Hoe mijn huilbaby mijn kinderwens verpestte

Een huilbaby kan een enorme impact op je leven hebben. Vala’s tweede kind huilde 20 uur per dag. Ze nam zich voor: dit nooit meer.

Mijn tweede kind kwam krijsend ter wereld. Ze had gebalde vuistjes en een vertrokken gezichtje en haar gehuil klonk als dat van een dier dat pijn heeft. De rillingen liepen over mijn rug toen ik het hoorde. Dit was geen gewoon babygehuil, dat wist ik meteen. Dit was iets anders. In de maanden die volgden deed ik niks anders dan me afvragen wat er met haar aan de hand was. Want ze bleef maar huilen. Urenlang, dagenlang, maandenlang. Het hield niet op. Door merg en been ging het en het sloopte ons allebei. Er zijn momenten geweest dat ik boven haar ledikant stond en uit pure wanhoop en slaapgebrek dacht: als ik nu een kussen op je gezicht druk, is alles voorbij. Vreselijk natuurlijk en godzijdank heb ik mijn dochter nooit iets aangedaan. Maar dat is wat het met je kan doen als je kind alleen maar huilt. Je wordt er, letterlijk, gek van. Daarom nam ik me voor dat dit me nooit meer zou overkomen. Eigenlijk had ik nog wel een kind gewild, of misschien zelfs wel twee. Maar mijn huilbaby draaide die kinderwens bruut de nek om. Want dit wilde ik nooit meer meemaken.

LEES OOK: Kan iemand mij vertellen hoe niks moet doen? (Want ik weet niet meer hoe dat moet).

Dit artikel gaat door onder de afbeelding

De schok was dan ook groot toen ik vier jaar later toch opnieuw zwanger was. Mijn man was blij, ik in het geheel niet. Sterker nog, ik was doodsbang. Alle herinneringen aan dat afschuwelijke eerste jaar met mijn dochter kwamen terug. Flashbacks van hoe ik nachtenlang rondjes met haar liep, gillend in mijn armen. Van hoe wanhopig en uitgeput ik was. Van hoe ik er bijna, zowel fysiek als mentaal, aan onderdoor was gegaan. Nog steeds kon ik geen baby horen huilen, zonder een instant stressreactie te krijgen. Hartkloppingen, zweetaanvallen, paniek, het was je reinste PTSS. Dus nee, ik was niet blij met mijn zwangerschap. Ik keek niet uit naar de baby die komen ging. Huilend zat ik avonden lang op de bank, gillend tegen mijn man dat ik het niet aan zou kunnen. Dat ik het niet wilde. Zijn geruststellingen gingen volledig langs me heen, ik kon simpelweg niet geloven dat het dit keer misschien anders zou gaan. Dat deze baby misschien niet zou huilen. Of dat ik deze baby wel kon troosten, iets dat ik niet gekund had bij mijn dochter en waardoor ik me een vreselijk slechte moeder had gevoeld. Het trauma zat gewoon te diep.

Negen maanden lang heb ik met mijn ziel onder mijn arm gelopen. ’s Nachts lag ik wakker in het donker, de dagen te tellen dat de zwangerschap nog duurde. Ik wilde de tijd het liefst vasthouden, zodat mijn baby gewoon maar niet geboren werd. Voor altijd in mijn buik zou blijven zitten, zodat mijn kind niet zou gaan huilen. De ervaring met mijn dochter heeft mijn volgende zwangerschap compleet verpest. Dat is wat babygehuil met je doet. Je kunt het niet uitleggen aan mensen die het zelf niet hebben meegemaakt. Die denken al snel: joh, een beetje huilen, hoe erg is dat nou? Dat dacht ik ook toen ik zelf nog geen huilbaby had gehad. Maar dat huilen gaat op je ziel zitten, laat daar een litteken achter dat nooit meer weg gaat. Het is nu al bijna zes jaar geleden dat ik met mijn gillende dochter rondjes door het huis liep, maar nog steeds breekt het klamme zweet me uit als ik eraan terugdenk. Nog steeds gaan de haartjes in mijn nek recht overeind staan als ik ergens een baby hoor huilen. En als ik nu nog zes kinderen zou krijgen, weet ik zeker dat ik tijdens alle zes die zwangerschappen weer opnieuw die angst zou voelen. Want een huilbaby krijgen is misschien wel één van de ergste dingen die ik ooit heb meegemaakt.

Het beeld van een groot gezin vind ik nog steeds leuk. Want ik maak echt hele goeie kinderen en een huis vol zou heel gezellig zijn. En dan als ze later groot zijn een heel bataljon kleinkinderen om op te passen, dat moet toch heerlijk zijn. Maar het risico om nog een keer zoiets mee te maken als met mijn dochter is wat mij betreft simpelweg te groot. Ik weet niet of ik dat zou overleven. Of ik dan niet écht gek zou worden. En dat is het gewoon niet waard. Ik weet het, je krijgt er enorm veel voor terug, maar mijn geestelijke gezondheid daarvoor opgeven gaat me toch te ver. Mijn dochter is een fantastisch kind en ik heb nooit spijt dat ik haar gekregen heb. Maar dat eerste jaar met haar, dat blijft denk ik altijd een zwarte bladzijde in mijn (en ik denk ook in haar) leven en ik vrees dat we daar allebei flink door getekend zijn. Want dat geluid van haar huilen, dat zal ik altijd ergens in mijn achterhoofd blijven horen. Dat zit voor altijd in mijn geheugen gegrift. Ik zou willen dat ik het kon vergeten. Maar, zoals Hannibal Lecter treffend zei tegen Clarice Starling: ‘The lambs will never stop screaming’. En daar blijf je voor altijd gillend wakker van worden.

LEES OOK: Een gezin is niet per se leuk (en daarom zijn zoveel ouders ongelukkig).

Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Een superleuk lente-uitje: de Open Boerderijdagen!

Op 6 en 16 mei kun je met je kinderen de boer...
Lees verder