21 Voordelen van als je kind wat ouder wordt

Vala’s oudste twee zijn 6 en 4 jaar oud. Ze zijn zindelijk, drinken uit een beker en hoeven niet meer gevoerd te worden. En hoewel het natuurlijk allemaal veel te snel gaat, is het ook wel lekker dat dat echt hele kleine hulpeloze er zo langzamerhand wel af is. Deze dingen zijn namelijk heel erg fijn aan ouder wordende kinderen:

Lees ook: Mijn gedroomde ochtendspits versus de praktijk.

  1. Dat je met ze kunt communiceren. Maar gewoon echt dus. En dat ze dan ook terugpraten. In een taal die je begrijpt (dus niet alleen maar “DIE! DIEIEIEIEIE!!! WIL! MAMAAA!!!”). Het niveau is weliswaar nog steeds wel van het Jip en Janneke kaliber, maar ik ga ervan uit dat het niet lang meer duurt voor ik ook de vluchtelingencrisis en de rijksbegroting met mijn kinderen kan bespreken.
  2. Het geld dat je bespaart omdat je geen luiers meer hoeft te kopen. Daar kun je dus iedere maand wild van uit eten. Wel jammer dat je niks meer hebt om aan te trekken naar die chique tent, maar die nieuwe broek heb je nu ook zo bij elkaar gespaard.
  3. Dat je weer kunt doorslapen. Oke, wij zijn daar nog niet helemaal (dit weekend was het ook weer twee keer 05.00 uur…), maar ik begin licht te zien aan het eind van de tunnel. Ik hoef er in ieder geval geen tien keer meer uit ‘s nachts.
  4. Dat je niet alles wat je je kroost voorschotelt meer in kleine stukjes hoeft te snijden. Inmiddels kan ik gewoon twee appels richting mijn zoon en dochter mikken en die kunnen ze dan daadwerkelijk opeten, zonder dat ik op enig moment de Heimlich moet toepassen.
  5. Lego. Hulde aan de uitvinder van Lego. Opeens kunnen mijn kinderen een uur aan de keukentafel zitten bouwen. Een uur! Ik weet gewoon niet wat ik moet met al die vrije tijd.
  6. Dat ze naar school gaan. Daar worden ze namelijk lekker moe van. En dan lepel je ‘s avonds gewoon twee aardappelen en een stronk broccoli naar binnen en daarna rol je ze zo, hup, die bedjes in. En kun jij op de bank met Netflix.
  7. Dat ze naar school gaan (2). Omdat ze daar allemaal dingen leren. En het hartstikke leuk is om te zien dat je zoon ineens tot 20 kan tellen in het Engels en zijn eigen naam leert schrijven.
  8. Dat ze vriendjes gaan maken. En dat je die dan tegenkomt in de speeltuin en ze daarmee van de glijbaan gaan en jij dus niet je goeie spijkerbroek aan gort hoeft te helpen, omdat je gewoon op een bankje in de zon kunt gaan zitten kijken hoe zij zich uitleven.
  9. Dat ze meer gaan eten dan alleen spaghetti met rode saus (nou ja, soms). Mijn zoon wilde laatst bloemkoolrijst met sojasaus en garnalen proeven. Hij ging er zowat van over z’n nek, maar hee, one small step for man…
  10. Dat ze kunnen vertellen wat er aan de hand is, als ze zich niet lekker voelen. Echt een mijlpaal, als ze de zin “ben een beetje misselijk” hebben geleerd. Scheelt weer kots opvangen in het kommetje van je handen, omdat je nog net op tijd een teiltje hebt kunnen grijpen (de tweede lading is een ander verhaal, maar het blijft work in progress natuurlijk).
  11. Dat ze zichzelf kunnen aankleden. Ze gaan weliswaar met hun broek achterstevoren aan naar school, maar een kniesoor die daarop let. Jij hebt tenslotte eindelijk ‘s ochtends een fatsoenlijke kop koffie kunnen drinken.
  12. Dat ze elkaar kunnen helpen met aankleden/schoenen aantrekken/opruimen/leven op zich. Ideaal. Als mijn dochter weer eens iets kwijt is en dus op de overloop voor haar kamer staat te gillen, stuur ik gewoon haar broer naar boven om te helpen zoeken. En ik hoef ook geen Lego bouwwerken meer te repareren, want voor ik te hulp ben geschoten hoor ik al: “Kom maar zussie, ik doe het wel even.”
