Ik ben een BAM (Bewust Autoloze Moeder) – want ik schijt zeven kleuren bagger

Ik ben een BAM (Bewust Autoloze Moeder) - want ik schijt zeven kleuren bagger
Vala heeft drie kinderen en doet alles lopend of op de fiets. Dat is bijzonder tijdrovend en bovendien onhandig, maar er zit niks anders op. Vala is namelijk een gevaar op de weg. Want na jaren (ja, jaren) van pogingen om haar rijbewijs te halen is het een wonder dat er nog geen slachtoffers gevallen zijn.

Om de zoveel tijd krijg ik van deze of gene weer eens de vraag: “Wanneer ga je nou eindelijk eens je rijbewijs halen?” Iedereen heeft namelijk medelijden met mijn kinderen, die overal naartoe moeten lopen. Tot voor kort probeerde ik dan altijd schutterig om de hete brij heen te draaien, riep ik dingen als “Ja, binnenkort!”, “Ik ben ermee bezig”, of “Any day now”. En ergens geloofde ik het dan zelf ook. Wílde ik het graag geloven. Want echt, ik heb het geprobeerd. Meerdere jaren, meerdere rijscholen en meerder rij-methodieken (want die zijn er dus, weet ik als hopeloos geval inmiddels). Zonder succes. Daarom heb ik onlangs besloten dat ik de handdoek in de ring gooi. Ik geef het op. Ik ben Vala en ik ben een BAM – een Bewust Autoloze Moeder. Hallo Vala.

Lees ook: Hoe onze datenight eindigde in het ziekenhuis.

Dit artikel gaat door onder de afbeelding

Ik zou willen zeggen dat mijn keus voortkomt uit milieu,- en gezondheidsovertuigingen, maar de waarheid is dat het pure onkunde is. Gemotoriseerde voertuigen en ik, het gaat gewoon niet samen. Ik vermoed dat ik erfelijk belast ben, mijn moeder haalde haar rijbewijs ook pas op haar 55ste, na zo’n 10 jammerlijk mislukte pogingen en heeft na het bemachtigen van haar papiertje nog maar zelden achter het stuur gezeten, alleen in gezelschap van mijn vader en als hij haar ervan verzekerd had dat ze echt alleen maar rechtdoor hoefde te rijden. Ik kan dus niet anders concluderen dan dat het in de genen zit. Inmiddels heb ik er in totaal zo’n vier jaar les en drie rij-instructeurs op zitten en ik durf met zekerheid te stellen dat ik nu nog slechter kan rijden dan toen ik nog helemaal geen les had gehad. Dus hoewel het als mens in het algemeen, en als moeder in het bijzonder, heel onpraktisch is om niet mobiel te zijn, lijkt het me voor de volksveiligheid gewoon beter om te accepteren dat is voor chaufferen niet in de wieg gelegd ben. Eigenlijk heb ik dit altijd wel geweten, maar mijn laatste poging tot het halen van mijn rijbewijs, na mijn verhuizing van de autoluwe Achterhoek naar de drukke Randstad, was toch wel de genadeklap. Een reconstructie:

“Nou, ik zou zeggen: neem plaats!”. Mijn nieuwe rij-instructeur wijst uitnodigend naar de glimmend rode Honda op de parkeerplaats. Nu ik mijzelf weer een heuse Randstadmoeder mag noemen moet ik daar logischerwijs ook maar leren rijden. Dus ga ik weer de weg op. De heel erg drukke, Randstedelijke weg. Waar gemiddeld drie verschillende soorten stoplichten op één kruispunt staan. Die allemaal op een ander moment beginnen te knipperen. Waar er bussen, fietsers, appende moeders met kinderwagens en nerds van middelbare leeftijd op SegWays  (voor het stijltechnisch aangezicht van het straatbeeld, pleit ik overigens voor het verbieden van die dingen) dwars door elkaar krioelen. En waarop ik dientengevolge dus stiekem al een kleine nervous breakdown krijg voor ik goed en wel gas heb gegeven.

Mijn nieuwe lesauto is zeker twee keer zo groot als het kleine plattelandskoekblikje waar ik eerder in gelest heb. En beschikt daarnaast over een übermodern dashboard, met allemaal knopjes en lichtjes waarvan het doel mij volledig ontgaat. Als naast mij opeens een zoemend geluid klinkt en er fluorescerend blauw licht uit mijn stuur schiet, vraag ik me ernstig af of ik een auto, of een Starfighter moet leren besturen. Misschien had ik de Jedi lightsaber van mijn zoon mee moeten nemen voor het optimale effect. De lichtshow blijkt echter niks anders te zijn dan het instellen van de zijspiegels. Blijkbaar doen stadse voertuigen alles met grootse gebaren. Je bent tenslotte een Randstedelijke auto, of je bent het niet. Verschil met die boerenbakken moet er wezen.

