Hele stomme dingen die ik zei voordat ik zelf kinderen had

Hele stomme dingen die ik zei voordat ik zelf kinderen had
Laatst sprak ik een zwangere vriendin. Zij verwacht haar eerste, ik heb inmiddels drie kinderen. Dat is nogal een verschil. En ik moest een beetje lachen. Om haar naïviteit en de pure onschuld van het niet weten wat haar te wachten staat. Want zo was ik ook, toen voor het eerst zwanger was. Toen wist ik nog niet niet beter. Toen zei ik, net als zij, deze dingen:

Lees ook: Dit zijn de allerstoutste dromen van een moeder! (Heb jij ze ook?).

    1. “Ik zal blij zijn als de baby er is, dan kan ik tenminste weer slapen.”
      Eh…waar zal ik beginnen? Ja, slapen is een kunst als je zwanger bent, maar heb je die baby eenmaal in je armen, dan weet je pas écht wat moe zijn is. Dus, ook al kun je nu nog maar in één houding slapen, ik zou zeggen: geniet ervan. Als je straks überhaupt nog kunt slapen, dan is dat alleen nog maar rechtop. Staand tegen de deurpost, met je baby in een draagzak.
    2. “Waarom zou je in vredesnaam met een huilende/hongerige/chagrijnige baby boodschappen gaan doen?” Nou ja, omdat je ’s avonds graag wat wilt eten? Of omdat je na een week binnen zitten met die huilende/hongerige/chagrijnige baby gillend gek wordt en de muren op je af komen? En tussen de Mona-toetjes in het koelvak van de Appie staan met je huilende/hongerige/chagrijnige baby dus een soort uitje is? Omdat je baby altijd huilt/hongerig is/chagrijnig is (of alledrie tegelijk), maar het leven nou eenmaal gewoon doorgaat? Daarom.
    3. “Die eerste tijd hoeft heus niet chaotisch te zijn. Gewoon een kwestie van goed plannen.”
      Neem het van mij, de Meesterplanner, aan: it will be chaos. Je zúlt om 15.00 uur ’s middags nog steeds met ongewassen haar in je pyjama op de bank zitten, omringd door pakken luiers, tepelhoedjes en korsterige spuuglapjes, met een afwas van vijf meter hoog en stofnesten die onder de bank vandaan komen dwarrelen. En dat je je dan afvraagt waarom je zo godsgruwelijk moe bent, terwijl je de hele dag niet van die bank af bent gekomen.
    4. “Ik blijf het eerste jaar thuis bij de baby, zodat ik optimaal kan genieten.”
      Oh ja, genieten zul je. Af en toe. Maar vaak ook gewoon helemaal niet. Omdat je na twee weken Jip en Janneke taal praten lichtelijk hersendood begint te raken. En je voor het onder de knie krijgen van de subtiele kunst van het luiers verschonen toch geen jaar nodig blijkt te hebben. Omdat je na een tijdje best wel weer eens in een leuk rokje naar je werk zou willen, ipv naar de supermarkt in een huispak waar je inmiddels bouillon van kunt trekken. En een gesprek voeren met een andere volwassene bij de koffie-automaat toch anders is dan een soort monoloog houden tegen een kwijlende dwerg (“Ja? Wil Teuntje nog een lekker melkje? Of zullen we anders slapie gaan doen? Ja?”), met ergens in een hoekje van de kamer een rondslingerende, koude kop koffie van drie uur geleden.
    5. “Moe? Je gaat toch gewoon slapen als de baby slaapt?”
      Ten eerste, goed gezegd inderdaad: áls de baby slaapt. Grote kans namelijk dat ‘ie dat heel vaak niet doet. En jij dus ook niet. Daarnaast: als de baby slaapt, wordt de hysterica in de jonge moeder wakker. Want: hoera, eindelijk een momentje voor jezelf! Dat kun je wegslapen, maar je zou óók kunnen stofzuigen, Facebooken, Netflixen, douchen, WhatsAppen, was opvouwen, poepen… So much to do, so little time! Wat nu? Oh f*ck, de baby is wakker.
    6. “Na de bevalling ga ik meteen weer sporten.”
      Als je rondhupsen met een huilende, kramperige baby in een draagzak sporten noemt, dan klopt dat inderdaad. Zo niet, dan ga je dus helemaal niet sporten. Wat je wél gaat doen, is door het huis strompelen als een oud wijf dat haar rollator kwijt is, omdat het voelt alsof je bent overreden door een vrachtwagen. Oh ja, en veel afhaal-Chinees eten, dat ga je ook doen.
    7. “Geen reden om verslonzen als je eenmaal moeder bent.”
      Ach ja, ik wilde ook die strakke Bugaboo moeder worden (je weet wel, die ene die in haar bikini achter haar kinderwagen over straat jogt). In hippe outfitjes met mijn baby (ook in hip outfitje) op terrasjes zitten, perfect gemake-upt en gestyled, alsof dat kind gewoon zomaar in mijn armen was komen vallen. Ik wil ook graag de Staatsloterij winnen. Is nog steeds niet gebeurd. Sommige dingen moet je loslaten.
    8. “In ons huis geen plastic speelgoed en tv.”
      Tótaal onverantwoord inderdaad, Fisher Price en de Teletubbies. Maar het is net zoals met chips, niet goed, maar wel lekker. En je kunt heel lang stoïcijns langs het schap met Doritos blijven lopen, maar op een geven moment ga je toch voor de bijl.
    9. “De baby komt niet bij ons in bed. Dat is het begin van het einde.”
      Weet je wat ík een Apocalyptische ervaring vond? 300 Keer per nacht de trap op en af moeten voor een een kleine baby die in z’n kamertje alleen ligt te gillen, dát voelt pas als het einde. Een pruttelende, tevreden baby bij je in bed, weet je hoe dat voelt? Als slápen.
    10. “Ik heb alles helemaal onder controle.”
      Ja, zolang die baby nog in je buik zit wel, ja. Maar weet je wie straks de controle heeft? De baby. Echt, je wordt zo meteen meedogenloos van je troon gestoten. Dus zwaai die scepter nu nog even flink, je zult hem de komende 18 jaar namelijk niet meer vasthouden.

Lees ook: Waarom je met andere moeders veel intiemer bent dan met je vriendinnen.

Lees ook
Geschreven door
More from Vala van den Boomen

10 Ergernissen van hoogzwangere vrouwen

Zwanger zijn een magische gebeurtenis. Dat denk je vooral meestal als je...
Lees verder