14 dingen die je denkt als je je baby voor het eerst naar de crèche brengt

creche
Dat je vandaag nog je baan opzegt en dat de leidster wel zestien lijkt – deze dingen denk je als je je baby naar de crèche brengt.

Lees ook: De 10 kenmerken van de ideale moeder

Daags voordat Casper (toen dertien weken) werd verwacht op het kinderdagverblijf dat wij met veel zorg voor hem hadden uitgekozen en waar we toen ook een heel goed gevoel bij hadden, stond ik met de telefoon in mijn hand. Om af te bellen. Ik kon het niet aan. Die kleine mini-baby waarvan ik zelf nog maar net begon uit te vogelen hoe hij werkte, die kon ik toch niet toevertrouwen aan de zorg van op zichzelf heel lieve leidsters, maar wel zonder enig idee van hoe mijn baby in elkaar stak? Want ze wisten natuurlijk niet hoe ze hem in slaap moesten krijgen, welke speeltjes hij leuk vond om naar te kijken en hoe ze hem moesten troosten. Het idee dat hij daar überhaupt zou huilen en dat ik, zijn enige eigenste moeder, dan niet in de buurt zou zijn, bezorgde me sowieso nachtmerries (ik was een tikje hormonaal). Uiteraard belde ik niet, bracht ik Casper die bewuste eerste dag met lood in m’n schoenen en bleek het natuurlijk allemaal enorm mee te vallen. Want de leidsters wisten wel degelijk hoe ze hem in slaap moesten krijgen, konden troosten als de besten en deden mij nog allerlei handige tips aan de hand over hoe om te gaan met krampjes. Maar goed, dat leer je achteraf. Die eerste dag, die is gewoon Niet Te Doen. En dan denk je dit.

 

  1. Ik blijf wel op de gang

Na tien minuten, 21 kusjes en 43 ‘o, vergeten jullie niet’-opmerkingen, wordt het een beetje gênant dat je nog steeds niet bent vertrokken. Dus ja, dan ga je maar. Met lood in je schoenen. Om op de gang te blijven staan en serieus te overwegen hier de rest van de dag te wachten.

 

  1. Nog één keertje kijken dan

Je hebt andere ouders heus wel wat bevreemd naar je zien kijken, maar toch loop je als een vreemd soort stalker voor de zesde keer terug naar het raam. Nog één keertje kijken. O, hij lacht. Heel hard. Naar een leidster. Precies die lach waarvan je altijd dacht dat-ie die voor jou bewaarde. Nou ja, wel fijn, maar toch. Jij bent z’n moeder enzo.

 

  1. Kan ik al bellen? (deel 1)

Ja oké, het is misschien een beetje wonderlijk om de telefoon te pakken terwijl je technisch gezien de straat nog niet uit bent, maar hé, dan kan je in geval van hartverscheurend huilen meteen weer omkeren. Wel zo handig.

 

  1. De leidster lijkt wel zestien

Ze zal vast al haar diploma’s hebben en ook heel lief zijn, maar toch, die leidster, die lijkt wel zestien. Best jong om voor een baby te zorgen.

 

  1. Ik ben de allerallerslechtste moeder op aarde

Welke moeder laat nou haar kind achter bij een zestienjarige leidster?! Of bij wat voor leidster dan ook? Terwijl je snikkend je weg naar je werk vervolgt, trek je de licht hysterische conclusie dat je dus de allerslechtste moeder ever bent.

 

  1. Als er maar geen ander kind bovenop ‘m gaat zitten

Toen je een crèche moest kiezen leek het je nog zo leuk, zo’n nul-tot-twee groep. Wat o, wat zou-ie dan leuk kunnen leren van de oudere kinderen. Maar nu je de oudere kinderen in kwestie hebt gezien, word je ineens geplaagd door visioenen van mollige peuters die met volle vaart boven op je baby gaan zitten of ‘m pletten met een loopauto.

 

  1. Kan ik al bellen? (deel 2)

Met uiterste krachtsinspanning heb je jezelf er uiteindelijk dan toch van weerhouden om binnen vijf minuten al op te bellen, maar nu je een halfuur verder bent en net op je werk zit, MOET je gewoon weten hoe het gaat. Dan maar een stalker.

