Het denkbeeldige vriendje van mijn kind heet Oeloe en heeft paars haar. Is dat gek?

Het denkbeeldige vriendje van mijn kind heet Oeloe en heeft paars haar. Is dat gek?
Oeloe heeft paars haar, draagt een jurk en woont in een groene caravan. Franke denkt dat Oeloe heel gezellig is, maar jammer genoeg is dochter Puk de enige die haar kan zien.

Wanneer ze op het toneel verscheen, weet ik niet meer. Oeloe. Opeens was ze er. Heel natuurlijk is het erin geslopen, ofzo. Puk was een jaar of twee, ze kon al vrij goed praten. Het begon met een klein woordje tegen Oeloe, maar conversaties met haar denkbeeldige vriendinnetje mondde al heel snel uit in heel lange gesprekken. Overigens ook in een soort geheimtaal, die ik niet verstond. Stond Puk, met haar heerlijke luierkont in een maillotje, midden in de kamer te oreren: “Thoe koeloe filieflielie tjomg teng bes?!” Heel gezellig. Hoe langer Oeloe er was, hoe meer ik over haar te weten kwam.

Lees ook: Als je kind opeens spoken ziet. WTF?! Doodeng!

Dit artikel gaat door onder de afbeelding

Oeloe bleek haar haar van kleur te kunnen veranderen. Soms was het groen, dan weer paars. Net als haar jurkje, overigens. Ze woonde in een caravan. Oeloe was net wat ouder dan Puk en net wat groter. De vriendin tegen wie Puk een beetje opkeek, denk ik. Want Oeloe kon en deed alles wat Puk zelf nog net niet kon en waar ze nog wat hulp bij kon gebruiken. Hoe meer Puk op haar gemak raakte van het idee van een denkbeeldige vriendin, hoe vaker Oeloe aanwezig was. Ze speelde met Oeloe, Oeloe vertelde soms iets wat Puk niet durfde te zeggen, Oeloe kreeg de schuld van ‘ongelukjes’ in huis, zoals een viltstiftstreep op de muur. Oeloe liet haar heel hard lachen, en ik vroeg me dan altijd af wat die Oeloe nu voor grap had uitgehaald.

Op een gegeven moment bracht Oeloe een vriendinnetje mee: Jessun. Tenminste, ik denk dat je het zo schrijft, maar eerlijk gezegd weet ik het niet. Manlief spelt liever: Yèssen. Kan ook. Anyways. Oeloe en Jessun waren reuze gezellig en gingen overal mee naartoe. Zaten in de vakantiekoffer, op het dak van de auto, tussen papa en mama in. Later verschenen de imaginaire vriendinnetjes vooral als Puk iets spannend vond en ze psychische ondersteuning kon gebruiken. Als we naar een feestje gingen. Of met vakantie. Eigenlijk bij alle eerste keren waren de dametjes aanwezig.

Totdat de eerste schooldag aanbrak. Terwijl mijn dochter stond te trappelen met haar kersverse rugzakje om, vroeg ik of Oeloe met haar meeging. Ze keek me aan of gek geworden was. “Oeloe? Nee, die is naar Amerika. En Jessun ook,” zei ze. En dat was dat. Ze stapte met zelfverzekerde passen de deur uit, richting auto. Oeloe en Jessun. Ze werden in één dag hartstochtelijk verruild voor echte vriendinnetjes, van vlees en bloed. Oeloe en Jessun waren blijkbaar niet meer nodig bij de ontwikkeling van mijn dochter. Maar soms mis ik die twee wel een beetje. Ik was na anderhalf jaar toch beetje aan ze gehecht geraakt. Kleine meisjes met paars en groen haar die in een caravan wonen, grapjes maken, op het dak van de auto meerijden en in geheimtaal spreken; het leken me twee toffe chicks. Maar ja, ze waren niet míjn fantasie. Helaas…

Lees ook: Fantasierijke en angstige peuters: zo deal je met een monster onder het bed.

Nog meer lezen van Franke? Volg haar dan op Instagram

 

Geschreven door
More from Franke van Hoeven

Kinderprogramma’s die moeders maar beter kunnen skippen

Zodra je baby een paar maanden is, begint het al: televisie/tablet kijken!...
Lees verder