Dingen die je niet wilt doen met een peuter

Iedereen die ouder is (geweest) van een peuter, weet hoe leuk dat kan zijn. Wat een ontzettend grappige dingen een 2.5-jarige kan zeggen, hoe bijzonder ze naar de wereld kijken en in wat een recordtempo ze nieuwe dingen leren. Hoe lekker ze nog kunnen knuffelen en hoe ze zowel klein, als groot tegelijk zijn. Maar, iedereen die een leven deelt met een peuter, kent ook de schaduwzijden van co-existeren met zo’n brutale aap van drie turven hoog. Dat zijn er namelijk ook nogal wat.

Lees ook: 21 Idiote dingen die mensen tegen je zeggen als je zwanger bent.

  1. Lange autoritten maken. Het scheelde dat ik geen rijbewijs heb, dus echt ver kwamen we sowieso niet, maar heel soms stapte ik toch met mijn peuters bij iemand in de auto voor een ritje van een meer dan kwartier. Wat zo ongeveer de max is tot het Grote Rellen op de Achterbank begint. Weleens met een schuimbekkende peuter van de Achterhoek tot Zuid-Limburg gereden voor een bruiloft? Voortaan stuur ik wel een kaartje.
  2. Boodschappen doen. Op zich lastig dat dat niet kan, want je moet toch eten. Maar eigenlijk lukt het alleen als je van tevoren de route door de supermarkt minutieus heb opgetekend en spullen haalt voor slechts één dag. Anders is het gegarandeerd gillen tussen de granola.
  3. Uit eten. Met mijn zoon ging dat nog wel. Die gaf je een kleurplaat en een bordje friet en je kon zelf nog semi-relaxed een pastaatje naar binnen werken. Maar zijn zusje? Die had al het bestek al door het etablissement gesmeten voor ze goed en wel de menukaart op tafel hadden gelegd. Als ze dan ook nog de peper en zoutvaatjes over de tafel had uitgestrooid en alle servetten aan stukjes had gescheurd, bleek altijd dat ze dus géén spaghetti Bolo op de kaart hebben staan en konden we net zo goed meteen naar huis gaan. Want eigenlijk kun je die arme mensen in de horeca een peuter al niet aan doen, maar ze blootstellen aan een 3-jarige met honger is gewoon onfatsoenlijk.
  4. Op vliegvakantie. Zeker als de vlucht langer dan 2 uur duurt. Dus verder dan Spanje kan eigenlijk sowieso niet. Nee, ook niet als je gewoon geen kleren meeneemt en in plaats daarvan je hele koffer vol stopt met Nijntje koekjes en plastic meuk van de Action. Want peuters in vliegtuigen zullen hoe dan ook door het gangpad willen rennen, kiekeboe willen spelen met passagiers in de stoel achter hen (die daar dan wild geïrriteerd van raken) en minstens drie keer hun luier vol kakken, zodat jij er dan in zo’n propperig Airbus-wc’tje voor moet zien te zorgen dat de stront niet op de muren terecht komt.
  5. Naar de verjaardag van tante Tiny. Echt, doe het niet. Blijf thuis en stuur een bosje bloemen. Bij tante Tiny moet je namelijk de hele middag in een kring zitten en kleffe slagroomtaart eten. Die je peuter dan aan de kast met Swarovski beeldjes smeert, terwijl hij onder de koffietafel door kruipt en steeds baldadiger wordt omdat tanty Tiny dus natuurlijk niks te spelen heeft voor kinderen en jij de i-Pad bent vergeten mee te nemen.
  6. Werken. Dat kan namelijk eigenlijk gewoon niet, omdat peuters dus ALTIJD ziek zijn. En je dan op stel sprong vrij moet nemen van je werk (of thuis moet werken, wat niet gaat met een ijlende peuter op de bank), of met een noodvaart terug moet komen racen naar het kinderdagverblijf.
  7. Het huishouden doen. Omdat je peuter zichzelf verstrikt in het gordijnkoord in de twee seconden dat jij een wasje in de machine gooit. Of zijn beker karnemelk over de tafel (en dus ook over jouw laptop) heen gooit als je boven heel even met de stofzuiger over de overloop rent.
