Brief aan jonge ouders: “Het is bikkelen, maar het wordt beter!”

De eerste jaren van het ouderschap waren een rollercoaster voor Femke en haar man. Max werd geboren, de heftige kraamtijd ging ze niet in de koude kleren zitten, ze moesten groeien in de rol van het ouderschap en toen ze dachter ‘er’ te zijn begon de peuterpuberteit. Heel geleidelijk kwam er echter meer rust in de tent. En daarom wil Femke alle jonge ouders een hart onder de riem steken.

Lees ook: 11 fouten die jonge ouders maken (en die je makkelijk kunt voorkomen) 

Lieve jonge ouders,
Daar zit je dan met je baby, je dreumes of je peuter. En misschien zelfs wel met én een baby én een dreumes én een peuter. Ga er maar aan staan. Het ziet er allemaal enorm schattig uit van de buitenkant en dat is het natuurlijk ook, maar OH MY wat een werk. Je kunt je toch bijna niet meer voor de geest halen hoe het was toen die kleintjes er niet waren. Of nou ja, dat kun je wel, maar dat doe je maar liever niet, want dan herinner je je ineens weer hoeveel je sliep, dat je sliep, dat je wel eens een minuutje voor jezelf had of een ellenlange discussie aan tafel met je partner voerde terwijl jullie een hete curry naar binnen werkten. Om half negen ’s avonds. Want wie was er toen bezig met rust, reinheid en regelmaat?

Collega Renske vertelde me dat zij (en haar partner), nu ze twee jonge kinderen hebben, iedere dag het idee hebben dat ze ‘em koortdansend doorkomen. De ochtendspits overleven, iedereen zonder pindakaasmond/met gepoetste tanden/schone luiers/gekamde haren voor negen uur op de opvang afzetten, keihard naar werk racen, je best doen op werk, hopen dat je niet gebeld wordt dat er eentje ziek is, na werk keihard terugracen naar de opvang, kinderen inladen, koken/eten (lussiknie)/partner amper spreken/ kinderen badderen/ wasjes draaien/strijken/kindermeuk opruimen/kinderen in bed stoppen (wilnieslapen)/ op zalando nog snel even een paar T-shirtjes bestellen en korte broeken want ze zijn er nu alweer uitgegroeid/ oh daar is de oppas, want allebei nog een afspraak buiten de deur / thuis om 23 uur/ snel slapen, toch te lang kletsen/ 6.30 wakker/ moe aan dag beginnen etc…

En dan gaat dit alleen nog maar over het praktische wat erbij komt kijken als je een gezin runt. Niet eens over het kind (of: de kinderen) zelf. Want hoeveel je ook van ze houdt, ze vergen het uiterste van je. En al die Instagram-accounts van die stylish moeders met hun in witte rompertjes gehulde baby’s die met een Doutzen-achtige perfectie het beeld schetsen dat het hebben van een kind een en al idylle is, blijken één grote leugen. Daar kom je als ouders in feite al op dag 1 achter. Het huilen, het poepen, het niet uit de borst willen drinken, het ’s nachts wakker zijn, de krampjes…Och, en de zorgen die je je vanaf het begin maakt: ‘waarom draait ie zich nog niet om? In Oei ik groei staat dat dat allang gebeurd zou moeten zijn!’

Vervolgens heb je die babyfase overleefd, vier je de 1-jarige verjaardag van je kind en denk je: “Ik heb het nu redelijk in de smiezen” en een paar maanden later begint het ‘NEE’-zeggen en glijd je húp de peuterpuberteit in. Voor veel van jullie geldt ook nog eens dat er juist op dat moment een nieuw lid aan de familie wordt toegevoegd wat ervoor zorgt dat iedereen opnieuw zijn plek moet vinden…dus ja, dat is keihard bikkelen.

Maar het wordt beter. Mijn collega Barbara zei toen haar oudste zoon vier werd…”Langzamerhand wordt ook de kleinste zelfstandiger en is er weer meer tijd voor mezelf en voor mijn relatie.” En zo is het, lieve jonge ouders met baby’s, dreumesen en peuters from hell. Je denkt dat je er nooit meer uitkomt en dat dit is hoe het leven eruitziet, maar dat is dus niet zo. Het is echt van voorbijgaande aard. Mijn zoon is de allerpittigste peuter allertijden geweest en ik dacht mijn leven voorgoed in een soort strijd veranderd was. Ik twijfelde aan mijzelf, mijn capaciteiten op het moedervlak, ik twijfelde aan mijn man als vader en tenslotte zelfs aan ons als stel. Ik klaagde tegen een vriendin over hoezeer mijn man en ik het niet meer gezellig hadden en dat ik me wel eens afvroeg of wij wel bij elkaar pasten en toen zei zij: “Denk je niet dat dit meer met die heftige peuter van je te maken heeft dan je wil toegeven?” Inmiddels kan ik volmondig “JA” zeggen. Er is communicatie met het ventje mogelijk, hij reageert (eindelijk) op reprimandes en is zindelijk, slaapt goed, eet goed…

Wat ik wil zeggen is dit: zelfs al heb je niet zo’n pittige peuter als ik had… het krijgen van kinderen en die eerste periode, waarin ze nog zo klein zijn dat ze werkelijk alles moeten leren, is heftig. Daar moeten mensen (met oudere kinderen) niet meewarig hun hoofd over schudden, want het is echt zo en zij zijn het alweer vergeten. Tuurlijk, de puberteit zal vast ook heavy shit zijn, maar dat gaat dan meer over geestelijke hoofdbrekens en nu hebben we het toch ook echt over fysieke geslooptheid. Die periode van luiers verschonen, hapjes voeren, constant uitleggen waarom, elke nacht structureel te weinig uren maken, achter je weglopende peuter aanrennen, een huilbaby sussen, je kind leren dat slapen echt in zijn eigen bed moet en ook vanaf zeven uur…die houdt op. Het gaat op een zeker moment (soort van) vanzelf. Je kinderen worden zelfstandig en jij bent comfortabel in je rol als ouder. Dus wanhoop niet, houd je blik op oneindig, geef elkaar af en toe een uurtje ‘vrij’ zodat de ander kan bijtanken en heb een rotsvast vertrouwen in een toekomst waarin jijzelf weer (ietsje meer) de boventoon gaat voeren.

Liefs,

Femke

Lees ook: De misvattingen van het ouderschap: verwachting vs realiteit!

Lees ook
Geschreven door
More from Femke Sterken

Supersnelle spaghetti met runderballetjes (en ricotta – voor wie dat lust!)

Zoals alle kinderen eet Max het liefst de hele week spaghetti bolognese,...
Lees verder