  13. Dat je altijd zeker weet dat je er goed uitziet als je de deur uit gaat. Zie ik er niet hip genoeg uit, dan krijg ik het namelijk meteen te horen. “Nou mama, dat kan écht niet, hoor” klinkt het dan ‘s ochtends aan de ontbijttafel. Tja, dan moet je wel terug naar boven natuurlijk.
  14. Dat je in steeds meer attracties in de Efteling kan. Ik kan me wekenlang verheugen op de jaarlijkse Eftelingtrip. Maar dan is het toch steeds weer een deceptie als je niet verder komt dan Carnival Festival en die rottige traptreintjes waar je je een spierverzuring in trapt. Maar de laatste keer zijn we zelfs in Droomvlucht en de Fata Morgana geweest (Wel onder luid gegil overigens: “Nee mama, ik wil nieieieieiet!!! Ik ben zo baaaaaaaang!!!”, maar oefening baart kunst). Komend weekend gaan we weer en ik heb Villa Volta al in de planning staan.
  15. Dat je op vakantie kan zonder dat je een hele uitdragerij aan spullen mee hoeft te nemen. Geen pallet met bussen melkpoeder, opklapbare reiswiegen, de hele voorraad spenen van de Kruidvat en baby’s eigen muziekmobiel omdat ‘ie anders niet kan slapen. Nee, je mikt gewoon twee kinderen in de auto met de i-Pad, hun lievelingsknuffel en een rol Fruitella en voor je het weet suis je gezwind over de Périphérique richting camping La Vache Qui Rit.
  16. Dat je, eenmaal op vakantie, niet het hele huisje hoeft om te bouwen om het babyproof te maken. Omdat je kinderen inmiddels kunnen traplopen, niet meer de neiging hebben hun vingers in alle stopcontacten te proppen en je niet meer met bedden hoeft te schuiven om plaats te maken voor die opklapbare reiswieg, omdat je je kind nu wel in dat stapelbed durft te leggen (mijn zoon donderde er overigens wel uit tijdens ons laatste tripje, maar dat is bij een 6-jarige toch net wat minder erg dan bij een baby).
  17. Dat je samen filmpjes kunt kijken die jij ook nog (soort van) leuk vindt. Ja oke, na 300 keer Frozen weet je het wel, maar toegegeven: het blijft een mooie film. En van Freek in het Wild word ik weliswaar een beetje hysterisch, maar ik weet nu wel álles over de roze teenvogelspin.
  18. Dat ze in de Albert Heijn precies weten waar alles staat dat je moet hebben. Dan is boodschappen doen opeens geen hysterische horror-ervaring meer, maar gewoon teamwork.
  19. Dat ze niet meer ALTIJD verkouden zijn. Scheelt weer in de kosten voor zakdoekjes en het is ook fijn om niet iedere keer tegen zo’n bubbelende groene bel aan te hoeven kijken als je tegen je kind praat.
  20. Dat ze ook af en toe een koekje VOOR JOU kunnen pakken. Zó handig, twee van die butlers.
  21. Dat ze met bestek kunnen eten. Vooral ook fijn in restaurants. Dat je niet zit met een kind dat als Koekiemonster met z’n handen (en z’n gezicht!) in z’n bord spaghetti duikt, terwijl de rest van de gasten met afschuw toekijkt hoe de saus in het rond vliegt.
  22. Dat ze echt kleine persoonlijkheden worden. Waar je ontzettend trots op bent.

NB: Bovenstaande voordelen worden enigszins teniet gedaan als je er, zoals ik, plotseling nog een baby bij krijgt wanneer je andere kinderen net een beetje in staat zijn zichzelf te bedruipen. Want dan moet je namelijk naast die appels om over je schouder te gooien nog steeds luiers, flesjes, spenen en muziekmobiles meenemen. Dat je het even weet.

Lees ook: 25 Volslagen idiote dingen die ouders voor hun kinderen doen.

Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Nieuwjaarswens van een moeder: zullen we er in 2017 wat mooiers van maken?

Dit jaar loopt weer op zijn eind, 2016 is bijna voorbij. Het...
Lees verder