Hoe Vala een vinexvrouwtje werd (en dat helemaal niet erg vindt)

Vala had ’t zich nog zo voorgenomen: ook al kreeg ze tien kinderen, nooit zou ze haar geliefde Amsterdam verlaten voor zo’n gezinshuis in de provincie. Ze ging nog liever gewoon dood. Maar een paar jaar en drie kinderen later is ze toch geen stadsmeisje meer.

“Zooo, dus jij bent zo’n leuk vinexvrouwtje?” was de gevleugelde uitspraak van mijn rij-instructeur, vlak nadat ik mijn intrek nam in de eengezinswoning in wat een collega altijd betitelt als de ‘betere buitenwijk’. Hoogst beledigd was ik, want excuse me? Vinexvrouwtje? Ik mocht mij dan weliswaar officieel geen Amsterdammer meer noemen, maar ook al haal je het meisje uit de stad, je haalt de stad gewoon nooit echt uit het meisje. En het was dat het schip met geld nog steeds niet was binnengekomen en het nou eenmaal geen goed idee is om met vijf mensen drie hoog achter op 40 vierkante meter te gaan zitten, maar anders was ik natuurlijk nooit de stad uit gegaan. En het zou slechts een kwestie van tijd zijn voor we weer terug waren. Even een bestseller schrijven, of een Pulitzer winnen en dat grachtenpand was van ons. Inmiddels zijn we drie jaar verder en zou ik nog niet terug gaan als ik de hoofdprijs in de Oudejaarsloterij zou winnen en er een grachtenpand bij cadeau zou krijgen. Inmiddels zeg ik namelijk: ik ben Vala, ik ben een vinexvrouwtje en ik ben er trots op.

Ik had niet gedacht dat het ooit zo ver zou komen. Sterker nog, ik vond het altijd stiekem maar belachelijk, al die mensen die zodra ze kinderen kregen opeens de stad verruilden voor één of andere duffe provincieplaats. Al dat gemekker over vierkante meters, tuinen en goede scholen, jemig, hoe burgo kon ’t worden? Maar nu ik zelf een gezin heb, kan ik het gewoon niet langer ontkennen: de buitenwijk is top. Want het is eigenlijk heel simpel: als de kinderen gelukkig zijn, ben jij het ook. En waar worden kinderen gelukkig van? Juist, van eigen kamers, van speeltuinen, van verkeersdrempels waar auto’s maar met 30 km per uur overheen kunnen rijden, en van vriendjes die aan de overkant van de straat wonen. En laten ze dat in die gewraakte provincie nou precies állemaal hebben. Dus dan kun je wel in je grachtenpand enorm stads gaan zitten doen, maar wat heb je daaraan als je de kinderen als ze een reldag hebben niet gewoon veilig met een roedel vriendjes de straat op kunt schoppen, zonder dat je bang hoeft te zijn dat ze overreden worden door een tram, of uit het klimrek recht op een heroïnenaald vallen? Precies, dat bedoel ik.

We wonen nu in een huis waar we niet de hele tijd op elkaars lip hoeven te zitten. En als je drie kinderen en ook nog, zoals in mijn geval, een samengesteld gezin hebt, is dat wel zo prettig. Alle kinderen hebben hun eigen kamer en we hebben zelfs nog ruimte over voor een werkkamer (niet dat die ooit af komt, maar dat is weer een ander verhaal). Voor al die ruimte hoeven we niet, zoals mensen die in de stad een beetje een fatsoenlijk huis willen bewonen, miljoenen te verdienen, dus nu kunnen we zelfs af en toe A-merk toetjes kopen in plaats van het kroost na het eten altijd een bakje bonusvla te moeten voorzetten en hoeven we niet te loten welk kind er dit jaar mee mag naar de dierentuin. Ik ben gewend geraakt aan de rust en de stilte die er in de wijk heerst zodra de klok zes uur slaat en iedereen heel gezapig aan de piepers zit. Ik zou mijn tuin voor geen goud meer willen ruilen voor het Franse balkonnetje met uitzicht op de binnenstad dat ik had in Amsterdam. En ons huis mag dan geen monumentaal pand zijn, we kunnen mooi wel iedere middag na het werk voor de deur parkeren. Dat, beste mensen, is pas woongenot.

Ja, ik mis de stad best weleens. En soms voel ik heel even een steek van jaloezie als ik mensen hoor over hun kosmopolitische leven in ‘mijn’ Amsterdam. Maar desondanks zou ik er niet naar terug willen. Want met kleine kinderen in de stad wonen, het is gewoon niet ideaal. Met kinderwagens die je iedere dag drie heel steile trappen op moet zeulen. Geluidsoverlast van buren en in de zomer altijd de hele santekraam naar één of ander park moeten slepenin plaats van gewoon in je eigen tuin te kunnen zitten. Ik weet zeker dat mijn kinderen het in onze buitenwijk beter naar hun zin hebben dan als ze grootstedelijk waren opgegroeid. Ik kan uit ervaring spreken, want ik groeide zelf op in het centrum van Amsterdam, dus buiten spelen kon ik alleen op zondag als ik met mijn ouders naar het Amsterdamse bos ging en toen ik vijftien was mocht ik nog steeds niet alleen naar school omdat mijn moeder bang was dat ik ergens onderweg van mijn fiets getrokken werd. Problemen die mijn kinderen alleen zullen kennen uit de overlevering, als ze op een regenachtige zondag eens zullen horen over toen mama klein was. En wat een medelijden zullen ze dan met me hebben.

Wil jij ook de stad uit? Denk dan bijvoorbeeld eens aan Woerden. Midden in het Groene Hart van Nederland, vlakbij Utrecht en Amsterdam én met een gezellig historisch stadshart. Binnenkort gaat daar Defensie Eiland ZUID in de verkoop. Een woonomgeving op het oude defensieterrein met diverse woontypen, van bijzondere appartementen t/m oude loodsen die bewoonbaar gemaakt worden. Eigenlijk nog veel leuker dus dan zo’n afgezaagd monumentaal pand in Amsterdam!

Dit artikel kwam tot stand met Blauwhoed, maar de inhoud is 100% van ons. Klik hier voor ons advertentiebeleid.

 

Vala (37) is journalist en tekstschrijver en heeft drie kinderen: een zoon van 8, die autisme heeft, en twee dochters van 6 en 2 jaar. Vala heeft het Syndroom van Ehlers-Danlos, een zeldzame chronische ziekte, maar probeert zich daar niks van aan te trekken (wat soms jammerlijk mislukt). Ze is getrouwd met Mario en samen runnen ze een nogal gemankeerd, maar heel erg leuk gezin. Want saai is het in ieder geval nooit.

Lees ook
Geschreven door
More from Vala van den Boomen

De ochtend van een moeder (in 50 speerpunten)

Een jonge moeder heeft er voor 09.00 uur ’s ochtends meestal al...
Lees verder