Hoe zorg je ervoor dat je jongste geen ettertje wordt?

Barbara vindt haar jongste zó schattig, dat ze bang is dat ze de oudste daarmee onzeker maakt. En nog erger: dat die jongste het zo vanzelfsprekend vindt dat hij de leukste is, dat het later een ettertje wordt. Er zijn voorbeelden van! Maar er is een oplossing.

Ik ken een kindje en dat kindje is een klootzakje. Echt een achterbaks, zelfingenomen pestkopje. Ik ben niet de enige die dat vind. Er wordt over hem gesproken. Hij is de jongste van een groot gezin en zijn ouders adoreren hem. Die hebben geen idee. Ik snap dat wel. Het is namelijk ook een schattig jongetje, hij is heel slim en begaafd. Hij kan goed voetballen, goed leren en goed pianospelen. Hij is sociaal. Een droomkind. Behalve dan dus dat hij zodra zijn ouders niet kijken, meteen op zoek gaat naar een mogelijkheid om te pesten, om de situatie naar zijn hand te zetten, heel brutaal is – hij denkt godverdomme dat hij alles kan maken.

LEES OOK: Een tweede kind? Deze veranderingen ga je meemaken!

Dat vind ik moeilijk. Want ik heb ook een jongste en die is ook heel schattig. Het klootzakje is al bijna 10, die van mij nog maar 6. Toen het klootzakje zo oud was, kon ik al deze nare karaktereigenschappen nog niet bij hem waarnemen. Ik vraag me nu dus af: ben ik ook een klootzakje aan het kweken?
Dat zit zo. Ik vind die kleine zó lief, dat ik de hele dag sta te applaudisseren. Om alles wat hij doet. En dat weet hij! Een paar keer per dag komt hij naar me toe en zegt: “Kijk eens mama, wat ik doe” Dan volgt er een dansje of gekke beweging, niet eens zo heel knap, en daar ga ik dan weer hoor. Sta ik weer te klappen als een blije mongool.

En check het verschil met hoe je omgaat met die kinderen in de ochtendspits. De oudste moet het doen met bevelen: “Eet je brood op, anders komen we te laat. Ik heb je nu al drie keer gevraagd om je schoenen te gaan zoeken, waar zijn ze? En heb je nou alweer je gymtas op school laten liggen? Kan je er niet één keer aan denken om m wél mee te nemen?!?!” De jongste voer ik stukjes brood en slokjes melk, als de schoenen aan moeten zet ik hem bij me op schoot. Ik doe hem zijn sokjes aan, zijn schoentjes, en hij krijgt een nog een kusje en een knuffel erbij – en met een beetje mazzel een “GOED ZO!!!!” Of het boekje lezen voor het slapengaan. Tegen de oudste: “Je mag nog tien minuten lezen, dan moet echt het licht uit. Ja, nu gaan het licht uit, echt hoor, het is al half negen! Afgelopen!” Onderwijl zit ik met de jongste op schoot een boekje voor te lezen, en als die vraagt om nóg een Molletje, dan lukt het hem nog ook.

Ik voel regelmatig medelijden met de oudste. Hij is ook nog een kind, hij wil ook geknuffeld worden, misschien zelfs gevoerd en voorgelezen. Maar dat doen we niet meer, want daar is geen tijd voor. We hebben die kleine om voor te zorgen en zijn broer kan echt niet meer verwachten dat we gaan voorlezen. Heel normaal, maar toch. Ik zie zijn verlangen. En natuurlijk geef ik weleens aan toe, probeer ik het kleine kind in hem te raken, door dingen met hem te doen die hij leuk vindt, maar waar hij eigenlijk te oud voor is.
Dat werkt voor mijn schuldgevoel, maar voor hem niet echt, denk ik. Hij heeft dondersgoed in de gaten dat het voorbij is. Dat hij in zijn eerste jaren ook is geknuffeld en gewiegd, maar dat dit nu voorbij is. Dat hij voor altijd de grote is, en zijn broertje voor altijd de schattige. Dat de kaarten zijn geschud.

Met pijn in het hart kijk ik soms hoe die kleine nu gewend is alle aandacht te krijgen – van mij, van oma, van de buurvrouw, de bakker, de slager, de ijsboer. Soms zie ik het misgaan. Dan pakt de jongste iets af van zijn grote broer, die het terugwil, en dan komt hij natuurlijk bij mij verhaal halen. Mijn eerste reactie is dan: “Jij bent de grote, geef het even aan je broertje, dan is hij stil.” Wat doet dat met een kind?

Ze zeggen weleens: eerstgeborenen gaan de wereld leiden, en de jongste gaan proberen deze te veranderen. In een klassieke studie onder honderden kinderen uit Noorwegen, bleek dat de oudste kinderen het best presteerden op school. Hoe lager de positie in het gezin, hoe minder zin ze hebben om te gaan studeren – ook als ze hetzelfde IQ hebben. Alsof die jongste denkt: fuck it, dat leren dat doet de rest al, ik ga iets anders doen.
De oudste heeft al op jonge leeftijd iets meegemaakt dat littekens heeft achtergelaten, namelijk dat hij eerst alle aandacht kreeg van zijn ouders – en dat die aandacht daarna naar iemand anders ging! Het maakt ze ambities, jaloers en defensief. Maar ook hulpvaardig: al op jonge leeftijd moesten ze hun ouders helpen. (“Pas jij heel even op de baby terwijl ik boven de sleutels zoek?”)

De jongste kinderen in het gezin kiezen hun eigen weg. Ze laten de oudste uitzoeken wat er in de wereld te koop is, en kiezen dan een ander pad. Ze zijn ook gewend om nooit te hoeven helpen, want de ouders vragen altijd eerst aan de oude kinderen om iets te doen. Het vragen aan de jongste heeft toch geen zin – die is nog zo klein. En dat proces houdt heel lang aan, tot na de puberteit. Eigenlijk hun hele leven. Of die kinderen ettertjes worden of niet ligt natuurlijk niet aan hun volgorde van binnenkomst in het gezin. Sterker: nu ik er zo over nadenk is de zwakke in dit verhaal de oudste. Dat is het kind om in de gaten te houden. Als je oog hebt voor de positie van dat kind, en ervoor zorgt dat die ook kind kan blijven zijn, dat je niet altijd partij kiest voor de kleine, de ogenschijnlijk zwakke, als je ervoor zorgt dat je samen leuke dingen blijft doen met de oudste, en aandacht hebt, dan haal je een deel van de spanning bij dat kind weg.

En de jongste? Die krijgt dan heel goed door dat er meer lieve kinderen in het gezin zijn, dan alleen zij. En dan kan je weer gaan knuffelen zonder schuldgevoel.

LEES OOK:  Jongste, middelste of oudste van het gezin? Dit zegt de plek in het gezin over je kind.

Lees ook
Geschreven door
More from Barbara van Erp

Zó gedaan: een wolkje van toverballen boven hun bed!

Barbara kan dat dus niet, al die leuke dingen verzinnen voor kinderkamers...
Lees verder