Mogen kleuters a.u.b. gewoon weer kleuters zijn? Want we slaan een beetje door

Vroeger was het op de kleuterschool voornamelijk een kwestie van zakdoekje leggen en kabouters vouwen. Tegenwoordig lijkt kleuteren echter een heel ander verhaal. Gepresteerd moet er worden. Maar, hoe verstandig is dat eigenlijk?

Ik heb inmiddels twee kinderen op de basisschool. En de afgelopen twee jaar heb ik me verbaasd over de enorme prestatiedruk die er op een kind wordt gelegd zodra het een voet over de drempel van de klas heeft gezet. Ik was in de veronderstelling dat het die eerste twee jaar een beetje liedjes zingen en mandarijntjes pellen zou zijn, maar niets is minder waar. Want de kleuterschool, dat is tegenwoordig niet meer een beetje freewheelen en langzaam wennen aan het leven als schoolkind, zoals ik me dat herinner van vroeger. Nee, gewerkt moet er worden. En getoetst. Want scores zijn belangrijk in de huidige ‘prestatiemaatschappij’, om het maar even zo te noemen. Ook als je  nog maar vier jaar bent en je eigen veters nog niet eens kunt strikken.

Lees ook: Femke vraagt zich af: moeten alle kinderen in dezelfde mal passen?

Het was onlangs natuurlijk weer rapportentijd en laatst kreeg ik van een bevriende moeder een pakket onbegrijpelijke Excelsheets onder mijn neus geschoven. Althans, zo zag het eruit: A-4tjes vol agressief groene grafieken en onbegrijpelijke termen langs de meridianen. Met een bezorgde fronsrimpel keek ze me aan. “Ik maak me toch wat zorgen over zijn concentratievermogen” mompelde ze en wees op één van de groene lijntjes. “Zie je, hij scoort vrij laag, maar ik weet gewoon dat er méér in zit”. Zuchtend liet ze haar hoofd in haar handen rusten en wachtte duidelijk op een geruststellend woord van mij, de collega-moeder. Maar ik was danig in de war. Dat er méér in zit. Wát dan? En wáár dan? Dat vroeg ik me af. En eigenlijk veel meer nog: hoezó dan? Want, wat moet ‘erin’ zitten bij een opdondertje van 4 jaar oud? Wat mij betreft niet veel meer dan een stapel boterhammen met pindakaas en ettelijke groene snottebellen. Maar ik heb het blijkbaar verkeerd begrepen.

Kinderen moeten tegenwoordig
al een CITO-toets maken voor ze goed en wel van voren weten dat ze van achteren leven. En ik begrijp daar niks van. Sterker nog, ik ben er faliekant op tegen. Wat mij betreft is de drang om zelfs de allerkleinsten in de samenleving al in een grafiekje te willen proppen een zeer verwerpelijke uitspatting van de hedendaagse maatschappij, waarin je waarde niet langer bepaald wordt door wie je bent als mens, maar door de cijfers op het nationale scorebord. We zijn hard op weg de Amerikaanse kant op te gaan en aangezien ik niet voor niets het vliegtuig heb gepakt om het zogenaamde beloofde land gevoeglijk te ontvluchten, ben ik met deze ontwikkeling alles behalve blij. Want daar heb ik het gezien: de ouders die zich ellebogen stotend en om zich heen klauwend naar de top van de wachtlijst van de meest exclusieve ‘preschool’ proberen te vechten, alleen maar om ervoor te zorgen dat hun kroost al een indrukwekkende lijst aan ‘extra-curriculars’ op het cv kan noteren tussen het leren tellen door. Hoe kinderen van drie turven hoog al avond aan avond huiswerk moeten maken, in plaats van de zwoele zomeravonden buiten door te brengen, onbezorgd, zoals dat hoort wat mij betreft. Maar nee, spelen, dat is anno nu echt passé. Daar heeft een kind geen tijd meer voor.

