Je kind ‘worstelt’ nergens mee, je kind is gewoon een etterbak

Als een kind vroeger vervelend was, kreeg het straf. Maar tegenwoordig is straf een vies woord. Vala vindt dat we die fluwelen handschoentjes waarmee we kinderen aanpakken eens uit moeten doen.

Heb jij weleens een goed gesprek gevoerd met een klein kind? Een constructieve conversatie? Dat-ie begreep wat je zei en vervolgens zijn eigen visie op de zaak kon ventileren? Zo van: “Nou moeder, ik lag op de grond te schuimbekken omdat ik worstel met mijn identiteit. Ik weet niet wie ik ben en wat ik voel. Ik heb moeite mijn complexe emoties een plek te geven.” Nee? Ik ook niet. Waarom niet? Omdat dat niet is hoe een klein kind werkt. Een klein kind is boos, driftig en recalcitrant omdat het kán. Omdat-ie iets wíl. Omdat-ie z’n zin niet krijgt. Dat is niet complex, dat is heel eenvoudig. De reactie daarop zou dus net zo eenvoudig moeten zijn. Zero tolerance. Die billenkoek van weleer kun je achterwege laten, want laten we het wel een beetje pacifistisch houden, maar wie zich als een klootviool gedraagt, die kan de kolere krijgen. En linea recta uit mijn gezichtsveld vertrekken, of z’n Danoontje die avond op z’n buik schrijven. Wie zich brandt moet bij ons thuis op de blaren zitten.

LEES OOK: Hoe mijn man het vindt dat onze baby op onze kamer slaapt.

Onzekerheidsissues en verlatingsangstcomplexen

Dat is verschrikkelijk verkeerd, want straffen is tegenwoordig één van de zeven zonden. Je kind is namelijk niet stout of vervelend, je kind heeft het moeilijk. Je kind ‘worstelt ergens mee’. Zet je dat kind dan op de trap, of stuur je ’t naar z’n kamer, dan geef je daarmee de boodschap dat je het afwijst. Niet alleen het slechte gedrag, maar het kind zélf. En daar krijg je dan weer diepgewortelde onzekerheidsissues en verlatingsangstcomplexen van. Wat je dan wel moet doen met een driftige peuter die de boel kort en klein slaat omdat-ie niet met watervaste stift op de muur mag tekenen, is communiceren. Zijn leed erkennen. Erop reflecteren (“Mama begrijpt dat je een ingewikkelde tijd doormaakt”) en vervolgens kalmeren. Wat een schitterende theorie is. Maar in de praktijk enorme bullshit. Met Regan uit The Exorcist viel ook niet te praten en een furieuze peuter is nog een graadje erger. Daar moet je de gekte met grof geweld uitdrijven, anders ligt-ie op z’n 18e nog steeds om zich heen slaand en groen slijm brakend op de grond.

Littekens op je ziel

Ik straf mijn kinderen als ze vervelend zijn. Ze worstelen helemaal nergens mee, ze hebben het niet moeilijk, ze zijn op dat moment gewoon een stelletje etterbakken. Net zoals jouw kinderen. En alle kinderen. Ik word zo moe van dat geneuzel over de zogenaamd oh zo tere kinderziel die meteen gebroken is als er een keer ferm wordt optreden. Van alle onderzoeken die aantonen dat kinderen zich niet gezien voelen als papa en mama een keer uit hun slof schieten, ipv aan ze te vragen welke psychologische pijnen ze lijden die hen ertoe hebben bewogen de kat kaal te knippen of mama’s fles dure shampoo in de wc leeg te knijpen. Het is je reinste overtrokken onzin. Ja, als je je kind de hele kamer door slaat of het aan de lopende band voor rotte vis uitmaakt kan ik me voorstellen dat het daar wat aan overhoudt. Maar van vijf minuten op de trap zitten omdat papa en mama even klaar zijn met iemand die gillend op de grond gaat liggen omdat-ie niet nog een aflevering van Pieter Konijn mag kijken krijg je geen littekens op je ziel. Hoogstens een houten kont.

Kinderen zijn net honden

Kleine kinderen hebben hun emoties niet onder controle en zijn zich niet bewust van wat gewenst gedrag is. Dat is niet erg, want dat moeten ze leren: doordat hun gedrag een vervelende consequentie heeft. Zodat ze de volgende keer weten: dat doe ik niet meer. Een soort Pavlov-reactie dus. Alsof kinderen honden zijn, hoor ik de criticasters al zeggen. En dan zeg ík dus: inderdaad. Kinderen moeten ook getraind worden, zodat ze later netjes aan de lijn van het leven blijven lopen. Maar, wordt er dan tegengeworpen, kinderen begrijpen straf niet. Het is een illusie om te denken dat kinderen op hun kamer gaan zitten nadenken over hun zonden en dan snappen waarom ze straf hebben. Maar die illusie heb ik ook niet. Wat mij betreft hoeven ze het niet te begríjpen, ze moeten het gewoon niet meer dóen. Tegen de tijd dat ze 18 zijn snappen ze echt wel waarom ze op hun kamer zaten. 

Niet met teleurstellingen kunnen omgaan

Weet je wat onderzoeken ook zeggen? Dat de jongeren van tegenwoordig een stelletje narcistische, luie mietjes zijn. Dat er steeds meer jonge mensen, kinderen zelfs, bij de psychiater terecht komen omdat ze het leven niet aankunnen. Omdat ze alles kregen, alles mochten, overal in gefaciliteerd werden. Niet meer met teleurstellingen en tegenslagen om kunnen gaan. Het punt met het leven is nou juist dat dat niet bestaat uit elfenstof en roze eenhoorns. Dáár zou ik nou een trauma van krijgen, als ik daar opeens mee om mijn oren geslagen werd terwijl ik dacht dat God en iedereen op mij zat te wachten. Daar wil ik mijn kinderen voor behoeden. Er komt een tijd dat ze zich zelf staande moeten houden (en dan hoop ik in een pied-à-terre in Italië te zitten en wil ik niet steeds terug moeten komen vliegen omdat ze weer eens ingestort zijn), dus hoe sneller ze met hun beide benen op de grond staan, hoe beter. Bovendien: kinderen die opgroeien met ouders die van ze houden, een dak boven hun hoofd, genoeg te eten en te drinken, die worstelen helemaal nergens mee. Echt niet. Dat zijn gewoon af en toe etterbakken. Zoals jij en ik vroeger ook waren. Bespaar je dus die coachingsessies en zet je kind gewoon even op de gang. Scheelt een hoop energie. En dan kun je zelf mooi dat tweede koekje opeten.

LEES OOK: Hoe ik leerde begrijpen waarom ouders van makkelijke kinderen zulke irritante mensen zijn.

Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Mama staat altijd aan – en hoe je dat volhoudt zonder uit te vallen

Vroeger dacht je dat je het druk had. Dat je heel wat...
Lees verder