Waar zijn de meesters? Tijd voor meer kerels voor de klas!

meesters
Je moest ze altijd al met een lantaarntje zoeken, maar de laatste jaren is hij helemaal de speld in de spreekwoordelijke hooiberg geworden: de pedagogische man. Basisscholen hebben ze nauwelijks meer voor het bord staan en in de kinderopvang is er al helemaal geen vleugje testosteron meer te bespeuren. Het is achterhaald om anno 2016 nog te spreken van zoiets als ‘vrouwenwerk’, maar een ander stempel kun je op de pedagogiek tegenwoordig niet meer drukken. Waar zijn de meesters gebleven?

Nou ja, in de kantoortuinen dus. Op hele mannelijke salesafdelingen, of bij consultancy bureaus met hele stoere vrijmibo’s. Maar in ieder geval niet meer in de poppen,- of de bouwhoek, of voor het digibord tijdens het maken van de weektaak. De mannen in het onderwijs zijn een bedreigde diersoort geworden en als we geen werk maken van hun behoud en cultivatie, dan duurt het niet lang meer voor we ze bij kunnen schrijven op de lijst van uitgestorven species, naast de Mammoet en de Dodo.

Lees ook: Wel of geen mobiele telefoon voor een 9-jarige?

En dat zou toch doodzonde zijn, aangezien de pedagogische wereld wel wat mannelijkheid kan gebruiken. Want natuurlijk is het heel gezellig hoor, al die lieve juffen met hun knutselprojectjes en hun voorzichtige ‘pas op, kijk uit’ mentaliteit. Maar een beetje weeiig wordt het er op school en opvang wel van, wat, zo blijkt uit onderzoek, de kwaliteit van de pedagogische instellingen niet ten goede komt. Diversiteit is namelijk belangrijk, daar waar er met kinderen wordt gewerkt. Maar onderzoeksresultaten zijn helaas ondergeschikt aan angstgevoelens en dat is waardoor het nijpende tekort aan mannen in het onderwijs vandaan komt. Want waar wij, ouders, onze peuters ‘s ochtends in blind vertrouwen op de opvang bij een dame in de armen drukken, vragen we ons bij een heer meteen af of hij misschien vrienden is met Robert M.

Sinds de Amsterdamse zedenzaak staat de man die met kinderen wil werken in het verdomhoekje wanhopig om zijn eigen as te draaien, want we moeten niks meer van hem weten. Een vent die vrijwillig de hele dag zakdoekje wil leggen en luiers wil verschonen? Of met groep 3 tikkertje wil spelen op het schoolplein? Dat kan gewoon niet kloppen, daar zitten schimmige motieven achter, daar zijn we bijna heilig van overtuigd. De afgelopen vijf jaar zijn om die redenen veel mannen uit eigen beweging maar uit de kinderopang of het onderwijs vertrokken, want op je werk constant te boek staan als een potentiële vieze man, daar krijg je op den duur vanzelf een burn-out van.

Jammer, want mannen gaan heel anders om met kinderen dan vrouwen en en de voordelen daarvan loopt ons kroost dus nu vaak mis. Vooral voor jongetjes is dat zonde, want die worden nu nogal eens onterecht geremd in hun gedrag, simpelweg omdat vrouwen liever hebben dat de kinderen die ze onderwijzen rustig aan een tafeltje een werkje zitten maken, ipv stoeiend onder de tafeltjes door rollen. Onze zonen zouden erg gebaat zijn bij een meester die begrijpt waarom stil zitten voor hen vaak moeilijk is. Die niet meteen in de paniek schiet als er wat ruw geraced wordt met de fietsjes op het schoolplein en waar ze zich een beetje aan kunnen spiegelen, simpelweg omdat zo’n meester dus een man is. En daarnaast is het in het kader van de vrouwenemancipatie ook niet geheel onbelangrijk om meer kerels voor de klas te krijgen. Want door de pedagogische man direct het pedofielenhoekje in te trappen, verdwijnt het hardnekkige idee dat zorgen iets voor vrouwen is, nog steeds niet naar de pruimentijd, waar het thuishoort, samen met de lange onderbroek en de huishoudschool.

Dat er één rotte appel van de boom helaas het klaslokaal inrolde, betekent niet dat alle mannen die van kinderen houden gelijk een enkelband zouden moeten krijgen. Ja, seksueel misbruik is verschrikkelijk en 80 procent van de daders is man. Maar daar tegenover staat dat voor 80 procent van de gevallen van kindermishandeling een vróuw verantwoordelijk is, dus is het dan niet net zo’n groot risico om je kind bij een relatief onbekende dame achter te laten als bij een heer die je gewoon maar op z’n mooie ogen moet vertrouwen? Ik denk het eigenlijk wel.

Meer mannen voor de klas, ik zou het van harte toejuichen. Zelf had ik vroeger ook een meester en ik was er zielsgelukkig mee, want hij liet ons tenminste niet de hele tijd kabouters vouwen en lentemandjes vlechten, waar de juffen van mijn vriendinnetjes uit andere klassen wel een voorliefde voor hadden en bij wie ik daarom hoogstwaarschijnlijk voor de middenbouw al een depressie zou hebben ontwikkeld, aangezien mijn testosteronlevel duidelijk wat hoger lag dan dat van het gemiddelde meisje in de poppenhoek. Angst is altijd een slechte raadgever, dus laten we ons daar vooral niet door laten adviseren. Op de barricade voor de meesters dus, want dat gezapige theekransje dat het Nederlandse onderwijs geworden is, kan wel een beetje voetbal en spierballen gebruiken.

Lees ook: Zoektocht naar een Amsterdamse basisschool (of: hoe je langzamerhand gek wordt).

Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Nederland, vrij land (en waarom onze kinderen dat nooit mogen vergeten)

Als jij ’s ochtends je kinderen uit bed haalt, hoe vaak sta je...
Lees verder