Als je man gek wordt van de kraamverzorgster

Vala is onlangs bevallen. Hoewel het haar derde kind is, kreeg ze voor het eerst een kraamverzorgster in huis. Haar oudste twee Terroristen zijn namelijk in Amerika geboren, waar kraamhulp niet bestaat. Vala vond het wel wat, de fruithapjes, het gepoets en het gewas. Mario daarentegen, dacht dat ‘ie dood ging.

Ik heb het geluk getrouwd te zijn met de Prins op het Witte Paard. Ja, je zou denken dat die alleen in sprookjes bestaat, maar ik ben echt door hem geschaakt. Mario is namelijk zo’n zeldzaam exemplaar man dat alles doet in huis. Sowieso al, maar toen zich tijdens deze zwangerschap bij mij ook maar enigszins een buikje begon af te tekenen, mocht ik helemaal niks meer doen van hem. En waar de meeste nieuwbakken papa’s in een soort van staat van shock verkeren als de baby eenmaal in dat wiegje ligt, past het vaderschap mijn man als gegoten. Luiers verschonen, ons dochtertje in bad doen, haar in slaap wiegen, hij draait er zijn hand niet voor om. Ik hoef er ’s nachts niet uit voor de fles, want hij gaat zingend naar beneden. En overdag ligt hij niet kreunend van moeheid op de bank, maar vliegt hij met de stofzuiger en de dweil door het huis als een huisvrouw uit de jaren ’20. En de kraamhulp staat erbij en kijkt ernaar.

Lees ook: 25 Dingen die je dus niet gaat doen in de kraamweek (en daarna eigenlijk ook gewoon nog even niet).

Dit artikel gaat door onder de afbeelding

Wij hebben Anja toebedeeld gekregen, een dame van 58 jaar, met een gezellig Brabants accent en geurend naar groene zeep. Zo eentje met gezondheidsklompen en een stevig arbeidsethos, een soort oma met een Swiffer aan haar hand gelast. Beter kun je je niet wensen dus, want je hoort nogal eens andere verhalen. Van kraamhulpen die alleen maar koffie zitten te drinken. Die nooit het bed verschonen en niet eens weten hoe de thermometer werkt. Maar dat is niet onze Anja, nee, onze Anja weet van wanten. Ik mag van haar niet op blote voeten lopen, want daar krijg ik spruw van. Ze staat als een havik te kijken of ik mijn ontbijt wel helemaal op eet. Ze voert me flesjes Floradix om mijn ijzergehalte op te krikken. En ze bindt mijn op knappende staande stuwingsborsten op met icepacks en strakke doeken, want borstvoeding, dat vindt ze maar ‘gesodemieter’. Ja, die Anja, daar kan ik wel wat mee. Maar eigenlijk heb ik nu dus een soort tweede versie van mijn man in huis. En Super Mario en Anja, dat gaat niet zo lekker samen.

Een ander die met een dweil zijn territorium binnendringt, daar krijgt mijn man namelijk de neiging van om zich heen te gaan pissen. En dus ben ik nu dagelijks getuige van de Strijd der Titanen als het om het huishouden gaat. Voor dag en dauw springt mijn man zijn bed uit om Anja voor te zijn (ze komt namelijk al om 08.00 uur ’s morgens) en begint dan als een razende het hele huis te stofzuigen. Tegen de tijd dat Terrorist nr. 3 en ik eens onze ogen open doen, walmt de bleek ons tegemoet, zijn er al twee wassen gedraaid en staat Anja geïrriteerd en werkeloos om haar eigen as te draaien, terwijl Mario met een triomfantelijke grijns op de bank zit met een kopje koffie. Op iedere tip en suggestie die ze doet, zegt mijn man glashard “Nee”, of “Dat vind ik onzin” en doet dan gewoon zijn eigen zin. En alhoewel hij het allemaal meer dan goed doet, kan ik het bijna niet meer aanzien, want het is een kwestie van tijd tot onze arme Anja een minderwaardigheidscomplex ontwikkelt.

Een man die met zijn staart tussen zijn benen en een blik als een konijn in koplampen in een hoekje zit nadat hij een baby heeft gekregen en een kraamverzorgster die de kantjes ervan afloopt, daar zit geen enkele pas bevallen moeder op te wachten. Want je wil niet met je aan elkaar geniette onderkantje en je nog nagolvende blubberbuik zélf op je knietjes moeten om de badkamer te soppen. Maar acht dagen lang een woeste concurrentiestrijd in goede banen moeten leiden, terwijl de stolsels nog in je onderbroekje sijpelen, is ook niet je van het, kan ik je zeggen. “Doe nou eens een beetje aardig” sis ik tussen mijn tanden door tegen Mario, als Anja het voor elkaar heeft gekregen met een fles schoonmaakmiddel de trap op te sluipen. En “Ach joh, laat hem maar” tegen Anja, als Mario haar weer met opeengeklemde tanden en een emmer sop de pas afsnijdt. “Kom, dan drinken wij een kopje koffie”, in de hoop dat ik straks niet met een snotterende kraamhulp zit, die na een week bij ons in therapie moet, omdat ze al het geloof in zichzelf verloren is. Ik heb al last van razende hormonen en dat schuldgevoel kan ik er gewoon niet bij gebruiken.

Ik zal Anja missen als ze weg is en de geur van groene zeep zal immer mooie herinneringen bij me oproepen. Maar voor ieders geestelijke gesteldheid is het maar beter dat de kraamweek voorbij is. Want nog heel veel langer en ik vrees dat er slachtoffers gaan vallen. Waar simultaan gepoetst wordt, vallen in ons huishouden namelijk blijkbaar spaanders en ik heb de afgelopen tijd eigenlijk al wel genoeg bloed gezien. Dus lieve Anja, dankjewel, ik zal altijd met grote genegenheid aan je terugdenken. Maar helaas is er in dit huis maar ruimte voor slechts één Prins op het Witte Paard en ik heb nou eenmaal mijn handtekening in dat trouwboekje gezet, dus ik vrees dat ik van rechtswege aan mijn man gebonden ben. Het ligt niet aan jou, het ligt aan hem, maar we kunnen gewoon niet samen verder. Maar je zult een andere kraamvrouw vast heel gelukkig maken. En stiekem blijf ik altijd een beetje van je houden.

Lees ook: 29 Dingen die je denkt in de kraamweek.

Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Hoopgevend: doorbraak in onderzoek naar Leukemie

Het zou niet moeten mogen, maar soms gebeurt het toch: een kind...
Lees verder