Janneke kan het woord ‘sprongetje’ niet meer horen

Janneke kan het woord ‘sprongetje’ niet meer horen
Oei ik groei! zou de bijbel onder de opvoedboeken moeten zijn, maar zijn die zogenaamde sprongetjes niet gewoon een excuus voor falend ouderschap?

LEES OOK: Moderne ouders, stel je niet zo aan en geef dat kind een slok jenever

Al járen voor ik kinderen kreeg, wist ik van het bestaan van het boek Oei, ik groei! Collega’s die al kinderen hadden, haalden al hun opvoedwijsheden uit dat boek, zo leek het. De tuttige titel van het boek viel voortdurend in de lunchpauze en bij het koffieapparaat. Het leek mij op dat moment persoonlijk allemaal nogal aanstellerij. Baby’s groeiden toch vanzelf, had je daar nou echt een boek bij nodig? Maar goed, als je zelf nog geen kinderen hebt, klinken praatjes over ouderschap sowieso nogal snel als gezeur.

Dit artikel gaat door onder de afbeelding

Hoe anders keek ik hier tegenaan toen ik zelf moeder werd. Ineens begreep ik de paniekerige behoefte van mijn collega’s aan houvast maar al te goed. Baby’s groeiden dan weliswaar enigszins vanzelf, het bleek wel gepaard te gaan met heel veel gehuil, darmkrampjes, regeldagen, snotneuzen, driftbuien, en, nou ja: chaos. Ook ik klampte me dus dankbaar vast aan Oei, ik groei! Kijk, daar stond het: het was helemaal niet vreemd dat mijn baby’s van slag waren, het hoorde er allemaal bij. Het waren ‘sprongetjes’. Wat een opluchting. Het stond er zelfs niet één keer, maar wel tien keer in. En het patroon was elke keer hetzelfde. De sprong kondigt zich aan: terug naar mama. De sprong zelf. En de fase waarin ‘de sprong genomen is’ en alles weer als vanzelf gaat.

Was daar nou echt zo’n dik boek voor nodig? Na een tijdje kreeg ik het gevoel dat Oei, ik groei! eigenlijk neerkomt op één gedachte: baby’s hebben af en toe flink de pee in – en daar kun je als ouder niet altijd iets aan doen. Een geruststellende gedachte die je door moeizame dagen heen helpt. Maar wat die sprongetjes betreft: mijn kinderen maakten ze niet. Of in elk geval nooit op het voorgeschreven moment. Sterker nog: ze ontwikkelden zich allebei volkomen in hun eigen tempo, terwijl ze toch echt op dezelfde dag geboren waren. Het ene kind kroop met negen maanden, het andere met tien. Het andere kind stond drieënhalve maand eerder zelfstandig dan het ene. Terwijl het kind dat als laatste stond, weer zes weken eerder begon te praten. Of het komt doordat mijn kinderen een maand te vroeg geboren zijn, weet ik niet, maar ze trokken zich totaal niks aan van de schema’s in Oei, ik groei!. En hun humeur verliep ook helemaal niet zo voorspelbaar als in het boek werd beweerd. Ze waren nu eens chagrijnig, nu eens blij, de ene dag hangerig, de volgende dag weer niet, ze sliepen soms goed en soms slecht. Er was geen peil op te trekken.

Bovendien viel me op dat andere mensen afwijkend gedrag van mijn kinderen nogal eens sussend goed praatten onder het mom van ‘een sprongetje’. O, je baby huilt dagenlang achter elkaar? Het is vast een sprongetje. Hij wil niet drinken? Joh, da’s een sprongetje. Terwijl er soms toch echt meer aan de hand is dan een sprongetje. Een oorontsteking bijvoorbeeld, of een koemelkallergie. En dan kun je eindeloos wachten tot ‘de sprong is genomen’, dan blijft je baby gewoon huilerig en hangerig. Net zolang tot je de oorzaak hebt achterhaald van het dreinerige gedrag, of je kind eroverheen is gegroeid.

Mijn kinderen zijn alweer ruim 2,5 en inmiddels kunnen ze alles wat Oei-ik-groei-baby’s ook kunnen. Alleen maakten ze zich al die talenten pas eigen wanneer zij eraan toe waren. Voor het woord ‘sprongetje’ ben ik inmiddels een beetje allergisch. Momenteel is bij ons de we-willen-geen-middagdutje-meer-doen-maar-dan-zijn-we-wel-de-hele-dag-moe-en-stierlijk-vervelend-fase aangebroken. Met veel moeite heb ik het middagdutje terug in het schema gekregen (dat leek me makkelijker), maar nu slapen ze ’s avonds niet meer vóór half tien in. Toen ik laatst bij een deskundige klaagde dat mijn kinderen ’s avonds nooit meer moe zijn, zei deze: ‘Dat is een sprongetje’.

Een sprongetje? Serieus? Bij kinderen die bijna drie zijn? Ja, natuurlijk, kinderen ontwikkelen zich in een razend tempo en ik kan me voorstellen dat dat met groeistuipjes gepaard gaat. Maar ik heb Oei, ik groei! al jaren geleden dichtgeklapt en nooit meer opengedaan. Als ikzelf een dagje chagrijnig ben omdat ik ongesteld moet worden, zeg ik toch ook niet dat ik last heb van een sprongetje? Nee hoor, dat nachtbraken van mijn kinderen van de laatste paar maanden heeft volgens mij niks te maken met een sprongetje. Het heeft te maken met een moeder die zo eigenwijs was om halsstarrig vast te houden aan een middagdutje, terwijl haar kroost aangaf dat niet meer nodig te hebben. Zal ik me verschuilen achter het sprongetje, of zal ik mijn verantwoordelijkheid nemen en het middagdutje afschaffen, ook al gaat dat me gegarandeerd een paar heel hangerige dagen opleveren? Ik ga toch maar voor dat laatste. Want inmiddels ben ik niet meer die moeder die haar heil zoekt bij methoden die zijn uitgestippeld door anderen. Ik ben de moeder die ik altijd al had willen zijn: de moeder die goed naar haar kinderen kijkt en vervolgens haar eigen conclusies trekt.

LEES OOK: Waarom peuters beter geen middagdutje meer kunnen doen

 

 

Geschreven door
More from Janneke Jonkman

Vrouwen werken per jaar een MAAND meer dan mannen (en ze zijn het zat)

Luizen pluizen, broodtrommels pakken, vakanties boeken: moeders zijn nog steeds vaak de...
Lees verder