Ga toch weg met je sprongetjes!

‘Help, mijn kind is 36 weken maar heeft sprong vijf nog helemaal niet gehad. Is dit erg? Wie heeft dit ook meegemaakt?’ Brenda ziet op moederforums en -Facebookgroepen vaak ongerustheid over sprongetjes. Haar reactie: gewoon adem blijven halen.

Mentale groeispurten, ofwel: sprongetjes. De Oei ik Groei-theorie is al jaren een hit bij veel nieuwbakken moeders. Logisch, want in die onzekere tijd van je eerste kind snakt iedere mama naar houvast. Vooral als de kleine ineens zichzelf niet meer is, veel huilt en met het verkeerde been uit bed is getild. Voordat ik mijn oudste kreeg, heb ik me ook eens verdiept in de sprongetjes en wat daar zoal over gepubliceerd is vanuit wetenschappelijke hoek. Er bleek verrekte veel discussie over te zijn, met als conclusie: de sprongetjes-bedenkers zeggen dat ze gelijk hebben, de rest van de wetenschappelijke wereld zegt dat er onvoldoende onderbouwing is. Ik ben voor die laatste club.

Idioot huilgedrag

Wie een beetje kennis heeft van de ontwikkelingspsychologie, weet dat kinderen over het algemeen inderdaad op bepaalde tijden in hun jonge leven bepaalde fases doormaken in hun ontwikkeling. Dat ze bepaalde mijlpalen bereiken op een bepaalde leeftijd. Maar dat je baby niet gezond zou zijn als hij sprong vijf fluitend doorfietst of juist sprong drie pas na sprong vijf lijkt te hebben, is best een angstig idee voor veel moeders. Doet je kind alles volgens de Oei-theorie, die inderdaad overeenkomsten vertoont met cognitieve en sensorische ontwikkeling volgens de gangbare ontwikkelingspsychologie, dan is het heerlijk om bevestiging te krijgen. ‘Het is maar tijdelijk, ik hoef me geen zorgen te maken om dit idiote huilgedrag, ze léért, wat een opluchting!’ Maar in de praktijk zie ik het vaak andersom uitpakken. 

Drie h’s

Ik heb helemaal niks tegen de sprongetjeshype. Sterker nog, ik zou willen dat ik ‘m zelf had bedacht (zie hier eurotekentjes in mijn ogen). Maar het mag duidelijk zijn dat ik er zelf niets mee heb en het zorgelijk vind hoeveel moeders er onnodige stress van krijgen. Ja, het geeft veel mama’s ongetwijfeld ook meer zelfvertrouwen (‘heb ik mijn baby dankzij de tips en trucs toch mooi even goed door deze sprong heen geholpen’) en dat is ook het doel van de theorie. Maar het strak omlijnde ervan en de woordkeuze die erbij hoort, daar krijg ik jeuk van. Ik zie geweldige moeders van krimpen uit onzekerheid. ‘Gezonde baby’s zijn verrassend genoeg op dezelfde leeftijd hangeriger, huileriger, humeuriger dan anders’, staat bijvoorbeeld op de Oei-site te lezen. Zul je zien dat nou net jouw baby, die overigens kerngezond blijkt, die drie h’s op compleet andere momenten heeft. Of langer of korter dan het sprongetjesalarm op de app of in de nieuwsbrief aangeeft. 

Uitschreeuwen

Nog een quote van de site: ‘Als je baby het levenslicht ziet, dan is het goed als hij het uitschreeuwt.’ Ik heb dus drie foute kinderen gebaard. Intussen weet ik beter, maar na de eerste baby zou ik mezelf helemaal gek maken met het lezen van dit soort uitspraken op een site die hoort bij een bestseller die gebaseerd is op dertig jaar onderzoek. Mijn eerste kind legde bijna het loodje bij de bevalling en was twaalf uur in shock (pas daarna kon hij huilen), maar is intussen een vrolijke, normaal ontwikkelde, heerlijk eigenwijze bijna-kleuter. In zijn geval was het volstrekt normaal en dus ‘goed’ (als in: passend) dat hij niet brulde tot zijn longetjes zeer deden: hij was getraumatiseerd. De tweeling huilde na de geboorte heel kort, zachtjes, en kreeg toen geen lucht meer omdat ze zes weken te vroeg geboren waren. Niet bepaald uitschreeuwen dus. Ook zij gaan gewoon als een malle en ontwikkelen als… vanzelf.

Afvinklijst

Want dat doen de meeste kinderen dus: die ontwikkelen zich. Op hun eigen tempo, hun eigen manier. Ook ik zie natuurlijk periodes waarin mijn kinderen ontregeld lijken, waarin het extra zwaar is voor hen en voor mij. Ik weet dan: er zijn weer wat luikjes aan het open gaan. Misschien niet precies in week 26, op dag vier om 11.15 uur zoals de sprongetjestheorie het voorspelde, maar ik weet: het is een fase en die gaat voorbij. Ik pak er geen afvinklijst bij van vaardigheden die ze aan het einde van die ‘sprong’ zouden moeten hebben geleerd dankzij mijn fantastische, coachende begeleiding volgens de sprongtheorie. Extra lief zijn, blijven ademhalen, goed naar je kind kijken en hem stimuleren in wat hij probeert te ontdekken of leren: dat is mijn mantra. Kunnen ze aan het einde van deze of gene sprong nog niet trommelen op een tafel? Geen paniek! Hij doet niks fout, jij doet niks fout. Goeie kans dat het volgende week, over drie weken of twee maanden ineens gebeurt. Zomaar. Vertrouw op jezelf en geloof in je kind: dát geeft pas rust en houvast.

Lees ook: Janneke kan het woord ‘sprongetje’ niet meer horen

Lees ook
Geschreven door
More from Brenda Kluijver

41 domme dingen die je als kind deed (wedden?)

Als kind doe je soms dingen die écht niet handig zijn. Gewoon,...
Lees verder