Gast, kun je niet even je klep houden (gék word ik van dat getetter van mijn peuterzoon)

Er komt een moment, heel fijn, dat je peuter leert praten. Er komt een moment, nog fijner, dat je peuter dat doet en je ‘m ook echt kunt verstaan. En er komt een moment dat-ie zijn klep niet meer houdt. Franke zegt: schaf maar vast oordopjes aan, want het is niet te doen, die fase.

LEES OOK: 19 dingen die mijn baby zou zeggen als hij kon praten

Olle (3) praat. Een beetje later dan zijn grote zus (een jaar). Hij is niet alleen wat later, maar ik dacht ook een man van weinig woorden in huis te hebben. Af en toe blafte hij iets beleefds naar me, met een guitig koppie:  ‘Soenen aan’ , ‘Mama, honga’, ‘Ik is moe dekentjesbank?’ Allemaal prima, ik wist meteen waarover-ie het had en wat-ie wilde. Lekker duidelijk en rustig.

Maar help! Mijn zoon is sinds kort veranderd in een niet aflatende spraakwaterval waar je u tegen zegt. Hij begint zodra hij wakker wordt met kleppen en houdt niet meer op tot hij weer in bed ligt. In de tussenliggende tijd braakt hij het ene niet-samenhangende verhaal na het andere uit, mij soms zo dazed en confused achterlatend dat ik niet meer weet waar ik het zoeken moet. En denk maar niet dat je hem kunt onderbreken, een vraag tussendoor kunt stellen of zeggen: ‘Houd eens even je kop, kletsmajoor’, want dan begint-ie te schuimbekken en heeft de ander het gedaan. Wordt-ie woest. Dan, daar heeft hij potverdorie nog an toe ook nog eens gelijk in, schreeuwt hij mij, zijn vader of grote zus toe ‘Dat-ie moet oefenen met praten voor als-ie naar school gaat over een paar maandjes’. Tja, geen speld tussen te krijgen.

Het jammere is alleen: het gaat nergens over. Vertelde hij nou maar eens een amusant verhaal over hoe hij de overbuurman in zijn onderbroek in de tuin zag staan roken, of wat-ie zag bij Het Klokhuis, maar negen van de tien keer is-ie gewoon aan het praten om het praten. Begint-ie met een verhaal met een kop, maar die staart, daar ontbreekt het aan. Hij begint een verhaal, raakt zelf ergens de draad kwijt, en begint dan in het wilde weg te kakelen. Een onnavolgbare brei van verhaallijnen komt je tegemoet. En wat moet je ermee? Er gelaten naar luisteren, dat is eigenlijk het enige wat je kunt doen. En dat doen we dan ook maar. Maar leuk is anders.

Maar het kan nog erger: hij kan ook in de vraagstelmodus staan. Dat gaat dan ongeveer zo: ‘Mama hoe maak je vliegtuigen? Wat eet een olifant? Wat eet een bij? Hoe maak je melk? Hoe maak je planten? Wat eet een auto? Wat ga je doen? Wat ga ik doen? Wat eet een koe? Hoe doet een kalkoen? Waar leeft een kalkoen? Wat is lava?’ En dit is dan de eerste vier minuten van de peuterinquisitie die rustig nog urenlang door kan gaan als een plaat die overslaat.

Nee, helaas. Mijn peuterzoon heeft het babbelen uitgevonden en ik vrees dat ik gedoemd ben ernaar te luisteren tot-ie naar de kleuterklas gaat. Dan is het lekker het probleem voor de juf en krijgen mijn oren weer een beetje rust. Tot die tijd zal ik naar zijn getetter moeten luisteren en hem moeten leren hoe dat zit met verhalen en die verhaallijn, intro, kop, middenstuk, staart-punchline. Wellicht wordt het dan een tikkeltje beter. Wens me succes.

 

 

Franke schrijft, coördineert en redigeert voor verschillende (online) magazines. Ze heeft twee kinderen, Puk (6), en Olle (3). De Tropentijd vond ze heel heftig, want slapen is een grote hobby en daar ontbrak het nogal eens aan. Zit het liefst op het strand in haar vrije tijd.

Lees ook
Geschreven door
More from Franke van Hoeven

Waarom ik nog langer weiger een entertainmentcentrum te zijn

Zes weken lang voor de kinderen zorgen tijdens de vakantie, met oh...
Lees verder