Ook hier in Nederland is de kinder-ratrace van start gegaan. Zo wordt er bijvoorbeeld gepleit voor het naar school sturen van 3-jarigen. Dit zou namelijk een boost zijn voor het ontwikkelen van hun intellectuele capaciteiten. Ik ben natuurlijk helemaal voor de vooruitgang en het stimuleren van het kinderbrein enzo, maar peuters in de schoolbanken drukken, sorry, daar geloof ik dus niet in. Kinderen moeten tegenwoordig al in sneltreinvaart volwassen worden, dus hoeveel van hun kindertijd moet er in vredesnaam nog af? Je hebt je hele leven om te leren, om serieus te zijn en te presteren. Om deel te nemen aan de constante wedstrijd die het leven tegenwoordig is. Maar wat hebben we eigenlijk ontzettend weinig tijd om te kunnen spelen, om onbezorgd en vrij te zijn. Om ons te verwonderen over de wereld en te geloven in sprookjes. En ik denk eigenlijk dat je daar ook veel van leert. Van gewoon, lekker helemaal niks moeten. Want natuurlijk, aap, noot, mies en hier en daar een staartdeling, dat is belangrijk. Maar echt kind zijn, dat is dat net zo goed.

Ik ben niet de enige die er zo over denkt, het is niet dat ik een conservatieve zeurmoeder ben die niet tegen verandering kan. Er zijn legio ouders die zich zorgen maken over het gewicht wat heden ten dage op de schouders van onze kinderen gelegd wordt. En niet alleen ouders, ook leerkrachten zelf hebben er genoeg van. Van het feit dat ze kleuters moeten toetsen, ouders huiswerk moeten meegeven omdat ze extra moeten oefenen met hun kleuters, van Sanders Dekkers ‘maximale zittenblijvers percentage’ van 1.5 procent. Als een kleutertje nog een extra jaar moet kleuteren, dan is dat geen probleem, het is gewoon een feit. Een feit dat je moet accepteren en waarbij je je bovendien moet realiseren dat de ontwikkeling van het kleuterbrein niet voor ieder kind gelijk verloopt. En dat dat prima is.

Ik heb ze vorige week al gehad, de rapporten, de ranglijsten met groene grafieken en meedogenloze lijntjes, die mij vertellen waar mijn kind scoort op de schaal van toekomstige CEO, of putjesschepper. Tot nu toe zijn de Excelsheets ons goed gezind geweest, maar het interesseert me eigenlijk niet zoveel. Ik weiger me te laten leiden door een stel lijntjes op een stuk papier. Omdat mijn kinderen meer zijn dan een opgeteld stel punten die uit een CITO-toets voor smurfen zijn komen rollen, misschien wel op een maandagmorgen dat er net een scheet dwars zat, waardoor ze zich niet hebben kunnen concentreren en er daarom misschien een keer niet ‘uitkomt wat erin zit’. Waardoor ze meteen voor het leven getekend zijn. Want wie aankomt met een ondermaatse kleuter-CITO, die kan eigenlijk net zo goed meteen de sociale werkplaats op.

Mijn kinderen zijn kleuters. Wat ‘eruit moet komen’ zijn wat mij betreft slechts een paar gevingerverfde kunstwerken. Een frommelig gevouwde paddenstoel van origami en straks met Kerst misschien weer zo’n witte kaars, gestoken in een homp grijze klei, met hier en daar een takje hulst. Ik hoef geen cijferlijsten en duimendikke leerwegondersteuningsplannen voor een jongetje en een meisje die ik iedere ochtend nog met hun duimpjes in hun mond en een knuffeltje in hun armen uit bed moet halen. Geen ernstige gesprekken met drie leerkrachten, een IB’er en een personal life coach. Wat ik wil is blije kleuters, die met plezier naar school gaan. Die vriendjes maken en zelfvertrouwen krijgen. Die kunnen spelen totdat ze echt aan de bak moeten in het leven. Want dat leven, dat begint wat mij betreft al vroeg genoeg.

Lees ook: Waarom ik soms moeite heb met de speeldates van mijn dochter.

Lees ook
Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Je baby laten huilen is niet schadelijk (volgens nieuw onderzoek)

De laatste jaren was het een veelgehoorde waarschuwing: als je een baby...
Lees verder