Babydingen die je pas waardeert als je een peuter hebt

Als je middenin de babytijd zit, vraag je je af of het ooit makkelijker wordt. Maar dan is je kind opeens een peuter geworden. En blijken er toch wel een paar hele grote voordelen aan die hele kleintjes te zitten.

* Baby’s slapen veel. Je hebt misschien het idee dat dat niet zo is, als je voor de zesde keer wakker ’s nachts gebruld wordt voor een voeding, of als je weer eens een hele avond door kamer loopt te hupsen met zo’n klein wurm op je arm, maar heb je eenmaal een peuter met een eigen wil, die dus echt niet van plan is nog een middagdutje te doen of ’s avonds na Sesamstraat op één oor te gaan liggen en bovendien met grote regelmaat de hele nacht een feestje bouwt in z’n ledikant, dan weet je pas echt wat slaapterreur is.

LEES OOK: Dingen die erop wijzen dat je bijna een peutermoeder bent.

Dit artikel gaat door onder de afbeelding

* Baby’s zijn stil. Ja, kleine baby’s huilen. En als je pech hebt, krijg jij er eentje die veel huilt. Baby-huilen is een verschrikkelijk geluid, absoluut. Maar bij het volume dat een peuter kan bereiken valt dat in het niet. Heb je eenmaal een peuter, dan is stilte een concept dat je je alleen nog maar vaag herinnert, als een soort verloren liefde die je uit het oog verloren bent. Bovendien huilen baby’s eigenlijk alleen als er echt iets aan de hand is en maken peuters gewoon áltijd geluid. Reden om te huilen is er voor de meeste peuters trouwens ook altijd, want het leven van een 2-jarige is doorgaans een soort aaneenschakeling van rampen en oneerlijkheden die luidkeels verkondigd moeten worden.

* Babybehoeften zijn redelijk duidelijk. Het is in het begin vaak lastig om uit te vogelen wat een baby nou precies wil. Heeft-ie honger, een vieze luier, kramp? Het vergt wat tijd om op je kind ingespeeld te raken, maar heb je dat eenmaal onder de knie, dan verloopt de boel vaak gladjes. De behoeftes van een peuter daarentegen zijn van een complexiteit waar het raadsel van de Sphynx schamel bij afsteekt. Voor je het weet sta je midden op straat terwijl er naast je op de grond, middenin een plas regenwater, een kind ligt te spartelen met het schuim op z’n mond omdat-ie iets wil. Wat dan? Geen flauw idee. Maar het is blijkbaar van levensbelang en hij zal niet rusten voor-ie het krijgt.

* Een baby kun je makkelijk meenemen. Weliswaar moet je een hutkoffer aan spullen meeslepen, maar als het goed is heb je daar rekening mee gehouden tijdens het aanschaffen van de kinderwagen en kun je al die luiers, speentjes en rammelballen kwijt onderin de boodschappenmand. Als je echt geluk hebt, slaapt de baby bovendien het grootste gedeelte van de tijd dat je onderweg bent en heb je er dus geen kind aan. Op pad met een peuter is andere koek. Je hebt minder bagage, maar je bent wel de hele tijd bezig als een bezetene achter je kind aan te rennen dat probeert weg te lopen, het ervan te weerhouden de toren met soepblikken in de supermarkt om te trekken, of het uit te leggen dat het in de wachtkamer van de dokter niet de bedoeling is om alle informatiefolders te verscheuren. Een uitje met een baby kan best nog weleens relaxed zijn. Met een peuter kom je thuis met het gevoel dat je een marathon hebt gelopen.

* Baby’s blijven op dezelfde plek. Ouders kunnen doorgaans niet wachten tot hun baby mobiel wordt. Het liefst zien we ze zo snel mogelijk de kamer door kruipen en tellen we de dagen af tot ze hun eerste stapjes zetten. Totdat het zover is en we ons realiseren dat een mobiel kind betekent dat we er dus de hele dag achteraan moeten rennen. Dat ze pertinent niet meer in de kinderwagen willen zodra ze de vrijheid van het lopen hebben en ontdekt en head-first van de trap donderen als we ons twee seconden omdraaien. Met weemoed denken we dan terug aan de tijd dat we ons kind op een kleedje in de hoek van de kamer legden, rustig een half uur konden gaan zitten poepen en het kind dan op precies dezelfde plek terugvonden.

* Baby’s maken je schone huis niet vies. Soms kotsen ze over de bank. En als je echt pech hebt, projectielpoepen ze een keer tegen de muur. Maar verder kun je volstaan met de zaterdagse schoonmaaksessie en blijft je huis de hele week spik en span. Met peuters is dat een utopie. Opeens zit er opeens overal pindakaas op. En poep. Blijven je voeten aan het laminaat plakken en ruik je in het toilet altijd een verschraalde urinelucht (vooral in het geval van jongetjespeuters die zindelijk aan het worden zijn). Bovendien vinden peuters niks leuker dan álles wat ze hebben uit de kast te trekken en in het rond te smijten. Gewoon, omdat het kan.

* Baby’s ruiken lekker. Naar versgebakken brood en babyshampoo. Niks heerlijker dan op de bank zitten met je baby, je neus tegen z’n hoofdje drukken en die speciale babygeur opsnuiven. Chanel nr. 5 is er niks bij. Maar peuters, peuters ruiken alleen lekker vijf minuten nadat ze in bad zijn geweest. Daarna verspreiden ze weer een lucht van modder, de etensresten die in hun haar en achter hun oren zitten en oude scheten. Je went eraan, maar de wierookstokjes in bulk inslaan kan geen kwaad.

LEES OOK: 16 Redenen waarom het zo fokking moeilijk is om consequent te zijn.

Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Néém je nou een kind, of kríjg je er eentje?

Een tijdje geleden schreven we een stukje waarin er werd gesproken over...
Lees verder