Waarom je je kind een zakmes moet geven en uit een boom moet laten vallen

Waarom je je kind een zakmes moet geven en uit een boom moet laten vallen
Dit weekend stond in de krant dat we onze kinderen wilder moeten laten spelen. Ouders van tegenwoordig laten ze namelijk veel te weinig risico’s nemen, wat hen schaadt in hun motorische ontwikkeling en hun zelfvertrouwen. Het advies is dan ook: geef je kind vooral een zakmes en laat ‘m in de hoogste bomen klimmen. Hij overleeft ’t namelijk wel. De vraag is alleen: wij ook?

Ik weet niet hoe ’t met jou zit, maar sinds ik kinderen heb schijt ik dus zeven kleuren bagger. Eigenlijk gewoon iedere dag. Omdat ik bang ben dat ze iets overkomt. Dat ze ziek worden bijvoorbeeld, of gegrepen worden door een kinderlokker in een groezelig Volkswagenbusje, of aangereden worden door een tram. Maar waar ik misschien nóg wel banger voor ben is dat ze een huis-tuin-en-keuken ongeluk krijgen. Bijvoorbeeld dat ze hun slagader doorboren met een mes als ze een boterham smeren. Dat ze al hun tanden uit hun mond vallen op straat als ze de tien meter naar de speeltuin verderop rennen. Of dat ze in diezelfde speeltuin headfirst uit het klimrek donderen met permanente hersenschade tot gevolg. Van dat soort gedachten kan ik ’s nachts uren wakker liggen. Het liefst zou ik mijn kinderen permanent met een valhelm en kniebeschermers uitdossen. Daar protesteren ze echter tegen en daarom zie ik maar één andere oplossing: ze mogen gewoon niks. Dat is namelijk veiliger. En het is mijn taak als moeder om ze veilig te houden. Toch?

Lees ook: Dingen die je bij je tweede kind dus niet meer gaat doen.

Dit artikel gaat door onder de afbeelding

Tja, niet helemaal dus. Volgens de nieuwste onderzoeken op het gebied van kinderen en hun ontwikkeling in ieder geval. Die laten namelijk zien dat kinderen die vanaf de kleuterleeftijd door hun ouders vrij gelaten worden om riskante spelletjes te spelen beter in staat zijn om risico’s in te schatten dan kinderen met zogenaamde helicopterouders. Daarnaast blijkt bovendien dat ze beter in staat zijn om conflicten op te lossen en emoties van speelmaatjes te herkennen. Geen onbelangrijke kwaliteiten in het leven. Probleem is echter dat steeds minder kinderen van hun ouders de vrijheid krijgen om vrij te spelen. We zijn namelijk een generatie van schijtebakken van ouders geworden. Niet alleen laten we onze kinderen liever binnen met de tablet dan dat we het de speeltuin in gooien met een knapzakje brood en om het kwartier even polshoogte gaan nemen, we ondermijnen met ons ‘pas op, kijk uit!’ gedrag ook nog eens hun natuurlijke ontwikkeling. Met als resultaat dat onze kinderen later alsnog in zeven sloten tegelijk lopen en hoe je het ook wendt of keert, je kunt altijd nog beter een wat onbesuisde peuter hebben dan een ongeleid projectiel van een puber.

Onderzoekers pleiten er daarom voor om vooral een oogje toe te knijpen als je kind aan het waaghalzen slaat. Wil je kind in de keuken helpen met koken? Geef het dan vooral die dunschiller, of dat schillemesje. Zit jouw kleuter in die zo gewraakte speeltuin opeens helemaal bovenin in het klimrek? Klim dan vooral niet zelf naar boven om je kind eruit te halen. En ga ook echt niet op de grond staan schreeuwen dat ‘ie voorzichtig moet doen en niet moet vallen. Daarmee leer je je kind namelijk alleen maar dat er blijkbaar reden is voor grote zorg en, erger nog, dat je eigenlijk helemaal geen vertrouwen in hem hebt. Daar word je kind namelijk bloednerveus van en raakt spontaan z’n mojo kwijt. Waardoor de kans dus aanzienlijk is dat ‘ie inderdaad naar beneden stort. Maar dat is dan niet zijn schuld, maar de jouwe, omdat jij zo stond te hyperen. Laat hem dus gewoon zijn gang gaan. Want die kinderen, die zijn behendiger dan je denkt.

Dat klopt ook wel, ik zie het aan mijn eigen kroost. Bij mijn zoon stond ik namelijk echt doodsangsten uit, bij wat ‘ie ook maar deed. Ik hielp hem daarom dus gewoon met álles, of ik verbood hem dingen te doen, omdat ík het eng vond. Toen ik een tweede kind kreeg had ik daar alleen niet zoveel tijd meer voor en toen bleek ik een enorme angsthaas gekweekt te hebben. Waar andere jongetjes van zijn leeftijd moeiteloos alle speeltoestellen in de speeltuin bezwoeren, stond mijn kind jammerend en bibberend onderaan de glijbaan. Het was, hoe lullig het ook klinkt, echt een mietje en eigenlijk, hij is nu zes jaar oud, is dat nooit meer helemaal voorbij gegaan. Zijn jongere zusje heb ik daarom veel meer haar gang laten gaan met als resultaat dat zij inderdaad motorisch een stuk beter uit de verf komt dan haar broer. Niet dat dat voor mij eenvoudig is trouwens, want iedere keer als we in de speeltuin zitten loopt het mij dus gewoon echt dun door de broek van pure doodsangst. Iedere keer als we dan aan het eind van de middag thuiskomen dank ik God weer op mijn blote knieën dat ik met net zoveel kinderen ben thuis gekomen als ik weg was gegaan. En ik ben zo ongeveer de anti-Christ, dus dat wil wat zeggen.

Kinderen hebben is doodeng. Ze lopen namelijk in zeven sloten tegelijk, ook als je ze dat nadrukkelijk verboden hebt. Je hebt van die moeders die gewoon hun schouders ophalen als hun kinderen op een stoeprand hun hele melkgebit uit hun mond vallen. Niet omdat dat slechte moeders zijn, maar omdat het er nou eenmaal bij hoort. Kinderen maken brokken. Geschaafde knieën, gebroken armen, blauwe ogen, er zijn maar weinig ouders die nooit met een bloedend kind op de Spoedeisende Hulp terecht komen, of de basisschooljaren door weten te komen zonder een fortuin te spenderen aan Betadinepleisters. En hoewel je niet alle ongelukken kunt voorkomen, komen ze er meestal toch wel zonder al te grote kleerscheuren vanaf blijkbaar. Survey says tenslotte, dus daar houd ik me dan maar aan vast. En voor de rest kun je als ouder dus maar beter een dikke huid kweken en een EHBO cursus volgen, dan ben je tenminste voorbereid als je tijdens een potje buurtvoetbal weer eens het splinterende gekraak van je zoons brekende botten hoort. Want hoewel dat op dat moment zelf niet heel erg leuk is, heeft het blijkbaar wel pedagogische waarde. En nou ja, het doel heiligt toch de middelen.

Lees ook: Liever spruitjes eten dan naar de speeltuin.

Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Hij komt, hij komt… (En waarom ik liever heb dat-ie gaat)

De winkels puilen weer uit van de pepernoten en de chocoladeletters en...
Lees verder