De 25 belangrijkste regels van het peuterschap

peuterschap
Het universum van een peuter is een wereld op zich. De regels die voor de meeste mensen van toepassing zijn, gelden vooral niet voor hen tussen de 2 en 4 jaar oud. Die hebben namelijk een heel eigen wetboek met gouden standaarden die nageleefd dienen te worden. Het is jammer dat je van tevoren geen inzage krijgt in de peutergrondwet, dat zou een hoop communicatieproblemen schelen. Daarom zetten we de 25 belangrijkste regels voor je op een rij. Dan weet je in ieder geval een beetje wat je kunt verwachten.

Lees ook: 14 Dingen die je echt gaat missen als je allerkleinste groot wordt.

  1. Boterhammen mogen nooit in vieren gesneden worden. Behalve als dat wél moet. Wanneer dat zo is? Dat blijft iedere ochtend weer een verrassing.
  2. Als de peuter om pindakaas op brood gevraagd heeft, bedoelt ‘ie eigenlijk appelstroop. Of andersom.
  3. Kip is geen vlees. Kip is kip. Duh…
  4. Sneeuw is geen reden om geen korte broek aan te trekken.
  5. Als iets groen is, is het per definitie giftig en dus oneetbaar.
  6. Wormen en pissebedden horen op schoteltjes op de koffietafel.
  7. Het maakt niet uit als ‘ie z’n kleren achterstevoren aan heeft, zolang de peuter zich maar helemaal zélf heeft aangekleed.
  8. Een bed is geen bed als er niet minstens 30 knuffels in liggen.
  9. Kaplaarzen dragen in een hittegolf is volkomen logisch.
  10. Als de kaas op is, vergaat de wereld.
  11. Eten dat op andermans bord ligt is altijd lekkerder dan wat de peuter zelf heeft. En dient dus afgestaan te worden.
  12. Er kan van alles door het toilet gespoeld worden. Behalve poep eigenlijk.
  13. Mama’s handtas is bedoeld als prullenbak voor half afgekloven appels, snotterige zakdoekjes, plakkerige rozijnendoosjes en onderbroeken met poepvlekken.
  14. Van drie maanden alleen maar kale spaghetti eten krijg je heus geen scheurbuik.
  15. Uitslapen bestaat niet. Behalve als je om 08.00 uur op het Consultatiebureau moet zijn.
  16. De beste plek om je cool te verliezen is de Albert Heijn op zaterdagochtend om 11.00 uur.
  17. Geduld is geen schone zaak, geduld is onzin. Als de peuter iets wilt, wilt hij het NU. Ook als jij op de wc zit, of onder de douche staat.
  18.  Een wandeling mag maximaal 10 minuten duren. Daarna houden de benen van de peuter op met werken en moet hij gedragen worden.
  19. Eten en drinken mag alleen geserveerd worden in precies het goede servies (welk servies, dat kan per dag verschillen). Gebeurt dat niet, dan is alles natuurlijk per direct onconsumeerbaar.
  20. Van gedachten veranderen is te allen tijde geoorloofd en daar dient niemand moeilijk over te doen.
  21. Gevaar bestaat niet. Ook als niet als een val van een klimrek van 25 meter hoog naar alle waarschijnlijkheid betekent dat de peuter het niet overleeft.
  22. Middagslaapjes zijn nooit nodig, maar als de peuter er onverhoopt te vroeg uit wakker wordt, kun je als ouder maar beter een exorcist onder de knop hebben.
  23. Klaar staan met schoenen en jas aan betekent áltijd dat de peuter op dat moment naar de wc moet. Ben je echter bezig met zindelijkheidstraining, dan moet ‘ie nooit.
  24. Peuters hebben altijd superhelden of Frozen pleisters nodig. Ook als ze geen wondjes hebben.
  25. Eén keer lief lachen en de peuter weet dat al zijn streken hem vergeven worden. Want ouders zijn nou eenmaal weekdieren.

Lees ook: 21 Volstrékt legitieme redenen waarom de peuter niet kan slapen.

Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Natuurlijke bevallingshype is ‘gezeur van verwende, hoogopgeleide vrouwen’

Bevallen is niet langer een noodzakelijk kwaad om een kind op de...
Lees verder