Waarom iedereen moet doen wat mama zegt in de kraamtijd

In de kraamtijd ben je op je kwetsbaarst en er komt enorm veel op je af. Helaas begrijpen omstanders dat niet altijd. Daarom deze noodkreet: laat mama’s wil altijd wet zijn in de kraamtijd.

Mijn kraamtijd verliep niet helemaal zoals ik had gehoopt. Nu geldt dat denk ik voor heel veel moeders, maar dat wist ik toen nog niet. Ik had me verheugd op een roze wolk, op in bed naar mijn baby’s liggen staren, veel slapen en af en toe wat kraambezoek ontvangen dat fluisterend en op de tenen door het huis zou lopen en hooguit wat lawaai zou maken omdat ze spontaan de stofzuiger ter hand namen. Ze zouden onze wens op het geboortekaartje respecteren om niet spontaan voor de deur te staan, maar eerst even te bellen. En na een beschuitje met muisjes zouden ze weer stilletjes vertrekken, en niet zelf de koelkast opentrekken voor een biertje.

Natuurlijk liep het allemaal iets anders. Ja, er was heel fijn bezoek dat zelfgemaakte ovenschotels meenam, zelf de kopjes afwaste en voor vertrek nog even aanbood om me de eerste keer te vergezellen naar het consultatiebureau. Maar er was ook het onaangekondigde bezoek dat driekwartier had gefietst en nu ‘gezellig’ even kwam aanwaaien (vriendinnen van tantes van kennissen die ik daarna nooit meer heb gezien). Er was de kraamhulp – gelukkig kwam ze maar voor één middag – die ‘lekker even het huis doorwaaide’ door alle deuren en ramen open te zetten, terwijl mijn baby’s prematuur waren en zichzelf nog niet goed konden warm houden en toen ik er wat van zei, beweerde ze doodleuk: ‘Frisse lucht is juist heel goed voor baby’s.’ En dan was er het bezoek dat helemaal niet stilletjes op de achtergrond bleef, maar het bezoek om hén liet draaien. Ik wil niet al te oude koeien uit de sloot halen – we hebben het later weer bijgelegd – maar mijn eigen familie maakte het in de kraamtijd zo bont dat ik huilend naar de slaapkamer vertrok en aan mijn vriend vroeg of hij wilde zorgen dat iedereen zo snel mogelijk vertrok. Zelf was ik na een arsenaal aan zwangerschapskwalen, ziekenhuisopnames, een spoedkeizersnede, gependel tussen de verloskamer (waar mijn ene baby lag) en de intensive care-afdeling (waar mijn andere baby lag), talloze doorwaakte nachten, naweeën, stuwing, het proberen te begrijpen van twee baby’s die veel huilden en het vrijwel non-stop voeden en kolven toch al niet op mijn best en het laatste waar ik energie voor had, waren de issues van mijn familieleden.

LEES OOK: Wat niemand je vertelt over de kraamtijd (echt niet!).

Dat het ook anders kan, besefte ik pas goed toen ik deze week op Facebook bij toeval op een bericht stuitte van een medemoeder en mamacoach, Susannah. Zij pleit er in dat bericht voor dat de wil van de moeder in de kraamtijd ALTIJD wet moet zijn. Ze schrijft in haar post: ‘Het zou bovenaan op bladzijde 1 moeten staan van de hand-out bij de opleiding voor verloskundigen en kraamverzorgenden en we zouden het allemaal moeten weten voor we een kersverse moeder gaan zien. De kraamvrouw (de moeder die pas bevallen is) mag zeggen wat ze wil en als ze het niet zegt moet je er nadrukkelijk naar vragen. “WAT WIL JE ÉCHT?” En haar wil is wet.’

Want de meeste kraamvrouwen zitten, beaamt ze, niet op een roze wolk, maar worstelen met slaapgebrek, kraamtranen, stuwing, napijn, en hun nieuwe rol als moeder. Ze schrijft: ‘Het ergste wat een kraamvrouw kan overkomen (en helaas overkomt dit jaarlijks duizenden vrouwen in de kwetsbaarste periode van hun leven!) is dat het bezoek meer met zichzelf bezig is dan met haar. Dat ze haar rust niet krijgt, en bovendien nog allerlei verhalen aan moet horen waar ze op dat moment totaal niet op zit te wachten. Omdat ze zo moe is, heeft een verse moeder vaak ook niet de kracht om – zoals ze normaal misschien wel heel goed doet – haar grenzen aan te geven en het te zeggen als iets haar stoort. De omgeving moet haar helpen om die grenzen duidelijk te krijgen om haar wensen zo goed mogelijk te respecteren.’ Luidruchtig met de vader gaan staan praten is ook geen goed idee, schrijft Susannah, want dan heeft hij geen aandacht voor z’n pasgeborene en z’n herstellende vrouw.

Wat kun je wél doen als je een kersverse moeder écht wil steunen in deze kwetsbare periode in haar leven? Volgens Susannah de volgende dingen:

  • Met een open hart en een open ‘mind’ kijken en luisteren. Door bijvoorbeeld te zeggen: ‘Ik heb aan je gedacht en wil graag iets doen waar je écht blij van wordt of wat écht helpt.’
  • Haar vertellen dat álles oké is. En normaal bovendien.
  • Haar zoveel mogelijk pamperen en verzorgen en op zachte toon praten in huis, ook als de kraamvrouw zelf boven is.
  • Als je het bericht krijgt dat een vriendin of familielid is bevallen, niet zeggen: ‘Ik wil zo snel mogelijk langskomen!’ Maar: ‘laat het me weten als ik welkom ben en jullie er ruimte en rust voor hebben. Ik ben heel nieuwsgierig en hoop dat alles goed gaat, maar ik zal me niet opdringen.’

Amen, zeg ik hierop. Zo helder, zo simpel en toch zo belangrijk, deze handleiding voor omstanders in de kraamtijd. Ik vind Susannah’s regels zó een verademing dat ik spijt heb dat ik ze niet eerder kende. Zodat ik ze had kunnen meesturen met het geboortekaartje. Want de omstanders zijn natuurlijk niet expres minder invoelend, ze hebben vaak gewoon geen flauw idee. Daarom zou het goed zijn als iedereen ervan doordrongen is dat de wil van de kraamvrouw in de kraamtijd altijd wet is. Omdat zij nu even op de eerste plaats staat, en ze er zo van op zal knappen. Dat je eigenlijk niets anders hoeft te doen dan simpelweg te vragen waar zij behoefte aan heeft en daar zo goed mogelijk aan tegemoet te komen. En vergeet de vader niet! Want ook hij verdient de nodige aandacht en een luisterend oor.

LEES OOK: 15 regels voor kraambezoek die je gewoon bij de voordeur kunt hangen.

Geschreven door
More from Janneke Jonkman

Brief aan alle jonge vaders: op een dag staan jullie weer op nummer 1 (maar nu even niet)

Het is best even wennen, moeder worden. In alle hectiek kun je...
Lees verder