  8. Een terrasje pakken. Zo’n flesje appelsap is namelijk zo op. Bitterballen lust de peuter niet en bovendien duurt het sowieso te lang voor die gebracht worden. En daarnaast zit er ALTIJD iemand met een hele grote, vervaarlijk uitziende hond drie tafeltjes verderop, waar je peuter dan absoluut naartoe MOET en jij dus tussen op je hurken tussen de tafeltjes door moet om je kind nog net op tijd uit de kaken van dat monster te redden.
  9. Naar de Kruidvat. Want waarom liggen al die plastic speelgoedjes, surprise-eieren en potjes met gekleurde vitaminepillen precies op peuter-ooghoogte? Is dat om ouders opzettelijk te kwellen. Eenmaal in de Kruidvat met een peuter, kom je er namelijk nooit meer weg.
  10. Naar een openbaar toilet. Dat is meestal sowieso al onprettig, maar met een peuter helemaal. Want je moet hem dan een kwartier vasthouden boven die bril, omdat je net wil dat hij erop gaat zitten (killing voor je hamstrings). Er altijd remsporen in zo’n toiletpot zitten die je peuter dan uitgebreid wil gaan bekijken (“Kijk mama, poepjes!”), de stank niet te harden is en je daarna nog minstens een uur het gevoel hebt dat jullie allebei minstens Hepatitis hebben opgelopen.
  11. In de regen op de fiets. Sowieso ben je al doorweekt voor je dat kind goed en wel in z’n stoeltje hebt gegespt, en dan moet je je daarna nog het leplazarus trappen door de Hollandse lentebuien met zo’n sneue druipende peuter in een Jip en Janneke poncho. Kind strontchagrijnig en gelijk verkouden, jij zweterig en koud tegelijk en daarnaast met een enorm schuldgevoel als je op de plaats van bestemming dat ongelukkige verzopen katje uit zijn plakkerige kleertjes pelt. Gewoon thuis blijven als het regent dus.
  12. Naar een binnenspeeltuin. Omdat je er nooit meer weg komt. In ieder geval niet zonder krijsende, schoppende peuter onder je arm. Ook niet als je er al de HELE DAG hebt gezeten. En inmiddels minstens twee kilo bent aangekomen van alle vieze friet, omdat dat het enige is dat ze daar verkopen.
  13. Naar het zwembad. Doodeng, het zwembad. Echt, voor je het weet glijden ze uit op die rottige tegels en vallen ze zo die kinnetjes helemaal kapot. Of ze verzuipen gewoon, als je 2 seconden je bikini probeert aan te snoeren. Bovendien zijn zwembaden een broedplaats van bacteriën. En kom je er dus altijd vandaan met minstens één schimmelnagel.
  14. Een wandeling maken. Lekker, even naar het bos op een mooie lentedag. Ook leuk voor de peuter, want kaplaarsjes aan en door de modder en de plassen banjeren. Dus niet, want je peuter heeft het binnen 10 minuten koud. En wil getild worden. Loop je daar dus weer met 15 kilo in je armen door het Amsterdamse Bos.
  15. Naar een vriendin om bij te kletsen. Een verloren zaak. Na “Ja hoor, gaat hartstikke goed” kom je de rest van de middag niet meer verder, omdat je peuter vooral wil vertellen hoe het met hém gaat. Uiteindelijk kun je bij het afscheid meteen weer agenda’s trekken, want je hebt elkaar gewoon eigenlijk niet gesproken.

Misschien is het dus beter om met een peuter gewoon maar permanent binnen te blijven. Het duurt maar zo’n twee jaar, die peutertijd, dus op zich is het nog te overzien. Je koopt gewoon een stapel Dora dvd’s en een pallet Nijntje koekjes en daarmee sluit je je dan op. Eenmaal kleuter, dan kun je er weer prima van alles mee ondernemen. Even uitzitten dus maat gewoon. En wat is nou twee jaar op een moederleven?

Lees ook: Het bedritueel van een peuter in 34 simpele stappen.

Geschreven door
More from Vala van den Boomen

26 Nieuwe vaardigheden die je ontwikkelt als je een pasgeboren baby hebt

Man, wat een aardverschuiving, zo’n baby! Deed je de dingen vroeger op...
Lees verder