Toen Vala naar het Consultatiebureau ging en opeens een briljant kind had

Onlangs ging Vala weer met lood in haar schoenen naar het Consultatiebureau. Want tot nu toe bleek er altijd iets ernstig mis te zijn met haar dochter Arwen. Maar dit keer pakte het anders uit.

Het angstzweet brak me deze keer al uit toen laatst de oproep voor de 2-jaar controle op de mat viel. Oh god, we moesten weer en wat zou dit keer het meedogenloze vonnis zijn? Mijn dochter was volgens het CB namelijk al obees, debiel en verslaafd, dus ik wilde niet eens aan denken aan wat Arwen nu weer voor verschrikkelijk gebrek toebedeeld zou krijgen. Maar ja, ik ben nou eenmaal een brave, plichtsgetrouwe burger, dus de periodieke overheids-APK afslaan durf ik eigenlijk niet. Je kunt er tenslotte donder op zeggen dat die rode kruisjes achter je naam als je niet op komt dagen zich op een later moment van hogerhand zullen wreken. Bij je belastingaangifte ofzo, ik noem maar wat. Dus toog ik met angst en beven met mijn peuterdochter richting de ballotagecommissie, ging met hangend hoofd het kamertje van de arts in en…kwam voor het eerst in twee jaar niet naar buiten met idee direct een peloton hulpverleners voor mijn kind te moeten inschakelen en mezelf aan te moeten geven bij de Kinderbescherming. Arwen bleek tijdens dit consult namelijk plotseling genezen van al haar kwalen en mankementen. Het was met recht een wonderbaarlijke wederopstanding.

LEES OOK: Hoe Mario het Consultatiebureau op stelten zette.

“Hoi hoi lieffie, goeiemohgeh!” scandeerde Arwen toen de arts ons in haar spreekkamer ontving en deed vervolgens de mededeling “Adie lekkah speleh!” waarna ze, geheel uit zichzelf en zonder enige aanmoediging, een huizenhoge toren begon te bouwen. Verbaasd staarde de arts van mijn kind naar mij en zei toen: “Dit is Arwen, toch? Die net 2 jaar is geworden?” Ik knikte. “Nou, de blokjestest kunnen we afvinken en met praten zit het kennelijk ook wel snor,” concludeerde de arts en verheugd zag ik hoe ze op haar computerscherm mijn dochter uitmuntende scores toebedeelde. De rest van het consult was een soort triomferende zegetocht voor Arwen, die als een phoenix uit haar eigen as oprees en van spreekwoordelijk lelijk eendje naar schitterende zwaan ging. Waar ze eerst nog nodig op dieet moest, was ze nu op een keurig gemiddeld gewicht. Van haar eerder geconstateerde speenverslaving was ze duidelijk helemaal afgekickt. En toen ze demonstreerde zonder moeite uit een beker te kunnen drinken en niet alleen de kunst van klappen wel degelijk te beheersen, maar er nu ook nog eens tegelijkertijd de tophit ‘Olifantje in het bos’ bij ten gehore kon brengen terwijl ze er een uiterst gecoördineerd en bovendien zelf gechoreografeerd dansje bij deed had ze haar imago van ontwikkelingsgestoord kind definitief van zich afgeschud. De schellen vielen de CB-arts werkelijk van haar ogen. Het was dat mijn dochter nog net geen salto maakte, maar anders had ze zeker het Journaal gebeld om wereldkundig te maken dat we hier te maken hadden met een wonderkind.

Je begrijpt, ik heb bij thuiskomst linea recta de inschrijfformulieren voor Yale en Harvard gedownload, want het lijkt me evident dat mijn dochter daar binnen niet al te lange tijd naartoe gaat. Move over Laurent, hier komt Arwen! Het is hele opluchting moet ik zeggen, want na al haar vorige blamages had ik mijn dochter eigenlijk al opgegeven. Ik begon me al voor haar te schamen, durfde nauwelijks meer met haar over straat. Stel je voor dat ze het aan haar zagen? Dat wordt nooit meer wat, dacht ik, die kunnen we maar beter institutionaliseren. Net zoals vroeger zeg maar, toen ze de melaatsen ook afzonderden van de gemeenschap. Want zeg nou zelf, daar wil toch gewoon helemaal niemand tegenaan hoeven kijken? Maar het lijkt nu dus toch mee te vallen. Gelukkig maar, want dan hoef ik Arwen op verjaardagen niet stiekem op een geluidsdichte zolderkamer te verstoppen omdat ik voor de wereld heb verzwegen dat ik geen twee, maar eigenlijk drie kinderen heb.

Ach, het Consultatiebureau en haar curves en statistieken. Begrijp me niet verkeerd, het is goed dat het er is en dat er in de gaten gehouden wordt of het met de kindjes van Nederland allemaal wel goed gaat. Maar als je kind geen echt heel rare dingen doet zegt allemaal eigenlijk vrij weinig. Na drie kinderen en een heleboel vergelijkend warenonderzoek onder vriendinnen met kinderen weet ik dat ieder kind zich totaal anders kan ontwikkelen, maar dat ze bijna allemaal uiteindelijk toch wel met mes en vork kunnen eten en de neiging om met hun eigen ontlasting te spelen leren te onderdrukken. Als moeder, als ouder, voel je zelf meestal heel goed aan of het goed gaat met je kind en ik vind het dan ook jammer dat zoveel jonge ouders desondanks toch onzeker het CB verlaten omdat hun kind een beetje buiten die zo beruchte groene lijntjes valt. Want ik ben inmiddels een doorgewinterde moeder met bijna acht jaar ervaring, maar eens was ik ook een onzekere first-timer, die bij iedere opgetrokken wenkbrauw van de babypolitie al dacht dat haar kind blijkbaar een freak of nature was dat intensieve therapie en waarschijnlijk ook verscheidene medische hulpmiddelen nodig had. Maar beste jonge ouders, laat ik jullie dan gerust stellen: ook al heeft je kind een te grote kop, weigert-ie ijzerenheinig te gaan lopen, of zegt-ie nog geen stom woord terwijl het buurjongetje van dezelfde leeftijd al hele sonnetten van Shakespeare kan reciteren, het komt allemaal wel goed. Je kind is doodnormaal. Net zoals de meeste kinderen.

Nou ja, behalve Arwen natuurlijk. Want, ik heb het altijd al geweten, dat is dus duidelijk een genie.

LEES OOK: Renée werd in de steek gelaten door het Consultatiebureau.

Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Deze vaderkwaliteit zouden alle moeders moeten hebben

We hebben vaak heel wat aan te merken op vaders en hun...
Lees verder