Dingen uit het ouderschap die ik veroordeelde voor ik zelf een kind kreeg

Iedereen is altijd de beste ouder van de wereld voordat-ie kinderen krijgt. Want dan denk je dat je het allemaal zo goed weet. En dan krijg je daadwerkelijk een kind. Waarna je je doodschaamt dat je ooit oordeelde over deze dingen:

Lees ook: De 21 standaard verslavingen van een moeder – ja, jij hebt ze ook.

1. Omkoping. ‘Je gaat je kind toch niet omkopen met een snoepje?’ dacht je vroeger stiekem als je een moeder in de supermarkt tegen haar kind hoorde zeggen dat-ie thuis iets lekkers mocht als-ie nu netjes in het wagentje bleef zitten. Een kind moet gewoon luisteren, vond jij. Een paar jaar later sta je zelf met klotsende oksels en een driftige peuter bij de Appie en hoor je jezelf opeens maar liefst drie minimarsjes beloven als Teuntje nu even rustig gaat doen.

2. Tuigjes. Ik weet nog dat ik eens een moeder met haar peuter aan de riem in het park zag wandelen. Mijn ogen rolden zowat uit hun kassen. Belachelijk vond ik het. Het is toch niet alsof je je hond uitlaat?! En toen kreeg ik zelf een kind en bleek dat kind toen-ie eenmaal kon lopen er plezier aan te beleven om weg te lopen iedere keer als we deur uit gingen. Inmiddels zeg ik dus: alle kinderen aan de lijn.

3. Geschreeuw. Kinderen die schreeuwen zijn niet goed opgevoed. Dat denk je als je zelf nog geen kinderen hebt. Een goede ouder leert z’n kind tenslotte om gewoon op een normaal volume te praten. Wat je dan nog niet weet is dat kinderen standaard tien decibellen harder staan afgesteld dan volwassenen en dat corrigeren geen zin heeft omdat je er toch niet bovenuit komt.

4. Slaapjes. Dat getrut van die ouders die hun hele dag om de slaapjes van hun kind heen bouwen, daar begrijp je helemaal niks van als je zelf nog geen kinderen hebt. Hoezo kan er niet afgesproken worden om te lunchen omdat het kind dan slaapt? Hij kan toch onderweg in de auto wel even slapen? Of in de wagen in het cafe ofzo? Als je zelf eenmaal kinderen hebt weet je: de slaapjes, die zijn heilig.

5. Schema’s. Kinderen moeten zich aanpassen aan hun ouders, vond je vroeger. Neem ze gewoon overal mee naartoe en dan leren ze vanzelf wel om zich daarnaar te voegen. Als je (heel veel) geluk hebt, krijg je inderdaad zo’n kind. Maar de meeste mensen komen er al snel achter dat zij degenen zijn die water bij de wijn moeten doen en niet hun kind. Als ze tenminste nog iets van een leuk leven willen blijven leiden.

6. Reizen. Met de sleurhut naar Frankrijk, of een midweekje CenterParcs? No way dat dat jouw voorland zou zijn als je kinderen had. Nee hoor, jij zou gewoon blijven backpacken door Azië en de halve wereld over vliegen. Kind onder je arm en gaan. Niet al te lange tijd daarna vind je jezelf opeens in een bungalow op de Veluwe, in een vakantiepark vol andere Nederlandse gezinnen, met een tropisch zwemparadijs en een geitenboerderij. Koh Samui leek toch opeens wel heel erg ver weg.

7. Bezorgdheid. Van die ouders die de hele dag bovenop hun kroost zaten, zo overdreven vond je dat altijd. Laat die kinderen het toch gewoon lekker zelf uitzoeken! Ze lopen heus niet meteen in zeven sloten tegelijk. En dan is je kind tien jaar en lig je nog steeds met een verrekijker in de struiken als het in de speeltuin is, gewoon omdat je bang bent dat-ie uit het klimrek dondert.

8. Bacteriën. Dat gemiep over ziektekiemen en dat het allemaal gevaarlijk zou zijn voor kinderen, wat een onzin vond je dat altijd. Juist goed voor de weerstand. Worden ze hard van. Maar na de zoveelste griepgolf als ouder heb je de neiging je kroost iedere avond in een badje met Biotex te zetten en ze met een mondkapje op naar buiten te sturen.

9. Vieze kinderen. Zo goor vond je het, dat kinderen altijd rondlopen met plakkerige handjes en snotkorsten onder hun neus. Bij het zien van zo’n groezelig koppie alleen al draaide je maag zich spontaan om. Heb je zelf eenmaal kinderen dan weet je dat er geen beginnen is om je kind spik en span te houden. Vijf minuten na het douchen zien ze er alweer uit alsof ze drie weken niet gewassen zijn.

10. Slecht gedrag in restaurants. Hoe het toch kon dat zo weinig ouders hun kinderen in het gareel weten te houden in een restaurant, vroeg je je met grote regelmaat geïrriteerd af als je ergens zat te eten en zo’n blaag zette de hele toko op stelten. Inmiddels verontschuldig je je al bij voorbaat tegenover al het personeel en vraag je je na iedere maaltijd in een restaurant of je eigenlijk ook de rekeningen van de andere gasten moet betalen. Gewoon, als smartengeld, zeg maar.

Lees ook: 20 Prangende vragen die iedere moeder zichzelf stelt.

Lees ook
Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Dat krijg je er nou van: mazelenuitbraak in Italië door anti-vaccinatietrend

Onlangs werd bekend dat in Italië in de ban is van de...
Lees verder