15 Dingen waar je als nieuwe tweelingmoeder echt niet zonder kunt

Krijg je een tweeling en heb je geen idee wat je allemaal moet aanschaffen? Hierbij Jannekes Uitzetlijst.

Natuurlijk nam ik zorgvuldig de Uitzetlijst in Het tweelingenboek (uit 1991) door toen ik zwanger bleek van een tweeling. Wat hadden we in vredesnaam allemaal nodig? Blijkbaar onder meer het volgende: 2 bedzeiltjes (gebruikt iemand die nog?), 8 molton onderleggers (van mijn moeder gekregen, maar nooit gebruikt), 3 pakjes strikslips (ik weet nog steeds niet wat dat zijn), 6 wasbare huidbeschermers (iemand een idee?) en 6 navelbandjes (gekregen van mijn schoonmoeder, maar nooit gebruikt). O, en niet te vergeten 18 hemdjes, (maat 56 t/m 68) en evenveel truitjes (zelfde maten), 12 badstof broekjes en 12 boxpakjes, en nog wat kleertjes. Inmiddels ben ik een paar maanden verder en zou ik een heel andere Uitzetlijst samenstellen. Bij deze. 14 dingen die je als nieuwe tweelingmoeder écht goed kunt gebruiken.

Lees ook: Waarom tweelingmoeders zich vaak onbegrepen voelen.

