Waarom groeit er niet automatisch een helm op een peuter?

Annemieke’s dochter is nogal onstuimig. Ze stoot tegen tafels en rent tegen muren aan. Annemieke krijgt zowat een zenuwinzinking; zij zou haar kind het liefst inpakken in schuimstof en bubbeltjesplastic.

Zoë heeft het gewoon niet door. Ze rent tegen de muur aan, struikelt over haar sokken en wil opstaan terwijl ze onder de tafel zit. Mijn dochter voor ongelukken behoeden lijkt wel wat op het 1990s computerspelletje Lemmings spelen; één seconde niet opletten en ze sneuvelt zowat. Had ons huis op een berg gestaan, dan was Zoë al lang in het ravijn gedonderd.

(Te) beschermend opvoeden?

Logisch, want ze is pas anderhalf. Het is mijn taak om haar te beschermen tegen gevaar zoals in de weg liggende sokken, in de weg staande muren en te lage tafels. Maar ik krijg zo langzamerhand de schijt van de hele tijd ‘Pas op! Kijk uit! Voorzichtig!’ roepen tegen een peuter die toch niet luistert. Bovendien wil ik haar niet te beschermend opvoeden. Kinderen die nooit wat mogen, leren niet om zelf fouten te maken. Als ze nu niet meemaakt dat een boek op je eigen voet laten vallen een pijnlijke teen tot gevolg heeft, krijg je later vast een puber die al depressief wordt wanneer het een keertje regent. Of, zoals de Volkskrant het verwoordt: ‘Hyperouders maken zwakke kinderen’. Van de andere kant heb ik geen zin in dagelijkse tripjes naar het ziekenhuis. Het zorgpersoneel heeft wel wat beters te doen dan een gat in mijn dochter’s hoofd te hechten omdat haar moeder niet goed opgelet heeft waardoor de kleine meid met kast en al op de grond gevallen is. Vooral in deze coronatijd.

Rennen met een slabak over je hoofd: niet intelligent

De balans vinden tussen beschermen en loslaten blijkt moeilijk. Opstapjes en afstapjes oefenen zijn momenteel favoriet bij mijn dochter. Met als resultaat dat ze per dag zo’n 26 keer valt. Geen probleem wanneer dit bij een steen of onze 20cm hoge drempel gebeurt, maar als ze bovenop een stoel klimt en ‘AFTUPPUH!’ roept, krijg ik zowat een hartaanval. Ik probeer het positieve ervan in te zien: ik doe een hele hoop praktische EHBO-ervaring op. Helaas zijn pleisters, steriele gaastjes en betadine overal uitverkocht door corona-hamsteraars. Dan maar uitleggen dat het niet zo slim is wat ze doet. “Ik zet toch ook geen slabak op mijn hoofd die mijn ogen bedekt waardoor ik geen fuck meer zie en ga dan rondjes door de kamer rennen?! En weet je waarom ik dat niet doe, Zoë? Omdat het niet intelligent is. En omdat het een groot risico op koppijn met zich meebrengt. Snap je dat, Zoë. Zoë?!” Mijn peuter luistert al niet meer; ze is veel te druk bezig met de stopcontactbeschermer proberen te verwijderen.

Ze wil zo veel, maar kan het nog niet

Risico’s inschatten kan mijn dochter nog niet. Maar in de problemen komen kan ze al wel. En vlug ook. Ze klimt overal op. Is te snel, te sterk, te onderzoekend. Ze wil zo veel, maar ze kan het nog niet. Eigenlijk is dit een peuter-malfunction. Een constructiefoutje. In de peutertijd zouden kinderen standaard een helm op hun hoofd moeten groeien. Nog beter: een heel ijshockey-uniform. Een opblaasbaar sumoworstelaar kostuum. Of zo’n beschermend bijtpak dat politiehondentrainers dragen. Als ze nou nog eens luisteren zou wanneer we ‘Nee!’ zeggen, maar nee. Zoë kijkt me lachend aan en roept “Mama, boom!” terwijl ze op de vensterbank balanceert. Gaat opeens achteruit lopen als ze op de bank staat. Leert helaas niet van ervaring: de hete oven aanraken en dan gaan janken omdat haar vingers pijn doen, is niet slechts één of twee keer gebeurd, maar al vijf keer.

Darwin Award

Even vraag ik me af of mijn dochter gewoon nogal dom is. Ik weet dat ze dat niet is – ze is haar leeftijdsgenootjes ver vooruit als het om spraakontwikkeling gaat – maar misschien een beetje onderontwikkeld als het om logisch nadenken gaat? Ik bedoel: ze schuift een la dicht met haar vingers er nog in?! WTF? Ze rolt onder de bank (nadat ze vijf minuten lang geprobeerd heeft zittend eronder te kruipen en ze dus wéét dat dat ding nogal laag bij de grond is) en begint dan hysterisch te krijsen als ze, eenmaal eronder gerold, niet meer overeind kan komen. Gaat dit zo door, dan komt ze binnenkort in aanmerking voor de Darwin Award. Deze ‘eervolle vermelding’ wordt gegeven aan mensen die ‘bijdragen’ aan de menselijke evolutie door zichzelf op een  ongelooflijk domme manier te laten verongelukken.

Een dag niet gevallen, een dag niet geleefd

Van de andere kant zal het wel weer een fase zijn. Naar het motto: een dag niet gevallen, een dag niet geleefd. Wellicht ambieert Zoë later een carrière bij Jackass. Of wil onze kleine daredevil alles in haar omgeving gewoon ontdekken en proberen. Heeft ze te veel naar ‘rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan’ geluisterd. Misschien is het aan mij als ouder om wat rustigere activiteiten te introduceren, zodat mijn dochter liever gaat tekenen, muziek maken of knutselen, in plaats van zich nu al voor te bereiden op haar deelname aan Ninja Warrior door over alle denkbare en vooral ondenkbare obstakels in huis heen te rauzen. Zelf geef ik het goede voorbeeld door lekker creatief te DIY-en. Wat ik ga maken? Nieuwe kleertjes voor mijn peuter. Van schuimstof, bubbeltjesplastic en wat ducttape.

Annemieke kreeg de schrik van haar leven toen er zomaar twee streepjes op die test stonden. Met haar vriend K., baby Zoë en hond Dribbel (die naar alle kinderen onder de 10 gromt) woont ze in Spanje.

Geschreven door
More from Annemieke

Gezocht: ‘Hoe word ik een goede moeder’-cursus for Dummies

Annemieke kan niet tegen gejank of gezeur, gaat liever off-piste boarden dan...
Lees verder