Als het gedrag van je peuter je machteloos maakt

Frankes zoon Olle was een zonnetje in huis, maar is sinds kort in een driftige peuter aan het veranderen. En dat maakt Franke behoorlijk machteloos en verdrietig.

Opeens was hij daar: de driftkikker die mijn kleine lieve Olle (2) sinds kort af en toe volledig overneemt. Alsof hij door de duvel bezeten is. Ik moet nog even van de shock bekomen. De eerste twee jaar van zijn leven is hij een enorm zoet mannetje geweest. Als iemand aan me vroeg: hoe gaat het met Olle, dan kon ik altijd trots antwoorden dat hij zo relaxed was, zo lief, zo gezellig en grappig. Mijn Boeddha-baby.

Lees ook: Na  de Opvoedpoli: “We volgen nu de nanny-methode met de naughty-chair.”

Dit artikel gaat door onder de afbeelding

Maar de Boeddha is tot mijn grote verdriet vertrokken. Hij laat zijn gezicht nog wel zien, hoor, natuurlijk. Ik zit niet opeens de hele dag met een relvent opgescheept. Zeker als Olle uitgerust is, op zijn gemak, als hij gezellig met grote zus Puk speelt, of buiten kan rennen en vliegen, dan is hij de lieve oude Olle, die de wereld om zich heen vergeet. Die met een grote glimlach op zijn gezicht op me af komt rennen, om me enthousiast van alles gaafs te laten zien, zoals een mooie steen die hij heeft gevonden. Maar steeds vaker ontdek ik een donderwolk boven zijn hoofd, en zie ik paniek in zijn ogen, onrust, onbegrip. Zie ik aan hem dat hij me van alles wil vertellen, als hij het maar kon. Dat hij het ook echt niet leuk vindt, die woedeaanvallen, maar dat hij zelf ook niet weet hoe hij ermee moet omgaan.

Het dieptepunt in zijn peutercarrière tot nu toe vond afgelopen weekend plaatst. Ik heb geen idee meer wat de aanleiding precies was, maar het ging in ieder geval over eten, zoals er zoveel fitties opeens over eten gaan. Ik heb geen idee hoe het zo snel kon escaleren. Op een gegeven moment was hij zó woedend, dat hij van zijn Triptrapp gleed, zijn hoofd tegen elke tree bonkte, om vervolgens op de grond verder te beuken met zijn hoofd. Zonder door te hebben leek het wel, dat-ie zijn hoofd pijn had gedaan. Hem optillen, op de gang zetten, negeren, lief toespreken, streng toespreken, mijn dochter inmiddels met de handen over haar oren aan tafel, wij met onze handen in het haar. Ik wist het echt niet meer en mijn man ook niet. Hij ging net zo lang door tot hij bijna kotste van woede, om uiteindelijk kokhalzend en doodmoe bij mij op schoot te kruipen.

Ik weet niet hoelang de driftbui duurde. Misschien was het een minuut, misschien een half uur, het leek in ieder geval eindeloos te duren. Een eindeloze tijd waarin ik niet wist welk goed advies ik uit de opvoedboekjes moest gebruiken, totaal niet wetend hoe we hem uit zijn bui konden krijgen. ‘Afleiden’ is één van de adviezen. Al had ik mezelf in een clown omgetoverd en dertig olifanten uit mijn mouw geschud, het had niet geholpen, denk ik. Mijn man werd boos en begon hem te corrigeren, ik vond het vooral heel zielig en begon te aaien. Twee dingen, las ik later, die je vooral niet moet doen. Wisten wij veel. Tot overmaat van ramp werd mijn man boos op mij omdat ik een softie aan het kweken was, en werd ik boos op hem omdat ik totaal niet geloof dat hard terug schreeuwen veel zin heeft. Kortom, een totaal onduidelijke situatie, ook voor Olle, die juist wat duidelijkheid mag verwachten. Het arme kind.

Ik voelde me machteloos en schuldig, tot op het bot. Schuldig, omdat ik nu pas voor het eerst in mijn leven echt ervoer hoe erg een peuterdriftbui eraan toe kon gaan, zonder dat er een duidelijke aanleiding voor was. Schuldig, omdat ik weleens heb gedacht als iemand het over zijn driftpeuter had: zou het niet aan de ouders liggen? Je kunt toch gewoon rustig blijven en de boel oplossen?
Ook voelde ik me machteloos, omdat ik nu wist dat wat we ook probeerden, in het spectrum van heel erg rustig blijven tot hard schreeuwen, het allemaal geen zin had. Machteloos, omdat ik mijn zoon zo graag wilde troosten, mijn lieve vrolijke zoontje, die het blijkbaar zo moeilijk heeft in dat kleine lichaampje, op dit moment in zijn leven. Mijn lieve vrolijke zoontje, die zo werd overgenomen door bergen emoties als verdriet, onmacht, woede, angst, alles tegelijkertijd. Mijn kereltje, die ik zo graag voor alles en iedereen bescherm met mijn moederkloek.

En zo zat ik dan om 8.00 uur ’s ochtends jankend aan het ontbijt. Was de hele bende geëscaleerd om fuck knows why. Omdat het verkeerde bordje op tafel stond, of omdat Olle niet op tijd een boterham met chocoladepasta kreeg. Leuk is anders, en ik hoop van harte dat deze fase niet al te lang gaat duren, en in niet te heftige proporties. Maar ik weet inmiddels ook dat ik wel mijn borst nat kan maken, dat ik er weinig over te zeggen heb, dat het karakter van mijn kind dat zal bepalen. Niet wij. We zullen zien. Al moet Olle maar wel mooi weten dat ik heel veel van hem hou, zelfs als hij mij zo verdrietig en machteloos maakt. Zal wel gevalletje onvoorwaardelijke moederliefde zijn.

Hé psssstt… Wij hebben trouwens een geweldige Sint-tip voor je (schoon)moeder!

Lees ook: Waarom je geen ongevraagd advies aan jonge ouders moet geven.

Geschreven door
More from Franke van Hoeven

Borstvoeding is het beste voor je baby. Maar niet altijd voor de moeder.

‘Borstvoeding is het beste voor je baby’. Zodra je zwanger bent, wordt...
Lees verder