  1. Prematuurkleertjes. Die had ik dus niet in huis (stond niks over in de Uitzetlijst) en verdraaid, mijn kinderen pasten alleen in maat 44. Gelukkig had ik een vriendin die me vlak voor de geboorte een pakketje minikleertjes stuurde, anders hadden ze die eerste dagen echt alleen maar in grote slobbertruien in maat 56 rondgebaby’t. Vlak na de geboorte kreeg ik via via ook nog een tas prematuurkleertjes van een mij onbekende tweelingmoeder toegestopt (lang leve de solidariteit onder tweelingmoeders), en zo kwam het dat mijn kinderen toch nog snoezig, in passende pakjes, op die eerste foto’s voor in hun latere babyalbum stonden. Mijn tip: haal van tevoren een paar pakjes in huis (bijvoorbeeld van C&A), tweelingen komen nu eenmaal vaak eerder.
  2. Een magnetron. Die hebben wij om principiële redenen niet in huis, maar tjonge, wat heb ik die gemist tijdens de kraamtijd. Superhandig om bijvoorbeeld de CosiBag in te verwarmen die we van het ziekenhuis meekregen, en misschien zelfs om zo nu en dan een maaltijd in te zetten (voor onszelf). En vooral ook in samenhang met het volgende punt:
  3. Een magnetronsterilisator. Die hadden wij dus ook niet, maar wat zou dát veel tijd hebben gescheeld, zeg. Elke keer een arsenaal aan flesjes en kolfapparatuur uitkoken vond ik echt zonde van onze kostbare tijd.
  4. Twee boxen (of één tweelingbox en daarna een grondbox). Een tweelingvader uit mijn Facebookkring raadde aan om twee boxen aan te schaffen. Nou is onze huiskamer niet zó enorm, dus besloten wij het te houden op één box, formaatje XL. Maar twee baby’s in de box was algauw niet meer zo’n succes omdat baby 1 dan meestal probeerde de speen/het speelgoed van baby 2 af te pakken en baby 2 dan heel hard begon te huilen. Uiteindelijk dus toch nog een tweede aangeschaft.
  5. Een babyswing. Onze grote redder in gevallen van nood, want waar laat je een huilende baby als je al een huilende baby in je armen hebt? In de babyswing dus.
  6. Een tweelingwagen. Spreekt voor zich natuurlijk, de grote vraag is: wat voor tweelingwagen? Ik kwam na uitgebreid onderzoek uit op een wagen met de bakken/stoeltjes bóven elkaar in plaats van naast elkaar (van iCandy). Oké, je moet een van je baby’s als een soort sandwich in het onderste bakje schuiven en je hebt iets minder ruimte voor je boodschappen, maar daar krijg je wel heel veel gemak voor terug: wij passen met z’n drieën door elk gangpad, slalommen met gemak door het Kruidvat, huppelen de Hema door en stappen zo even de bus in. Ook fijn: niet zo heel veel mensen hebben door dat je met een tweeling aan de wandel bent, dus dat scheelt een boel nieuwsgierige vragen (als je dat juist leuk vindt, zou ik vooral een brede nemen).
  7. Een ledikantje (of twee). Ook zo’n kwestie waar ik een paar nachten van wakker heb gelegen: hoe zouden we ze te slapen leggen? In een tweelingwieg, twee co-sleepers, een family bed, of zoals ze in Finland doen gewoon maar in een kartonnen doos? Uiteindelijk vonden we een tweelingwieg zonde van het geld (ze groeien er zo snel uit), co-sleepers zielig (want we wilden ook dat ze samen in een bedje lagen), een family bed iets te riskant en een doos, tja, toch maar niet. De oplossing: samen in één ledikantje, twee keer kort opmaken en beide baby’s met de hoofdjes naar het midden. We hebben een hemelstang naast het bedje gezet, daar hingen we een schattig kanten gordijntje van de Xenos aan, en tadaa, we hadden toch een soort wieg. Bedje stond naast ons bed, dus co-sleeping én co-bedding ineen. En van het geld dat we overhielden kochten we:
  8. Een grote wasmachine en droger (een kilootje of acht). Er gaat hier nog steeds dagelijks zeker één trommel wasgoed doorheen, dus als ik ergens blij mee ben dan is het met onze wasmachine (gewoon de beste en grootste gekocht die we konden vinden) en droger (idem dito). Vooral die wasmachine, wát een zaligheid. Alle rompertjes komen er altijd brandschoon uit (na een nachtje Biotex), het beddengoed kan er in één keer in, en er zit zelfs een functie op die alvast de overhemden voorstrijkt. En strijken is nou net zo’n dingetje waar we meestal niet aan toe komen.
  9. Een flinke vriezer. Die kun je van tevoren vast volstouwen met maaltijden voor na de bevalling, tijdens de kraamweken met een voorraadje gekolfde melk en een paar maanden later met grote hoeveelheden babyhapjes, die je dan in porties van een dozijn kunt maken.
  10. De app Reclamefolder. Veel handiger dan die enorme berg folders die je anders in de bus krijgt: je vult gewoon even in het zoekveld je favoriete merk luiers in en ziet meteen waar ze op dat moment in de aanbieding zijn.
  11. Een schoonmaakster (m/v). In Het tweelingenboek stond een tip om als kraamcadeau geld te vragen om een schoonmaakster van te betalen tijdens de eerste weken. Dat hebben wij niet gedaan, maar na een maand of drie konden we er niet meer onderuit: ons huis zou nooit meer schoon worden als we niet op zoek gingen naar een schoonmaakster. Sindsdien is het zó fijn thuiskomen, in een blinkend huis met opgemaakte bedden. Spijt dat we haar niet eerder hebben gevraagd, want juist in die eerste maanden kon en mocht ik nog geen stofdoekje optillen.
  12. Een douchemuts. Dé manier om in vijf minuten te douchen, je haar te doen én je aan te kleden. Mijn haar zit sindsdien wel iets minder leuk (het hele ritueel van wassen, conditionen, föhnen, stylen sla ik dus meestal over), maar ik ben in elk geval schoon en dat is ook wat waard.
  13. Netflix (of een grote dvd-collectie). Voorlopig zul je weinig buiten de deur komen, maar gelukkig is daar de thuisbioscoop. Gezellig samen op de bank, zonodig een of twee baby’s tussen je in, filmpje aan, en je hebt toch het gevoel dat je er even uit bent geweest.
  14. Chocola. Need I say more? Goed voor de vier-uurs-dip, de elf-uurs-dip, de twee-uurs-dip, de acht-uurs-dip, en ook wel om ’s nachts mee wakker te worden voor je gaat borstvoeden (van horen zeggen).
  15. Een bakfiets. Staat bij ons nog op de verlanglijst, want geen idee waar je je baby’s laat nádat je ze uit die babyschalen hebt gehaald, maar wat lijkt het me gezellig om straks met twee peuters door de polder en naar de bibliotheek te fietsen. Oké, niet strikt noodzakelijk, maar twee stoeltjes op één fiets lijkt me niets – je wilt je kinderen toch kunnen zien. En bovendien, waar laat je dan die zestien pakken luiers?

Lees ook: 35 Tekenen dat je een echte tweelingmoeder bent.

Geschreven door
More from Janneke Jonkman

25 dingen die je herkent als je een peutertweeling hebt

Ik ben twee en ik zeg nee – en dat keer twee....
Lees verder