De instructeur begint meteen honderduit te praten. Relaxed strekt hij zijn benen uit. Dat kan in deze auto, want blijkbaar hebben alle bijrijders in het westen des lands benen van 1.80 meter. Met mijn eigen schamele 1.64 m kan ik nauwelijks bij de pedalen zonder onder het dashboard te verdwijnen. Hij draagt glimmende puntschoenen en iets wat eruit ziet als een kashmieren broek, gemaakt van wol van vrije uitloopschapen. Dat is even schakelen als je gewend bent naast iemand in een t-shirt met vlekken en een Wrangler spijkerbroek van het model dat ze alleen in ontwikkelingslanden nog gratis uitdelen, te zitten. “Zooo, dus jij bent zo’n bakfietsend Vinexvrouwtje?” zegt hij, “Leuk, hoor. Gezellig”. Verbijsterd staar ik hem aan en rij daarbij bijna de busbaan op. Vinexvrouwtje? Is dat überhaupt een woord? En niet gewoon een vorm van discriminatie? Of op z’n minst seksisme? En hoezo rijdt er hier een bus midden op de weg? Wie heeft bedacht dat dat handig is? Hobbelend stuur ik het uit de kluiten gewassen kersenrode vehicle over diverse stoepjes om weer ergens te komen waar ik daadwerkelijk mag rijden. “Hoeveel lessen had je gehad, zei je?” klinkt het naast me en ik zie hoe zijn hand zich om de greep boven het raampje klemt en zijn knokkels langzaam wit worden.

In de twee uur die daar op volgen ervaar ik eindelijk hoe mijn autistische zoon zich iedere dag moet voelen. Van autorijden in de Randstad raak je namelijk gegarandeerd chronisch overprikkeld. Ik was in de veronderstelling dat ik het bestuurdersschap, na ettelijke eerdere lessen (de tel ben ik inmiddels kwijt), redelijk onder de knie had. Dat blijkt echter een grof geval van zelfoverschatting. Minstens drie fietsers lopen door mijn toedoen een klein trauma op, om over de veelvuldig overstekende konijnen (zoveel wildlife heb ik zelfs tijdens mijn safari door Afrika nog niet gezien) maar niet te spreken. Mijn instructeur vraagt zeker vijf keer verbouwereerd of het principe van kijken bij plattelands-CBR’s soms geen onderdeel van het examen is en moet me een keer op een parkeerplaats stil zetten om uit te leggen dat het weliswaar begrijpelijk is dat ik gefrustreerd ben geraakt van het in de Achterhoek constant achter een tractor vast komen te zitten, maar dat inhalen over een doorgetrokken streep hier dus gewoon echt niet mag. Stelletje Randstedelijke mierenneukers.

“Ja, nou, ik denk dat we nog maar wel een lesje of wat moeten doen, vind je niet?” oppert de instructeur voorzichtig nadat ik de auto uiteindelijk dwars over drie parkeerplekken in mijn wijk heb neergezet. Blijkbaar zou de gemiddelde grootstedelijke driewielerende nieuwbouwkleuter nog eerder verantwoord de snelweg op kunnen dan iemand met mijn stuurmanskunsten. “Kop op meid, komt wel goed” probeert de instructeur me een hart onder de riem te steken, maar de angstzweetplekken van zijn klotsende oksels in zijn van organische hennep geweven overhemd zijn niet te missen. “Ik app je voor de volgende afspraak.” Ik knik en gooi de deur van de rode lesbolide dichtsla achter me dicht. En wis de naam van de rijschool uit mijn contactenlijst.

Mijn kinderen halen waarschijnlijk eerder dan ik hun rijbewijs. Daar wacht ik nu maar op, want dan kunnen zij hun ouwe moeder overal naartoe chaufferen. Tot het zover is, koop ik toch maar gewoon zo’n bakfiets. Daar heb ik geen papiertje voor nodig. En je krijgt toch sowieso geen drie kinderstoeltjes op een achterbank gepropt. Weliswaar kost zo’n ding een klein fortuin, maar, in mijn geval, waarschijnlijk ongeveer net zoveel als een rijbewijs. En blijkbaar zie ik er toch al uit als een Vinexvrouwtje.

Lees ook: De Slag om de Speen (want hoe kom je er vanaf?)

Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Ouders, kijk uit met water deze zomer (want een ongeluk is zo gebeurd)

Hoera, het is vakantie! En dat betekent: lekker zwemmen! Maar, hoe leuk...
Lees verder