 

  1. Ik zeg mijn baan op

Nee hoor, jij zou gewoon blijven werken als de baby er eenmaal was, verkondigde je stellig tijdens je zwangerschap. Thuisblijven? Pfff, nee, jij niet. Bij de komst van de betreffende baby werd je al wat minder stellig, maar dat waren natuurlijk de rondgierende hormonen. Alleen nu de hormonen wat tot bedaren zijn gekomen, je verlof er echt opzit en je al tranen plengend wegrijdt bij de crèche weet je echt honderd procent zeker: die baan, die zeg je op. Wat nou persoonlijke ontwikkeling, hoezo hypotheek? Je salaris gaat toch alleen maar naar de crèche. (Gratis tip: begin je eerste werkdag niet met het tikken van een ontslagbrief. Gewoon niet doen. Het wordt beter. Echt.)

 

  1. Straks laten ze ‘m vallen

Je weet het heus wel: de leidsters zijn opgeleid en getraind en de kans dat er in en om het huis een ongeluk gebeurt is veel groter dan op de crèche, maar toch, tóch: straks laten ze ‘m vallen. Je kwetsbare ieniemini baby. Bij het idee alleen moet je al huilen.

 

  1. Kan ik al bellen? (deel 3)

Goed, je hebt dus al een keer (of twee, nou ja, drie) gebeld om te vragen of junior nog in leven is en niet aan het clusterhuilen is geslagen en om nog wat last minute tips mee te geven als Sudocrem tegen rode billen (oké, toen je het zei, realiseerde je je ook wel dat de leidster dat misschien al wist, maar je kunt nooit volledig genoeg zijn). Maar nu je zo’n beetje halverwege de dag bent, wil je gewoon nog een keer weten hoe het gaat. En dus vraag je je af of je opnieuw de telefoon kunt pakken of dat je dan meteen het stempel ‘hysterische belmoeder’ krijgt. Waarschijnlijk dat laatste.

 

  1. Straks mist-ie mij

Er is iets dubbels aan je hoop dat je baby je toch een ietsiepietsie zal missen vandaag en je huizenhoge angst dat dat gebeurt. Want in gedachten hoor je ‘m al hartverscheurend huilen en om jou roepen (oké, technisch gezien is dat onmogelijk maar dan de onverstaanbare babyvariant ervan) en raak je er hoe langer hoe meer van overtuigd dat-ie onherstelbare verlatingsangst zal oplopen.

 

  1. Is het not done om ‘m om halftwaalf al op te halen?

Die wendag, die was makkelijk. Gewoon twee uurtjes van tien tot twaalf. Ook wel lekker, kon je tenminste even rustig boodschappen doen. Maar zo’n héle dag… Die duurt zo lang. En dus vraag je je af of het raar is om zo’n eerste dag een tikkie in te korten. Tot ehm… halftwaalf ofzo? Hoewel, dat is misschien wel wat wonderlijk naar je baas, zo op je eerste werkdag.

 

  1. Als ze hem naar niet vergeten

Plotseling zie je het helemaal voor je: die zes dreumesen in de groep zullen natuurlijk allemaal tegelijk huilen/ elkaar aanvallen met speelgoed/ heel erge poepluiers produceren en dan worden de leidsters daardoor zo in beslag genomen dat ze jouw baby gewoon vergeten met alle vreselijke gevolgen van dien. Want normaal huilt-ie wel (best hard ook) als-ie honger heeft, maar stel dat-ie daarvoor al te verzwakt is geraakt. Heel vreselijke dingen zullen gebeuren, daar ben je ineens heilig van overtuigd.

 

  1. Ik heb eigenlijk wel zin om te werken

Ineens schiet-ie door je hoofd, deze gedachte. Terwijl je je hand om een beker warme koffie legt en een paar seconden uit het raam kijkt, een luxe die je je thuis niet zo vaak kunt veroorloven. Heerlijk, thuis met je baby, maar zo’n werkdag heeft toch ook wel wat kleine voordeeltjes.

Niks meer missen & elke dinsdag onze meest populaire, lachwekkende, ontroerende, herkenbare, irritante, maar altijd goudeerlijke berichten in je inbox?






Lees ook
Geschreven door
More from Mariette Middelbeek

12 HEEL belangrijke dingen die je niet meer kunt begrijpen als je kind 1 jaar is

Ja, je liep echt de helft van de tijd met één blote...
Lees verder