaat gebeuren. Net zoals de Staatsloterij winnen. Je doet iedere keer mee, maar je gaat er niet vanuit dat je ooit met de hoofdprijs naar huis gaat. Als je nog geen kinderen hebt, weet je tenslotte niet wat je je daar eigenlijk bij voor moet stellen, dus lijkt het ouderschap een soort ongrijpbaar iets wat andere mensen doen, maar jij niet, ook al probeer je het wel te bereiken. Maar dan wordt die ongrijpbare droom opeens werkelijkheid. En weet je plotseling niet meer waarom je dit nou ook alweer wilde.

LEES OOK: Die eerste drie maanden, kunnen we die niet overslaan?

Hysterische paniek

Plotseling zou ik echt moeder worden. En opeens vond ik dat een belachelijk idee. Hoezo had ik gedacht dat het een goed plan zou zijn dat ik een kind ging krijgen? Ik zou dat toch helemaal niet kunnen? Ik wist niks van baby’s, moederschap, of opvoeden. Ik zou die baby uit mijn handen laten kletteren, zijn luier achterstevoren aandoen, hem vergeten mee te nemen en hem gewoon in z’n algemeenheid grandioos verpesten. Wat had me bezield om me te laten bezwangeren? De negen maanden die volgden gleden voorbij in een vreemdsoortige waas van uitzinnige vreugde over het nieuwe leven dat in mij groeide, afgewisseld met hysterische paniek over het feit dat ik dat nieuwe leven daadwerkelijk in leven moest zien te houden, voor de rest van mijn leven. Dat het overgrote deel van de vrouwen daarin slaagt stelde me niet gerust. Ik was tenslotte geen gemiddelde vrouw: ik was een incompetente idioot die eigenlijk nooit echt wat met kinderen had gehad. En mijn arme zoon zou daar het tragisch slachtoffer van worden.

Vlaag van verstandsverbijstering

Ik ben nooit zo’n vrouw geweest die altijd al wist dat ze moeder wilde worden. Ik was geen poppenmeisje en ook als jongvolwassene had ik niks kinderen. Waar vriendinnen spontaan begonnen te gillen van verrukking bij het zien van een baby, of genoten van dagjes oppassen op nichtjes, neefjes, buurkinderen en andersoortig grut, had ik de neiging de straat over te steken als me een kind tegemoet kwam. Jarenlang had ik een relatie  met een man die pertinent geen kinderen wilde en dat vond ik prima. Ik ben ook geen verzorgend type, heb absoluut geen geduld en kan me niet inleven in de belevingswereld van mensen onder de 25 jaar. Allemaal geen goede eigenschappen voor iemand die een groot deel van haar leven moet wijden aan het co-existeren met personen die constante verzorging nodig hebben, aan wie je alles 300 keer moet uitleggen en vragen, en met wie je geen fatsoenlijk gesprek kunt voeren over prangende politiek-maatschappelijke kwesties. Het leek mij dus duidelijk dat het moederschap niet aan mij besteed was en dat ik een kind geweld aan zou doen door het bij mij te laten opgroeien. Die intrinsieke drive die veel vrouwen hebben om zich voort te planten had ik niet en ik was er vanuit gegaan dat ik die ook nooit zou krijgen. Maar het bloed kruipt nou eenmaal waar het niet gaan kan en dus werd ik op een dag wakker en dacht: ik MOET een kind. Een vlaag van verstandsverbijstering, denk ik nog steeds, en als je ontoerekeningsvatbaar bent weet je nou eenmaal niet wat je doet. Maar vervolgens zit je met de gevolgen ervan. En moet je er wat mee.

Onmetelijke liefde

Inmiddels ben ik acht jaar en drie kinderen verder. Nog steeds ben ik geen verzorgende moederkloek en het grootste deel van de tijd heb ik geen flauw idee waar ik mee bezig ben. Maar mijn kinderen leven nog steeds en voor zover ik dat kan bezien zijn ze redelijk normaal. Dat is het met het ouderschap: aldoende leert men. Niemand heeft er een aangeboren talent voor, hoe erg je ook van kinderen houdt. Je moet het gewoon maar doen op het moment dat het zover is en op de een of andere manier doen de meeste mensen het dan prima. Stiekem blijven we allemaal altijd het gevoel hebben dat we er niks van bakken en dat we onze kinderen traumatiseren. Waarschijnlijk zorgt juist dat er ook wel voor dat we zo hard ons best doen om het goed te doen. En die onmetelijke liefde die je voelt voor je kind als je het eenmaal in je armen hebt natuurlijk. Je kunt nog zo’n grote kinderhater zijn en al renden alle kinderen die je eerder ooit in je leven tegen het lijf bent gelopen gillend van angst en pure afkeer bij je weg, kijk je eenmaal in de oogjes van je eigen kind, dan ben je een ouder. De allerbeste ouder voor jouw kind. Omdat het dus jouw kind. En ondanks dat het misschien soms niet zo voelt, weet niemand anders beter wat het nodig heeft dan jij.

LEES OOK: Als je ongepland zwanger raakt (en je je dus dood schrikt).

Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Als de ouders het niet doen, dan de school maar? Hier komt de ‘gezonde leraar’!

De jeugd van tegenwoordig, waar moet het heen met die kinderen? Ze...
Lees verder